Weinig filmmakers hebben zo'n herkenbare handtekening als David Fincher. Al in zijn videoclips voor Depeche Mode, George Michael en Madonna herkende je zijn voorkeur voor het donkere en duistere, een obsessie die goed tot uiting zou komen in zijn debuutfilm, Alien3. Die prent werd grotendeels onterecht door de papierversnipperaar gehaald door de meeste critici en fans. Fincher wilde, ontgoocheld door zijn filmavontuur, terugkeren naar de videoclipwereld, maar de geniale Dante-hommage Se7en veranderde alles. Fincher werd Hollywoods nieuwste wonderboy, een eer die na zijn volgende films The Game en vooral het onvolprezen Fight Club alleen maar werd bevestigd. Laat deze man zijn zin doen en je krijgt vuurwerk op het scherm, zoveel is zeker. Geen studiobaas die hem kan of mag temmen.
Was Fight Club in alle opzichten een megalomane en groteske onderneming, dan wou Fincher voor zijn follow-up een iets kleiner en commerciëler project. Hij liet Spider-Man aan zich voorbij gaan en was in de wolken over een idee van David Koepp, de scenarist van Jurassic Park, Carlito's Way, Mission: Impossible en Snake Eyes. Columbia Pictures gaf Fincher zowat carte blanche en zette de film voor juni 2001 op de releaselijst. Het duurde echter meer dan een jaar langer voor Panic Room op het witte doek zijn debuut zou maken. Om te beginnen moest hoofdrolspeelster Nicole Kidman afhaken wegens een knieblessure die ze had opgelopen tijdens het slopende Moulin Rouge en die haar ook tijdens de opnames van The Others parten had gespeeld. Jodie Foster wou voor 10 miljoen dollar wel invalster spelen, maar was bij aanvang van het filmen wel vier maanden zwanger, zodat de laatste opnames ná de bevalling van zoontje Kit eind september 2001 nog geschoten moesten worden. En dan was er ook nog het creatieve meningsverschil tussen Fincher en zijn cinematograaf Darius Khondki (Delicatessen, Se7en, Alien4) die in aller ijl door Conrad W. Hall (A Gentleman's Game) vervangen moest worden.
Het verhaal draait rond de paniekkamer uit de titel, een kleine ruimte volledig door staal omgeven, voorzien van een videosysteem dat het hele huis overschouwt. De kamer is als schuilplaats bedoeld tegen inbrekers. Als de pas gescheiden Meg Altman (Jodie Foster) en haar dochtertje Sarah (Kristen Stewart) het kolossale huis in New York's Upper West Side betrekken, is de paniekkamer het laatste van hun zorgen. Maar als Meg de eerste nacht al het geluid van inbrekers hoort, vlucht ze samen met Sarah onverhoeds de kamer in. Het enige probleem is dat de drie inbrekers uit zijn op een buit die zich uitgerekend ín de paniekkamer bevindt. Een ongemeen spannend kat-en-muisspel kan beginnen.
David Fincher wou met Panic Room een rechttoe-rechtaan thriller zonder al te veel poespas maken. Dat is al meteen duidelijk. Na een titelrol die de monden laat openvallen (de credits hangen driedimensioneel langs gebouwen) neemt hij amper een kwartiertje de tijd voor de expositie van het verhaal. Maar hoe geniaal zet hij zijn vallen uit, door bijna terloops te laten merken dat Meg claustrofobisch en Sarah diabetisch is? Uitgerekend déze twee figuren - sterk, maar toch zwak - belanden in de kleine kamer, die hen van de buitenwereld afsluit. Eens de pionnen van dit meesterlijk schaakspel hun posities hebben ingenomen, volgt de onvermijdelijke patstelling, waar scenarist David Koepp zich weer moest uitschrijven. Hij vindt oplossingen en gaten die hem dat mogelijk maken. Als buitenstaander kan je alleen maar met klamme handen toekijken.
Vooral sinds Fight Club wordt David Fincher voor zijn visueel genie bewierookt. In Panic Room bond hij zichzelf bijna aan handen en voeten, want zijn beweegruimte lijkt beperkt tot enkele kamers. Zelden gezien hoe Fincher zoveel dynamiek in zo weinig ruimte weet te krijgen. Vrij als een vogel zweeft hij met de camera in alle hoekjes en kantjes van het huis, doorheen muren, vloeren en plafonds; doorheen buizen en luchtschachten. Eén scène in het begin van de film slaat werkelijk alles. De camera vertrekt van een slapende Jodie Foster op de derde etage langs de trappen twee verdiepingen naar beneden, pikt langs het raam het beeld van een verdachte wagen op, glijdt verder door naar de deur, doorheen het sleutelgat en maakt dan de hele beweging terug naar de derde verdieping, tot op het dak, waar we de inbrekers zien. Een zelden gezien visueel hoogstandje dat zelfs de grote Alfred Hitchcock of Brian De Palma moet doen watertanden.
Dit huis clos-drama wordt uitstekend gedragen door de acteurs. Jodie Foster mag dan wel als vervangster van Nicole Kidman vertrokken zijn, ze zet een ijzersterke Meg Altman neer. Haar angstige en paniekerige blik snijdt door merg en been. Een pluim ook voor nieuwkomer Kristen Stewart, die Fosters dochter speelt en fysiek heel wat gelijkenissen met haar filmmoeder deelt. Van het inbrekerstrio steelt Forest Whitaker als Burnham de show. Hij is het zachtgekookt ei van het gezelschap en staat in schril contrast met mafketels Junior (Jared Leto) en Raoul (Dwight Yoakam). Allen dragen ze bij tot grootse cinema.
Genre: Thriller
Speelduur: 1u48
Regie: David Fincher
Acteurs: Jodie Foster, Kristen Stewart, Forest Whitaker, Dwight Yoakam, Jared Leto, Patrick Bauchau