Iedereen die ook maar iets van literatuur of film kent, heeft de scène wel gezien. Lang voor Quentin Tarantino ons in Reservoir Dogs leerde hoe je een oortje moet snijden, liet Luis Bunuel zien hoe je haarfijn met een scheermesje door een oogbol kon klieven. Nu zaten er nog wel meer degoutante scènes in Un Chien Andalou uit 1929 (de mieren in de hand bijvoorbeeld), maar het oogbolfragment maakte de Spaanse surrealist Luis Bunuel wereldberoemd. Het is een vreemd fenomeen dat zulke filmische details de aandacht van pers en publiek grijpen. Alsof het snijden in een oogbol zoveel erger is dan pakweg Rambo die in zijn eentje een heel leger uitmoordt. Geen haan die ernaar kraait dat Arnold Schwarzenegger onlangs nog in Collateral Damage een afgrijselijke wraakactie ontrolde met tientallen slachtoffer tot gevolg, maar één moord in Irréversible blijkt genoeg om de discussie over geweld in films weer ten top te drijven.
Toegegeven: de scène waarin de normaal rustige en brave figuur van Pierre in de onderwereld van de homobar Le Rectum naar een brandblusapparaat grijpt en er vervolgens mee inslaat op zijn slachtoffer, getuigt van erg weinig subtiliteit. In detail zie je hoe het gezicht van het slachtoffer bij elke klap verbrijzeld wordt, tot er niet veel meer dan een schedel met wat vlees rond overblijft. Terwijl de man nog wat stuiptrekt en zijn mond probeert te bewegen. Die scène vol nooit te rechtvaardigen geweld, zette in Cannes het hele circus op stelten. Een deel van critici en publiek vond dat de scène niet door de beugel kon. Net zomin als de afgrijselijke verkrachting die weinige tijd daarop volgt en je als toeschouwer bijna tien minuten lang met de neus op de feiten drukt.
Het brandblusapparaat als scheermesje van de 21ste eeuw: het brengt Gaspar Noé in het rijtje der filmgrootheden. Over de scéne uit Irréversible zal men nog lang doorbomen. Het lijkt dan ook een paradox waarom men zich zoveel zorgen maakt over exact déze scène, terwijl andere films zoveel méér geweld bevatten. Het antwoord is nochtans erg eenvoudig. Een Stallone of Schwarzenegger staan synoniem voor entertainment, waarin het uitschakelen van de vijand verworden is tot een macaber videospelletje. Onder het mom van amusement en escapisme lijkt geweld ongevaarlijk, want niet echt. Gaspar Noé heeft geen boodschap aan veel popcorngehalte of cartoonesk geweld. Hij toont de ruwe en harde realiteit. Waarin hetzelfde geweld wél tussen de ribben blijft plakken.
In deze tijden lijkt zowat alles te kunnen op het witte doek. Regisseurs zijn al lang niet vies meer van een vleugje porno in films voor een breed publiek. Wie toevallig in pakweg Romance X of Baise-Moi verzeilde, kroop wellicht met schaamrood op de wangen terug de zaal uit. Ook Irréversible heeft zijn portie bloot. Gecombineerd met het extreme geweld maakt dat van de prent wellicht de meest controversiële van het jaar. Kan het en mag het? En voor wie, waar en wanneer? Gaspar Noé verdedigt zijn prent met passie. Volgens hem kan je het hedendaags publiek alleen nog maar wakkerschudden door het te choqueren. Zijn doel is dat de toeschouwers zich vragen gaan stellen die ze anders niet zouden gesteld hebben. In dat opzicht heeft Noé alvast gewonnen spel. Niemand is verplicht de hel van Irréversible in te gaan, net zomin als je iemand kan verplichten naar het surrealisme van Bunuel of het oortje-snijden van Tarantino te kijken. Maar wie de sprong waagt, is gewaarschuwd.