HALLOWEEN

Trick or treat

Falcon Films
Geen enkel beeld uit de hedendaagse cinema vat zoveel cliché samen: een vreemde man met een Halloweenmasker, die met een gigantisch broodmes achter een jonge maagd aanholt. Nu lachen we er ons te pletter mee, maar goed twintig jaar geleden volstond het beeld van zijn schaduw alleen al voor angst, werkelijke doodsangst. De man met het masker had een naam: Michael Myers, alias The Shape. De film, Halloween, is deze maand onze klassieker.

Het succesverhaal van Halloween staat in geuren en kleuren beschreven in zowat elke filmencyclopedie. Wat heet: de prent werd in 1978 gedurende 22 draaidagen voor amper 320.000 dollar gemaakt, maar bracht in totaal al meer dan 65 miljoen dollar op, een reusachtige winst. De film was in feite een idee van producer Irwin Yablans, die Carpenters Assault on Precinct 13 had gezien en de jonge filmmaker de kans wou geven om The Babysitter Murders te filmen. Dat zag Carpenter natuurlijk wel zitten. Omdat Yablans geopperd had de film tijdens Halloween te laten afspelen, doopte Carpenter de film tot die titel om. Hij schreef en produceerde de prent samen met zijn toenmalige vriendin Debra Hill. De film werd legendarisch: de 22 opnamedagen zouden een niet te onderschatten invloed uitoefenen op de horrorfilms uit de jaren tachtig. Zonder Halloween waarschijnlijk geen Friday the 13th-films, en zonder Halloween al helemaal geen Scream, I Know What You Did Last Summer of Urban Legend.

John Carpenter was een fan van Alfred Hitchcock, en dat zou ook duidelijk aan de film te zien zijn. Hij caste de onbekende 18-jarige Jamie Lee Curtis in de hoofdrol. Zij was de dochter van Janet Leigh, die in Psycho de rol van de weinig benijdenswaardige Marion Crane had gespeeld. Carpenter noemde overigens ook het personage van Donald Pleasance, Sam Loomis, naar een karakter uit Psycho. Halloween opende op 25 oktober 1978 in Kansas City en werd een onverwachte hit. Na twee maanden had de prent al 5 miljoen dollar opgebracht, na twintig jaar blijft de franchise een goudmijn. De film opent op Halloweennacht 1963 in een kleine stadje Haddonfield in Illinois. De 6-jarige Michael Myers kijkt, door zijn wit Halloweenmasker, naar zijn oudere zus Judith en diens vriendje door een raam. Wanneer het vriendje vertrekt, neemt Myers een groot keukenmes uit de keukenlade en volgt zijn zus naar boven, waar hij haar brutaal vermoordt. Precies vijftien jaar later, op 31 oktober 1978, ontsnapt Michael Myers uit het Illinois State Mental Hospital. Hij keert, achtervolgd door zijn psychiater Sam Loomis (Donald Pleasance) terug naar Haddonfield, waar hij systematisch babysitters en hun liefjes koud maakt. Myers komt op die manier steeds dichter bij zijn doel: Laurie Strode (Jamie Lee Curtis, genoemd naar een ex-liefje van Carpenter). Zijn doel is om nu ook haar te vermoorden.

Eén van de allersterkste punten uit Halloween was zijn setting. In tegenstelling tot zoveel andere horrorfilms uit het verleden, speelde de film zich nu eens niet af op donkere kerkhoven of in vreemde spookhuizen, maar net op die plaats waar iedereen zich veilig waande: die typische Amerikaanse voorstad met zijn eender uitziende mooie huisjes en tuintjes. Als op die plaats de angst kan doordringen, dan kan dat overal zijn, zo was het idee van John Carpenter. Om het gevoel van dreigende angst te vergroten maakte Carpenter gebruik van de steadicam, die verschillende keren het perspectief van de moordenaar inneemt. Carpenter schreef ook zelf een ijzingwekkend spannende minimalistische score, die geïnspireerd was op de muziek uit Dario Argento's Suspiria uit 1977. De film ging de annalen in als één van de spannendste films uit de geschiedenis. Ironisch genoeg druipte er in die prent geen druppeltje bloed over het scherm, alles werd gesuggereerd. Dat veranderde in de sequels, die de toon zetten voor de onvermijdelijke mad slasher movies uit de jaren tachtig en negentig.

