De man waarmee alles begon heette nochtans niet Hitchcock. Zijn naam had iets van een grap, maar was dat allerminst: Ed Gein, heel zijn leven lang een brave en onopvallende inwoner van het conservatieve stipje Plainfield in Wisconsin, Amerika. Tot hij in de winter van 1957 gearresteerd werd door Sheriff Arthur Schley, die in een afgelegen boerderij het lijk ontdekte van een 58-jarige weduwe, Mrs. Worden, onthoofd en aan de hielen opgehangen, het hart uitgesneden en weggelegd in een koffiekopje, op het vuur in de keuken. Sloten gingen op de deuren, daar in Plainfield, want werkelijk niemand had op dat moment voor mogelijk gehouden dat een mens tot zo'n gruweldaden in staat zou zijn. Die brave heremiet had in zijn huis lichaamsdelen verzameld van niet minder dan vijftien vrouwen. Als trofeeën.
De daden van Ed Gein veranderden niet alleen voorgoed de naïviteit van de Amerikaanse droom, maar ook het uitzicht van de horrorfilm. Mensen kenden angst tot dan toe alleen maar door figuren als Dracula, Frankenstein, of The Mummy, maar nu drong het besef tot hen door dat de échte horror zich niet in Transylvanië of in Egypte afspeelde, maar in the house next door. Dat had één man goed begrepen: Robert Bloch, een 41-jarige schrijver die aan de kost kwam met goedkope horrorverhaaltjes voor pulpmagazines als Weird Tales en Fantastic Adventure. Drie dingen stonden centraal in zijn boek: een man genaamd Norman Bates, een sinister motel... en een douche. Hij noemde zijn boek Psycho en het verscheen in 1959. Niet veel later hing er iemand aan zijn deurbel om de rechten voor de verfilming te kopen voor 5.000 dollar. Te weinig, zo vond Bloch. Het anonieme bod werd verhoogd tot 9.500 dollar en Bloch hapte toe. Hij had er geen idee van dat de grote Alfred Hitchcock zelf zich achter de verfilming zou scharen.
En hoewel Hitchcock naderhand zijn film zou uitleggen als een grote grap (het relaas van de psychiater op het einde lijkt inderdaad een parodie) lachte er niemand, want zoveel spanning, zoveel horror, zoveel angst, had men in die tijd nog nooit gezien. Niemand had ook ooit geloofd dat de film een succes zou worden, want toen Hitchcock zijn project ging pitchen bij Paramount, lachten ze hem bij wijze van spreken weg met een budget van amper 800.000 dollar. Maar de regisseur aanvaardde, draaide elke dollar tien keer rond voor hij hem uitgaf, en maakte zijn film. Zo liet hij zijn dure Hollywood-crew (met wie hij pas North by Northwest had ingeblikt) in de kou staan en ging aan de slag met een veel goedkopere ploeg mensen, met wie hij zijn tv-shows had gemaakt. De woorden van zijn producer-vriend Joan Harrison werden beroemd: 'you're on your own on this one, Hitch.' De weg naar roem is soms eenzaam.
Hitchcock moest, om zijn project ingeblikt te krijgen, voor alles vechten: zijn vaste cinematograaf Robert Burks kon hij van Paramount niet krijgen, maar editor George Tomasini mocht dan weer wel acte de présence geven. En qua acteurs moest hij inbinden: Shirley Jones was veel te duur en op het mannelijke front kon hij Anthony Perkins, die toch nog onder contract lag voor een film bij Paramount, maar nét betalen. Zowel Janet Leigh als Anthony Perkins zullen zich dat wel niet beklaagd hebben. Om de kosten nog wat meer te te drukken werd het oude huis aan het Bates Motel overigens opgetrokken uit oude delen van een spookhuis uit de prent Harvey (1950), neergepoot ergens op een gehuurd lapje grond van Universal. Niet alleen Roger Corman heeft blijkbaar voor elke centimeter decor moeten bedelen.
