SECRETS AND LIES

Pleidooi voor familiale waarden

Het hoeft niet altijd commercieel te zijn. Vandaar dat u binnenkort tussen al het Twister- en Erasergeweld naar Secrets And Lies kunt gaan kijken: de eenvoudige doch verdiende Gouden Palm van Cannes 1996.

Regisseur Mike Leigh is trouwens geen onbekende in de Franse filmstad: drie jaar terug stond hij er als regisseur van het drama Naked ook al op het hoogste schavotje. En ook met films als Life Is Sweet en High Hopes (bekroond in Venetië 1988) bewees hij dat hij wel degelijk wat in zijn mars heeft. Kenmerkend is telkens weer opnieuw dat Leigh niet de man is om platgetreden paden te bewandelen en dat hij net als zijn landgenoot Ken Loach (vorig jaar nog in de belangstelling met zijn Land and Freedom) telkens bewust kiest voor sociale en politieke onderwerpen. Een keuze die vaak niet door het grote publiek wordt geaccepteerd, maar die wel mooie momenten oplevert.

Zo ook dus met deze Secrets And Lies. Hortense (Marianne Jean-Baptiste), een elegante en intelligente zwarte jonge vrouw, gaat na de dood van haar pleegmoeder op zoek naar haar biologische moeder. Tot haar stomme verbazing komt ze in een armoedige buitenwijk terecht bij Cynthia (rol van Brenda Blethyn), een zo mogelijk nog eenvoudigere arbeidersvrouw en - jawel - blank. Al snel maakt ze ook kennis met de rest van de familie: de lichtjes gefrustreerde dochter Roxanne, haar teruggetrokken broer Maurice (een opmerkelijke Timothy Spall) en diens neurotische vrouw Monica.

Bij een eerste kennismaking ter gelegenheid van Roxannes verjaardag besluiten moeder en dochter om het nieuws nog eventjes verborgen te houden. Cynthia kan echter haar nieuwbakken moederinstinct niet bedwingen en het nieuws slaat werkelijk als een bom in. Tegelijkertijd komen ook andere kwesties terug boven water en maken vreugde en vrolijkheid plaats voor schuldgevoelens en verdriet.

Drama dus en nog geen klein beetje ook. Mike Leigh weet echter hoe hij dat in beeld moet brengen: sober, eenvoudig en zeker niet extreem. De stijl waarin alles wordt voorgesteld is er dan ook naar: lange, eenvoudige monologen gecombineerd met een al even continue en haast onbeweeglijke camera.

Desalniettemin blijven we het nogmaals herhalen: lange films zijn geen garantie voor meesterwerken. Bijna tweeëneenhalf uur duurt het deze keer en dat is te lang, waardoor er teveel dode momenten zijn. Jammer, want wat we tijdens de laatste dertig minuten te zien krijgen, is meer dan hoogstaande kwaliteit.

Voor wie het nog niet moest weten: Secrets and Lies is geen lopende bandwerk uit Hollywood, maar komt rechtstreeks en zonder omwegen uit Groot-Brittannie in onze bioscopen terecht. Na Trainspotting de tweede meer dan behoorlijke film van onze op politiek vlak immer weer dwarsliggende Britten. Maar filmen, dat kunnen ze. Zeker weten.