HARRY POTTER

Op de bezemsteel bij Harry Potter

Foto: Warner Bros
Als je je onlangs nog hebt afgevraagd waarom het zwarte brilletje met de ronde glazen dat al jaren het handelsmerk is van Youp van 't Hek ineens zo immens populair is, dan ben je van één ding zeker: je bent een Muggle. Sterker nog: je bent een Muggle die nog nooit van Harry Potter heeft gehoord, en dat is - in tijden als deze - heel uitzonderlijk. Want Harry Potter is overal: op kalenders, posters en puntslijpers, op badzeep, shampoo en deodorants, op t-shirts, jassen en schoenen maar vooral in boekvorm en, na meer dan vier jaar, eindelijk op het grote scherm. Muggles kunnen er vanaf deze week niet onderuit: Harry Potter is op zijn bezemsteel in de bioscoop geland en dat zul je geweten hebben.

Niemand had kunnen raden dat, toen de werkloze alleenstaande moeder Joanne K. Rowling in juni 1997 Harry Potter and the Philosopher's Stone in Engeland publiceerde, het boek stormenderhand de wereld zou veroveren en van zijn schrijfster in minder dan vier jaar tijd de best verdienende vrouw van Engeland zou maken. Rowling bedacht Harry Potter tijdens een treinreis in 1990 en werkte vijf jaar lang aan een verhaal over de belevenissen van een jonge tovenaarsleerling op de middelbare school. Algauw bleek dat Rowling te veel verhaalstof had voor één boek en besloot ze een reeks van zeven te creëren, één boek voor elk jaar dat Harry Potter doorbrengt in Hogwarts, een school voor hekserij en tovenarij, gevestigd in een kasteel dat meer dan duizend jaar oud is.

Vijf jaar lang werkte J.K. Rowling aan het uitwerken van de wereld van Harry Potter, aan het bedenken van personages als de Dursley's, Harry's familie die hem een ellendige kindertijd bezorgt, Ron Weasly, Harry's beste vriend in Hogwarts, Hermione Granger, Harry's beste vriendin, professor Dumbledore, een machtige tovenaar en tegelijk het hoofd van Hogwarts, Hagrid, de reusachtige drinkebroer die Harry's steun en toeverlaat wordt, en Lord Voldemort, de boze tovenaar die Harry's echte ouders doodde en een niet aflatende bedreiging voor de jongen vormt. Rowling bevolkte haar boeken ook met creaturen van allerlei slag en soort, zoals Harry's uil Hedwig, Rons rat Scabber's, Hermiones kat Crookshanks en andere tot de verbeelding sprekende personages als de hippogrief Buckbeak, Harry's huisgeest Nearly Headless Nick en Peeves, de klopgeest van Hogwarts. Samen vormen ze het fantastische universum waarin Harry Potter opgroeit en zijn avonturen beleeft, en de basis voor de hele Harry Potter-rage die momenteel de wereld in de ban houdt.

Ondertussen zijn vier boeken verschenen in de serie: Harry Potter and the Philosopher's Stone (Harry Potter en de steen der wijzen), Harry Potter and the Chamber of Secrets (Harry Potter en de geheime kamer), Harry Potter and the Prisoner of Azkaban (Harry Potter en de gevangene van Azkaban) en Harry Potter and the Goblet of Fire (Harry Potter en de vuurbeker). Het vijfde boek, Harry Potter and the Order of the Phoenix (Harry Potter en het bevel van de feniks) verschijnt volgende zomer. In haar boeken bouwt Rowling verder op de fantasy-traditie van J.R.R. Tolkien (The Lord of the Rings), L. Frank Baum (The Wizard of Oz) en Lewiss Carroll (Alice in Wonderland). Waarom de boeken overal ter wereld zo'n fenomenaal succes zijn is moeilijk te zeggen: aan de ene kant zijn het natuurlijk vlot geschreven boeken, aan de andere kant is het gegeven natuurlijk niet nieuw. Anthony Horowitz liet zijn tovenaarsleerling, David Eliot, al in de jaren tachtig naar een school voor hekserij en toverij trekken, Groosham Grange (Grieselstate), en ook auteurs als Roald Dahl, C.S. Lewis en Tonke Dragt schreven gelijkaardige boeken met gelijkaardige personages. Wellicht was Rowling gewoon de juiste vrouw op het goede moment, want net zoals we enkele jaren geleden een heropleving zagen van de rampenfilm en de sciencefictionfilm, zit momenteel vooral het fantasygenre - niet in het minst door de nieuwe verfilming van The Lord of the Rings - duidelijk in de lift. Als de Harry Potter-boeken één grote verdienste hebben, dan is het wel dat ze een hele generatie die voorbestemd was om het medium boek geheel aan zich voorbij te zien gaan, opnieuw met de neus tussen het papier hebben gedrukt. De verhalen van J.K. Rowling zijn misschien niet de beste jeugdboeken ooit (daarvoor is de karakterisering van de personages te stereotiep en heeft ze stilistisch niet bijzonder veel te bieden), toch zijn ze immens genietbaar en zijn ze een uitstekende springplank naar andere boeken. De serieuze literaire pers heeft zich de afgelopen jaren blindgestaard op de onverklaarbare rage en de minder goeie kanten van de Harry Potterboeken en heeft daardoor veel kansen laten liggen om kinderen die dankzij Harry Potter opnieuw de weg vonden naar de boekhandel en de bibliotheek ook de weg te wijzen naar andere goeie boeken. Rowling heeft de afgelopen jaren veel kritiek gekregen - vanuit gelovige hoek onder meer ook door de op zijn minst onchristelijke thematiek van haar boeken - maar weinig lezers zullen zich daar iets van aantrekken: de Potterboeken zijn keitof en de max. Het is weer in om boeken te lezen en zelfs een brilletje dragen met ronde glazen is cool.

Muggles zijn dol op Harry Potter en met nog drie boeken en minstens zes films te gaan, blijven we nog wel een tijdje zoet. Dat de tweede film er komt is nu al zeker en Chris Columbus heeft al hardop laten weten dat hij ook deze keer weer de regie voor zich wil nemen. Dat de film een hit wordt van onvoorstelbare proporties lijkt nu al zeker. De komende drie jaar zullen miljoenen kinderen ter wereld met steeds stijgende verwachting uitkijken naar hoe Harry Potter van een bedeesde 11-jarige jongen uitgroeit tot een volwassen tovenaar. Voor wie mee wil instappen in het universum van Harry Potter is er nu dus de verfilming van het eerste boek. Harry's Wondrous World awaits!