Het script voor Psycho werd geschreven door Joseph Stefano, die eerder The Black Orchid uit 1950 had gepend en later ook nog zou meewerken aan de SF-serie The Outer Limits. Stefano was eigenlijk pas derde keuze, maar Robert Bloch was niet vrij en het werk dat James Cavanaugh afgeleverd had, kon Hitch niet echt boeien. Overigens had Hitchcock tegen die tijd al een hele lading Psycho-romans opgekocht om het einde van zijn film voor het publiek verborgen te houden. Hitch hield er nog wel meer rare gewoontes op na: zo verbood hij, toen de film in release was, laatkomers toegang tot de zaal. Daarmee wekte hij de illusie dat er meteen in het begin van de film al iets spannends zou gebeuren. Maar Hitch had eigenlijk een andere reden: hij wou niet dat mensen zouden zitten wachten op een personage (Marion Crane dus) dat al lang dood is.
Over de manier waarop Psycho is opgebouwd en geconstrueerd zijn talrijke naslagwerken en wellicht nog meer licentiaatsverhandelingen geschreven. Zowat elk aspect uit en aan de film heet geniaal te zijn. En dat is, zonder overdrijven, ook zo. De manier waarop Hitchcock de kijker als een voyeur in het verhaal trekt, de focus-verschuiving als Marion Crane al relatief vroeg in de film omkomt, de schokkende onthulling over de moeder: het is allemaal onversneden voer geworden voor filmscholen. Maar legendarisch werd natuurlijk vooral de douchescène, waarin Marion Crane aan haar einde komt. De scène is niet alleen nagelbijtend spannend, maar ook een staaltje van Hitchcocks technisch vakmanschap. Hoewel Psycho binnen de dertig dagen volledig ingeblikt moest zijn, trok de grootmeester voor deze scène alleen een week uit. Zonder Anthony Perkins overigens, die nét die week elders op de planken stond en voor die scène vervangen werd door Anne Dore. Maar mét Janet Leigh, enkele pakjes chocoladesaus als bloed en een sappige watermeloen voor het geluid.
En de rest? Geschiedenis, zoals dat zo mooi heet. Psycho vermorzelde de box-office en werd een succes (40 miljoen dollar) zoals ze er vandaag de dag bij Paramount nog maar weinig hebben. Hitchcock kreeg zijn laatste oscarnominatie als beste regisseur. Er rolden ook drie sequels uit de kast, een slechte gewoonte die we tegenwoordig even gewoontjes wegslikken als een glas water. Eigenaardiger was dat Psycho II exact 23 jaar op zich had laten wachten. Het was inderdaad pas in 1983 dat Norman Bates samen met zijn Bates Motel ook de bioscoop weer opzocht. Psycho III, geregisseerd door Anthony Perkins zelf, volgde in 1986, gevolgd door de tv-spin off, Bates Motel, in 1987. De tv-film Psycho IV, van Mick Garris uit 1991, was in feite een prequel en vertelde over de jonge jaren van Norman Bates. Een jaar later, in september 1992, overleed Perkins. Maar de gruwelijke daden van Ed Gein hadden niet alleen Robert Bloch en Alfred Hitchcock beïnvloed. In 1974 baseerden Jeff Gillen en Alan Ormsby hun kleine Canadese film, Deranged, op de Gein-moorden. En datzelfde jaar zag ook The Texas Chainsaw Massacre van Tobe Hooper het daglicht. En wie weet: zonder Ed Gein hadden we al helemaal geen Halloween, Silence of the Lambs of Scream gekend.
Om dat verhaal van Gein af te maken: de man werd op 6 januari 1958 in een rechtzaak officieel gek verklaard en ging naar het Central State Hospital in Waupun. Hij kwam nooit meer vrij en stierf op 26 juli 1984 in het Mendota Mental Health Institute in Madison, Wisconsin. Gebrandmerkt als één van de slechtste mannen op aarde, boekte hij op 78-jarige leeftijd zijn laatste kamer in een motel. We all go a little mad sometimes, zei Bates in Psycho. Net als Ed Gein.