EPISODE II

Queeste naar de Digitale Perfectie

Foto: Lucasfilm Ltd. / 20th Century Fox
Wanneer Attack of the Clones wereldwijd op het publiek wordt losgelaten, zal niet iedereen gelukkig zijn. Talloze filmmakers en critici zullen knarsentandend moeten toezien hoe George Lucas voor de vijfde maal de kassa's zal doen kraken. Op zich kunnen ze ongetwijfeld leven met die enorme geldstroom, want op enkele buitenbeentjes na wil iedere filmmaker wel eens door meer dan enkel maar een Sundance-publiek bejubeld en gehonoreerd worden. Alleen kunnen ze het niet hebben dat het juist opnieuw Greoge Lucas is die met de poen gaat lopen. Was het immers hij niet die met zijn ruimte-epos uit 1977 de filmwereld infantiliseerde? Hij, die met zijn 115 miljoen dollar kostende Attack of the Clones de duurste puur digitale independent film heeft ingeblikt, en dus naast hen in het Sundance filmfestival had kunnen zitten?

George Lucas is in 1977 zonder het toen echt te beseffen in een goudmijn gewandeld. Star Wars was een fenomeen en Lucas kon meteen doen wat hij eigenlijk al altijd had willen doen: totaal onafhankelijk worden van Hollywood. Hollywood had de jonge filmmaker uitgebraakt, maar op zijn beurt zette hij Hollywood opzij toen hij zijn hoofdkwartier definitief verhuisde naar San Francisco. Met Star Wars had hij hen allemaal schaakmat gezet en daarvan is Hollywood volgens sommigen nog altijd niet bekomen. La-La land staat er immer om bekend dat ze maar al te graag kopiëren en volgens critici is dat dan ook tot in der treure toe gebeurd met Star Wars. Binnen de kortste keren werd het openingsweekend van een film beslissend, zwierde merchandising uit de pan en moest elk filmscript gelezen worden met de bril van een klein kind. Lucas had, samen met zijn spitsbroeder Steven Spielberg die met Jaws de voorzet had gegeven, van de zevende kunst een infantiele geldkoe gemaakt. Het kon lucas echter niet deren. Weggestopt in zijn Skywalker Ranch droomde hij verder dan het openingsweekend.

Tijdens zijn korte loopbaan als filmmaker was hij immers gefrusteerd geraakt door het medium film. Film was een 19e eeuwse uitvinding en in een kleine 100 jaar tijd was er buiten enkel details na weinig aan veranderd. Toen het geluid kwam werd het aantal beeldjes lichtjes opgedreven tot 24 beelden per seconde en om de televisie een hak te zetten kwamen filmstudio's regelmatig uit met een nieuw soort breedbeeld. Maar niettegenstaande de pelicule steeds beter werd, bleef het filmen en projecteren zelf een zeer artisanale bezigheid. Na enkele vertoningen begint de film al slijtage te vertonen, wiebelt lichtjes in de projector en wordt vaak met een veel te zwakke lamp op het scherm geprojecteerd. Om nog maar van de armzalige geluidsweergave te zwijgen. Wie zijn kleinnood liever niet gemolesteerd wilde zien, meed beter de filmzalen.

