Een kleine 250 miljoen dollar bracht Harry Potter tot nu toe op in Amerika, maar zowat iedereen verwacht dat Frodo Baggins daar binnen afzienbare tijd losjes overheen zal gaan. Zovéél wordt er verwacht van de verfilming van The Fellowship of the Ring, het eerste deel van J.R.R. Toliens legendarische Lord of the Rings-trilogie. Dat werk werd een halve eeuw lang als schier onverfilmbaar bestemeld, maar de stugge Nieuw-Zeelander Peter Jackson knaagde zich uiteindelijk dan toch door die turf van meer dan 1.400 bladzijden, aanhangsels, kaarten, stambomen, kalenders en talen inbegrepen. Een karwei dat op zich opzien baart, want lange tijd zag het er naar uit dat niemand de ring nog 's zou aanschuiven.
The Lord of the Rings, het boek dan, werd tot nu toe meer dan vijftig miljoen keer verkocht en is vertaald in 25 verschillende talen. De man die daar verantwoordelijk voor is, is even beroemd om zijn initialen als om zijn eigenlijke naam: J.R.R. (John Ronald Reuel) Tolkien, geboren op 3 januari 1892 in Bloemfontein, Zuid- Afrika. Toen Tolkien acht was, verhuisde hij met zijn gezin naar Birmingham. Tolkien blonk op school uit in talen en ging later in Oxford Engelse taal- en letterkunde studeren. De passie voor verhalen kreeg hij tijdens de eerste wereldoorlog, toen hij zijn eerste boek schreef. Aan de universiteit ging het hem voor de wind: Tolkien werkte mee aan de prestigieuze Oxford English Dictionary, doceerde in Leeds en was tot aan zijn pensioen in 1959 professor Angelsaksisch in Oxford. Ondertussen was Tolkien begonnen aan The Hobbit, een verhaal dat hij voor zijn kinderen wou schrijven, maar dat meteen een uitgever vond. Die smeekte Tolkien om een vervolg, maar nog een kinderverhaal zag de schrijver niet zitten. Hij zette zich aan een grootser opgezet epos, dat uiteindelijk drie boekdelen zou omvatten en in 1954, 1955 en 1956 verscheen.
The Lord of the Rings (in het Nederlands vertaald als In de Ban van de Ring) werd een instant bestseller én cultroman. Fans prezen het boek om zijn eeuwige thema's zoals goed versus kwaad, zijn groots verhalend karakter, nauwkeurige karakteruitwerking en ongebreidelde fantasie, terwijl tegenstanders van het boek het maar een rambling romance vonden, een rammelende vertelling waarvoor je bijna tweehonderd bladzijden saaie kaarten, geschiedenissen en stambomen nodig had om het helemaal te begrijpen. The Lord of the Rings werd niettemin een hitnummer en was een inspiratiebron voor vele navolgers. Zowel de populaire cultuur als wetenschappers aan universiteiten schreven bibliotheken vol over het werk. In 1997 werd het, tot grote afgrijzen van The Times trouwens, in Engeland uitgeroepen tot boek van de eeuw.
Lange tijd bleek The Lord of the Rings vanwege zijn feëriek karakter onverfilmbaar. Ralph Bakshi, die nog de oude Spider-Man cartoons had geregisseerd, maakte in 1978 een vreemde tekenfilmversie, die de eerste twee boeken omspande, maar kende bij de fans geen succes. Ook Walt Disney en regisseurs John Boorman en zelfs Stanley Kubrick durfden zich daarna niet meer aan een verfilming te wagen en lange tijd zag het er naar uit dat de queeste om de magische ring nooit het witte doek zou bereiken. Tot de Nieuw-Zeelandse wonderboy Peter Jackson, die pas de regie van een nieuwe King Kong-versie was misgelopen, productiemaatschappij New Line Cinema over de streep kon trekken. Met een budget van 270 miljoen dollar (sommige bronnen spreken zelfs van 400 miljoen dollar) trok de regisseur van Dead Alive, The Frightners en Heavenly Creatures van Hollywood terug naar zijn geboorteland om er de trilogie in te blikken. Merkwaardig genoeg gebeurde dat niet back to back, maar via een ingenieus opnameschema zo goed als simultaan. De hele Tolkien-wereld stond op z'n kop toen Peter Jackson zijn wilde plannen wereldkondig maakte. Het Tolkien-kliekje is uiterst gevoelig voor de kleinste wijziging van hun mythe. Elk detail heeft voor hen zijn betekenis en elk personage is even belangrijk.