Het einde van die eerste Halloween werd legendarisch (ongeveer even legendarisch als het gerucht dat Carpenter gedurende enkele scènes zelf het masker had gedragen). Geen scène uit de horrorgeschiedenis is vermoedelijk spannender dan die waarin Michael Myers Laurie Strode achtervolgt door haar huis. Uiteindelijk komt de psychiater Sam Loomis ter hulp en hij schiet zes kogels in het lichaam van Myers, die door het raam naar beneden valt. Maar dan pant de camera naar beneden en tot onze grote verbazing zien we dat zijn lichaam verdwenen is.

Een wijde deur natuurlijk naar de onvermijdelijke sequel, die er in 1981 kwam. Dr. Loomis ontdekt daarin dat Myers ondanks de zes schoten die zijn lichaam doorboorden nog steeds in leven is, maar het is Laurie Strode (Curtis droeg een pruik, om hetzelfde kapsel te hebben als in het origineel) die de grootste schok te verwerken krijgt: het immer zwijgende gezicht dat achter het Halloween-masker schuilgaat, is, zo leert ze, dat van haar broer. Meteen komen we ook de reden te weten waarom Myers precies haar wil hebben. Vijftien jaar geleden, op die donkere Halloween-nacht van 1963, had hij met de moord op zusje Judith slechts half werk afgeleverd.

Dat gezegd zijnde, was het verhaal in feite zo dood als de verzamelde babysittersclub uit delen 1 en 2. Maar omdat ook de sequel nog behoorlijk wat centjes bij elkaar had geschraapt, kwam er toch een derde deel, niet meer geproduceerd door Universal, maar door Dino DeLaurentis, en dat zegt al veel, zoniet alles. De plot had in feite niets meer met Laurie Strode en Michael Myers te maken en handelde over een vreemdsoortig Halloweenmasker dat op 31 oktober 1982 eensklaps alle kinderen van Amerika zou moeten vermoorden. De film flopte aan de kassa's en het publiek voelde zich bedrogen: hiervoor waren ze niet naar de bioscoop gekomen.

En dus maakte Michael Myers, monter en wel, zijn comeback in het vierde deel. Daarin leren we dat hij de voorbije tien jaar in coma heeft doorgebracht. Als hij echter te weten komt dat hij een nicht heeft (Jamie Lloyd, de dochter van de zogezegd dode Laurie Strode) schiet hij weer in actie. Hij reist terug naar Haddonfield, waar ook Dr. Loomis weer van de partij is. Die achtervolging loopt door in deel 5, waar Jamie en Loomis Myers ei-zo-na in de val weten te lokken. Myers wordt echter gered door een mysterieuze man in het zwart, die - zo komen we later te weten - al een hele tijd met puur kwaad experimenteert. Een vreemde wending in de serie, aangezien Myers op die manier bovennatuurlijke krachten toegemeten krijgt.

Die man in het zwart ontvoert een al oudere Jamie in Halloween 6, dat zich zeventien jaar na de originele feiten afspeelt. Hij maakt haar zwanger en het kind wordt geboren op Halloween-nacht; Jamie sterft. De film concentreert zich vervolgens op Tommy Doyle, de jongen waar Laurie in de originele film op had gebabysit. Tommy is in de loop der jaren door Michael Myers geobsedeerd geraakt. Uiteindelijk verzeilt iedereen in het laboratorium van de man in het zwart, waar een laatste strijd uitgevochten wordt. Langsheen die vreemde kronkelwegen gleed de franchise in sneltreinvaart bergaf. De verhaallijnen hadden nauwelijks nog iets te maken met het origineel.

Tot de twintigste verjaardag van de film in zicht kwam en Miramax-baas Bob Weinstein het wel een leuk idee vond om een Halloween H20 te maken. Hij beloofde niemand minder dan Kevin Williamson, het creatieve brein achter Scream, de regie van Teaching Mrs. Tingle als hij een treatment voor de nieuwe Halloween-film wou schrijven. Zo geschiedde. Genreman Steve Miner kreeg het zitje in de regiestoel en Michael Myers mocht nog maar eens de 31e oktober uit het leven van Laurie Strode zuur maken. Deze zomer gebeurt dat nog een keer. Halloween 8: Homecoming is immers een feit. Trick or treat: het houdt niet op.