Lucas echter kon in zijn nieuwe speeltuin doen wat hij wilde. Een groep geluidingenieurs kreeg de vrije hand en kwam op de proppen met THX, een soort kwaliteitssysteem dat nog steeds garant staat voor een voortreffelijke auditieve ervaring. Even verderop in zijn hoofdkwartier sleutelde men aan een nieuw montagesysteem, EditDroid. Monteren gebeurde tot dan nog steeds op flat beds, waarbij men fysisch film moest versnijden en aan elkaar kleven (een systeem waar Spielberg nog steeds bij zweert). Het nieuwe systeem zou de beelden digitaal opslaan om zo het knip- en plakwerk in een computer te kunnen doen, het niet-lineair off-line monteren. De technologie werd later verkocht en er zijn met moeite nog films te vinden die niet in een computer werden gemonteerd. Toen Lucas een demo te zien kreeg van enkele computergegenereerde X-Wings besloot hij in 1979 ook maar een computer graphics divisie in het leven te roepen. Zij ontwikkelden een computer met als enig doel computergegenereerde beelden te genereren. De Pixar Image Computer was geboren. Dezelfde groep computeringenieurs zorgden ook dat Industrial Light and Magic, de effectenfirma van Lucas, in het pre-CGI tijdperk kon uitpakken met digitale huzarentruukje in Star Trek II, Young Sherlock Holmes en Willow. De groep werd in 1986 opgekocht door Steve Jobs omdat Lucas geen zin had om zich met de wens van de Pixar mensen, een volledig computergegeneerde langspeelfilm maken, bezig te houden. Pixar zou later geschiedenis schrijven met Toy Story. Intussen bleef Lucas zijn resterende computerafdeling bij ILM koesteren en uitbreiden. Alhoewel pioniers hen waren voorafgegaan, toonden ze met The Abyss (1989), Terminator II (1991) en vooral met Jurassic Park (1993) hoe de computer in het daarop volgende decennium de filmwereld zou veroveren.

Voor Lucas was de enorme vrijheid die door de computer werd geboden een geschenk uit de hemel. Toen hij nog een regisseur was, was het regisseren zelf voor hem een nachtmerrie. Zijn ongemakkelijke omgang met acteurs tijdens de eerste Star Wars films was legendarisch, en ook nu nog blinken zijn nieuwe films niet uit door de acteerprestaties die hij uit zijn tegen blauwe schermen pratende acteurs weet te halen. Lucas is met hart en ziel een monteur, iemand die na de feiten zijn film boetseert met de stukjes die hij heeft. Met de digitale ruggensteun kon hij nu nog verder gaan. Hij kon ook de stukjes gebruiken die hij niet heeft. Al snel werd de term Digital Backlot een nieuw buzzwoord. Onwetend voor het grote publiek begon hij met zijn nieuw speeltje te experimenteren. Radioland Murders en zijn Young Indiana Jones Chronicles maakten in grote mate gebruik van zijn digitale set. Enkel het hoogstnodige werd op pelicule vastgelegd. Achtergrond werden vervangen door blauwe schermen, een techniek die natuurlijk ook al voor de oorspronkelijke trilogie werd toegepast, maar die nu in het extreme werd doorgetrokken. Digitale beelden vloeiden naadloos in traditioneel gefilmd materiaal en tijdens het monteren kon Lucas nu ook gaan knippen en plakken in hetzelfde beeld. In plaats van 50 ruiters werden er een 10-tal ingehuurd en op verschillende plaatsen geplaatst. In de computer werden ze eenvoudig ge-copy-paste. De sprong naar klonen is snel gemaakt. De beste acteerprestaties uit verschillende takes konden bijeengezet worden en karakters konden ongemerkt uit beeld verdwijnen, of toegevoegd worden. Langzaam maar zeker creëerde Lucas zijn digitale studio volledig in zijn computer: The Digital Backlot.

