ATLANTIS: THE LOST EMPIRE

Disney kopje onder

Foto: Walt Disney
De nieuwe Disney die van de MPAA in Amerika een PG-rating kreeg: de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Vrij vertaald: té gewelddadig om de kids zonder begeleiding naartoe te sturen. Met Atlantis: The Lost Empire slaat de tekenfilmgigant inderdaad een andere richting in. Géén liedjes, géén zeemzoeterig melodrama, géén grappige sidekicks. De Grote Muis gaat ruig: met veel actie, sensatie en bombast.

Sinds Disney in 1989 met de release van The Little Mermaid het warm water opnieuw uitvond, heeft de studio vaak het verwijt gekregen dat ze met elke nieuwe release op zeker speelden. Waarom zouden ze ook hun winnend recept veranderen? De kinderlijke verhaallijntjes over vriendschap, moed en liefde, de vingerdikke moraal, de al te voor de hand liggende liedjes en de grappige maar inwisselbare nevenfiguren maakten de formule onfeilbaar, met de ene na de andere blockbuster als resultaat. Maar Disney kon blijkbaar toch niet aan de verleiding weerstaan om andere paden te betreden. Enerzijds bewandelen ze met Pixar nu al een paar jaar het digitale pad; anderzijds werkte men sinds 1994 aan een andersoortig tekenfilm: eentje niet speciaal voor kinderen, eentje met actie.

Atlantis neemt ons in ware Jules Verne stijl mee naar 1914. De jonge maar verwarde wetenschapper Milo Thatch (stem van Michael J. Fox), werkzaam als hulpje in een museum, is ervan overtuigd dat Atlantis ooit bestaan heeft. Als hij van zijn overleden grootvader een boek over het verloren continent erft, wil de rijke miljardair en familievriend Whitmore de zoektocht wel sponsoren. In het gezelschap van een zootje ongeregeld onder leiding van commandant Rourke (stem van James Garner), zet Milo de zoektocht naar Atlantis in. Na helse avonturen in hun gigantische duikboot, stoten ze inderdaad op Atlantis. Het blijkt een hemelse plek te zijn, waar de bevolking een eeuwig leven beschoren is, waarvan een mysterieuze energiebron de oorzaak van is. Milo is dolblij met zijn ontdekking, tot hij merkt dat er kapers op de kust zijn die de krachten van Atlantis willen misbruiken.

Met Atlantis breekt Disney niet alleen met zijn eigen traditie, maar ook met de trend om tekenfilms met behulp van computereffecten steeds realistischer te maken. Voor Atlantis moesten (naast de obligatie computershots) de potloden ook nog eens met de hand geslepen worden. Voor de look van de prent deden producer Don Hahn en regisseurs Gary Trousdale en Kirk Wise (eerder al verantwoordelijk voor Beauty and the Beast en The Hunchback of Notre Dame) een beroep op striptekenaar Mike Mignola, in het milieu bekend als tekenaar van de Hellboy-strips. Hij schetst de personages ruw en hoekig en houdt ook de achtergronden simpel en duidelijk. Het geeft Atlantis een bijna retro-look. Een mooi tegengewicht in deze tijd vol Shreks en Final Fantasy's.

Technisch gezien valt er op Atlantis nauwelijks iets aan te merken. Disney beheerst zijn vak als geen ander en dat merk je voortdurend. Vooral de actiescènes (zoals het gevecht met een zeemonster of het uitbarsten van de vulkaan) zitten erg knap in elkaar en laten de monden openvallen. Het grote probleem is dat je als toeschouwer op geen enkel moment in het verhaal betrokken wordt. Atlantis mist wat alle andere Disney's zo goed maken: een hart. Door teveel de nadruk te leggen op de actie, verloren de scenaristen de magie (die bijvoorbeeld wel in Dreamworks' avontuur Road to El Dorado stak) uit het oog. Dat beviel het Amerikaanse pubkliek allerminst, want met de opbrengst van 86 miljoen dollar kon het budget niet eens terugverdiend worden.

Hoewel Atlantis nooit echt verveelt, hoop je af en toe toch stiekem op een mooi liedje of verwacht je dat de sidekicks nu wel zullen opduiken. Tevergeefs. Disney laat het alvast niet aan zijn hart komen. Een spin off voor televisie is al in de maak en hun amusementspark ruimt alvast baan voor de attractie Fire Mountain, gebaseerd op de vulkaanscène uit Atlantis. Magie of niet, geld moet ook bij Disney rollen.

Titel: Atlantis: The Lost Empire
Genre: Tekenfilm
Speelduur: 1u35
Regie: Gary Trousdale en Kirk Wise
Stemmen: Michael J. Fox, James Garner, Cree Summer, Don Novello, Phil Morris