Op die argwaan bouwde New Line Cinema ironisch genoeg een ijzersterke marketingcampagne. Die bestond erin zo weinig mogelijk van en over de film te lossen. Tot anderhalf jaar voor de première de eerste trailer op het internet werd losgelaten en de wereld letterlijk en figuurlijk even bleef stilstaan: die eerste dag kreeg de Tolkien-site 1.7 miljoen hits, dubbel zoveel als bijvoorbeeld The Phantom Menace er had geslikt. Met die eerste beelden kreeg Peter Jackson de meeste Tolkien-adepten eindelijk achter zich. Het ziet er, volgens hen, allemaal goed uit. Dat mag ook wel, voor zo'n megaproductie, waar bijna anderhalf jaar aan gefilmd werd. Peter Jackson en zijn team, bestaande uit bijna tweeduizend man, begon op 11 oktober 1999 in Nieuw-Zeeland te filmen en stopte op 22 december 2000, exact 274 draaidagen later.
De duurste film aller tijden is ironisch genoeg dus niet in Amerika gefilmd, maar in Nieuw-Zeeland. Niet alleen is dat een goedkoop filmland, het bleek ook uitermate geschikt als decor voor de Tolkiense Midden-Aarde. Hobbiton, de woonplaats van Frodo, werd nagebouwd in Waikatomo en het kleine plaatsje Upper Hutt werd in Hoornburg omgetoverd, de locatie van het gevecht tussen mensen en orks. In dat prachtige landschap loopt naast een nooit geziene ensemble cast (onder meer Elijah Wood, Ian Holm, Ian McKellen, Christopher Lee, Liv Tyler, Cate Blanchett, Brad Dourif en Viggo Mortensen) ook heel wat digitaal geweld rond. Jackson breidde voor de film speciaal het effectenhuis Weta Limited fors uit. Naast het visualiseren van enkele gigantische veldslagen, verkleinde men ook de Hobbit-acteurs tot een geloofwaardig klein formaat. In totaal zal de trilogie meer dan 1200 special-effect-shots tellen, bijna zoveel dus als de 1800 shots van The Phantom Menace. Met speciale aandacht kijken de fans uit naar de figuur van het verminkte wezen Gollem, dat - in navolging van Jar Jar Binks uit The Phantom Menace - volledig digitaal tot leven gewekt werd. George Lucas, stichter van effectengigant ILM, moest een beetje met lede ogen toekijken, want wie weet moet The Force het binnenkort wel definitief afleggen tegen The Ring.
Wat The Lord of the Rings alvast voor heeft op The Phantom Menace is een verhaal dat na bijna vijftig jaar nog niets aan kracht heeft ingeboet. De ring uit de titel is in handen van de Hobbit Bilbo (Ian Holm), in feite de hoofdrolspeler van de Ring-prequel The Hobbit. Omdat de ring zo machtig is dat hij ook over het verderf van de wereld kan beslissen, moet hij vernietigd worden in het vuur van de Doemberg, die in Mordor ligt, het hart van het land van de donkere krachten. Omdat Bilbo te oud is voor zo'n zware reis, geeft hij de ring en de opdracht door aan zijn erfgenaam Frodo (Elijah Wood), die samen met onder meer zijn goede vriend Sam, Gandalf (Ian McKellen), de grijze leider van het reisgenootschap, Merijn en Pepijn (zijn neefjes), Gimli de Dwerg, Legolas de Elf, Boromit van Gondor en de lange, mysterieuze Stapper op pad gaat om de wereld van de ondergang te redden.
Vorige week, op 10 december, stroomden meer dan tweeduizend fans samen in Londen voor de groots opgezette wereldpremière. Woensdag mag de rest van de wereld op meer dan 10.000 kopieën zien of Lord of the Rings inderdaad hotter dan Potter is. Bioscoopuitbaters verwachten in elk geval een ware overrompeling. Sommige zalen zijn in voorverkoop nu al uitverkocht. Echt vooruitziende zielen hebben hun ticket voor de twee sequels, met kerst 2002 en 2003, al besteld. Toch maar eerst afwachten of deel één de torenhoge verwachtingen kan inlossen.