In minder dan 20 jaar tijd had Lucas met zijn legertje specialisten de post-productiefaze van filmmaken helemaal op zijn kop gezet en gedigitaliseerd. Het probleem bleef echter dat het opnemen van de beelden en het projecteren ervan nog steeds op dezelfde 19e eeuwse manier gebeurde. Ook al had Lucas dus miljoenen gespendeerd om elke pixel op de juiste plaats te krijgen op het scherm, de kans zat er dik in dat die pixel niet op de juiste manier op het scherm zou komen als hij het had gewild. Lucas wou volledig digitaal gaan en de filmwereld verklaarde hem zot. Directeurs van de fotografie bleven bij hoog en laag beweren dat film het ultieme medium was en dat Lucas met zijn digitale camera's en projectors nooit de resolutie, het kleurenpalet, of de rijkheid van film zou evenaren. Toen hij Episode I aan het inblikken was verklaarde hij reeds dat hij digitale camera's zou gebruiken voor Episode II. In Episode I zitten trouwens, verborgen tussen de pakweg 2000 digitaal bewerkte shots - slechts drie shots werden niet digitaal bijgewerkt, een handvol digitaal opgenomen shots, maar Lucas wil niet kwijt welke die zijn. Samen Met Sony en Panavision begon hij met het ontwerpen van de ultieme digitale camera in het nieuwe 24P formaat. De P staat voor Progessive scan, in tegenstelling tot interlaced. Gewone video zoals we die dagelijks zien, neemt twee halve beelden op (het ene beeld de even lijnen van een televisiebeeld, de andere de oneven lijnen) die na elkaar op het tv-scherm geprojecteerd worden. Video bestaat bij ons uit 25 beelden per seconde (in de States uit 29.97), maar in realiteit zijn dat dus 50 halve beelden, of frames, per seconde. Net als de netfrequentie dus. Juist die afwisselende halve beelden zorgden voor de typische koude video-look. Door nu een beeld in één keer op te nemen (alle lijnen van het beeld na elkaar, of progressief) wordt de film-look nagebootst. Samen natuurlijk met een hoop electronica en betere lenzen.

Toen de camera af was, naar verluidt slechts enkele dagen voor de start van de opnames, werd de camera door Lucas meteen meegenomen voor Attack of The Clones. Het vertrouwen was zo groot dat er geen klassiek 35mm materiaal als back-up voorzien was. Het was erop of eronder. Toen Lucas zijn plannen had bekend gemaakt om digitaal te gaan filmen had hij ook gehoopt dat de filmuitbaters de koe bij de horens zouden vatten en mee zouden springen op de digitale wagen. Een paar bisocopen kregen The Phantom Menace al digitaal voorgeschoteld, maar hij hoopte op een paar honderden bioscopen tegen Episode II en zeker 2000 tegen Episode III. Niettegenstaande de digitaal geprojecteerde beelden van Episode II naar verluidt verbluffend zijn (de vraag blijft natuurlijk of die perfecte beelden zo goed zullen passen bij een periodefilm) bleek dat enkele weken voor de film zou uitkomen slechts een 19 filmzalen in de States uitgerust waren met een digitaal projectiesysteem. De voordelen van een dergelijk systeem zijn legio. Iedere bezoeker krijgt een perfecte copy te zien, geen krasjes, geen breuken in de pelicule en een rotsvast beeld. Lucas berekende zelf dat het maken van filmspoelen hem wereldwijd 20 miljoen dollar zou kosten. Een kost die bijna in het niets zou verdwijnen eenmaal de digitale beelden op dvd-dragers, of zelfs via satelliet of breedbandlijnen naar de bioscoop worden verzonden. Heel waarschijnlijk hebben de meeste bioscoopuitbaters de digitale droom van Lucas tijdelijk om zeep geholpen wegens het enorme prijskaartje: zo'n 150.000 dollar per projectiesyeteem. Een week voor de film in première ging kondigde Boeing wel nog snel aan dat het toch nog even snel een 23 digitale systeem zou geïnstalleerd krijgen in een aantal van zijn zalen, juist op tijd dus. Dat aantal zou moeten oplopen tot 100 tegen het einde van dit jaar.

George Lucas zal op lange termijn ongetwijfeld wel winnen. Eenmaal mensen digitale cinema gewoon zijn, zullen ze de beduimelde filmprints uit de naburige ouderwetse cinema wel opzij laten liggen. Kijk wat er met de cd en de vinylplaten is gebeurd. Maar nu lijkt het er op dat hij er iets te vroeg bij was. Intussen is Lucas natuurlijk al lang niet meer de enige filmmaker die digitaal filmt. Duizenden independents kunnen nu dankzij de goedkope digitale systemen eindelijk hun grote droom waarmaken. Attack of the Clones is ironisch gezien wel de duurste en modernste independent ooit, maar de meesten onder ons zullen de film dus op een 19e eeuwse manier moeten bekijken. De enige troost die we misschien hebben is dat de DVD alvast van onberispelijke kwaliteit zal zijn. En er is natuurlijk nog altijd Epsiode III.