THE ELEPHANT MAN

'I am a human being!'

Foto: Paramount
In het rijtje lelijkaards kon hij de concurrentie met Quasimodo, Frankenstein of het spook van de opera makkelijk aan, maar voor de rest was het leven van The Elephant Man doffe ellende. Misvormd door een vreselijke ziekte moest Joseph Carey Merrick als hoofdact in een afschuwelijke freakshow door het leven, tot de dood hem op jonge leeftijd genadeloos inhaalde. In 1980 maakte David Lynch de olifantenman onsterfelijk in zijn magistrale zwart-wit klassieker.

Zelden is het cinemapubliek zo verdeeld als over de films van David Lynch. Of je valt in zwijm van bewondering voor zijn bijna ondoordringbaar bizarre beeldentaal, of je vindt al die ijdeltuiterij maar twee keer niks. Twee films vormen een uitzondering of Lynch' hele oeuvre: het ontroerend mooie The Straight Story uit 1999 en het al even aangrijpende The Elephant Man uit 1980. Je kan voor of tegen Lynch zijn, maar iedereen met een kloppend hart, kan bij deze twee films niet onberoerd blijven. The Elephant Man was medio jaren tachtig David Lynch' grote doorbraak in Hollywood, niet alleen omdat het zijn eerste echte grote film was, maar vooral omdat het de meest toegankelijke was. Tot dan toe had Lynch, op 20 januari 1946 in Montana geboren, zich vooral in de marge van het filmbedrijf beziggehouden met experimentele werkjes. Zijn eerste film, Six Figures Getting Sick (uit 1966) was bijvoorbeeld een soort bewegend schilderij van brakende figuren. Hij ging op hetzelfde pad verder met The Alphabet (1968) en The Grandmother (1970), Lynch' eerste werk van langere adem. Die vingeroefeningen culmineerden uiteindelijk in Lynch' grote debuut, de cultklassieker Eraserhead (1976).

Eén man was erg onder de indruk van Eraserhead en het was dan nog wel een komiek: Mel Brooks, toen erg bekend uit onder meer Young Frankenstein, Silent Movie en High Anxiety. Hij had net een nieuw productiehuis opgericht en wou graag Lynch' nieuw project produceren. Toen Lynch een eerste scenarioversie van The Elephant Man onder ogen kreeg, was hij meteen verkocht. Het relaas van de totaal mismaakte man was gebaseerd op twee boeken: The Elephant Man and Other Reminiscenes (1923) van Frederick Treves en Ashley Montagu's The Elephant Man: A Study in Humain Dignity (1971), maar de persoon van Joseph Carey Merrick heeft écht bestaan. Hij werd op 5 augustus 1862 in het Engelse Leicester geboren en leed aan een heel zeldzame ziekte: het neurofibromatosis-syndroom. Hij stierf op 27-jarige leeftijd in het Royal Londen Hospital.

Mel Brooks steunde het project van in het begin, maar wilde zijn naam niet op de credits hebben om het publiek niet te misleiden. Het relaas van de olifantenman was immers alles behalve een komedie. David Lynch was en is een eigenzinnig regisseur. Dat bleek onder meer uit zijn keuze van cinematograaf. Freddie Francis was in 1980 zijn hoogdagen als regisseur van horrorfilms zoals The Evil Frankenstein (1964), Tales From the Crypt (1972) en Asylum (1973) al lang voorbij en concentreerde zich in die tijd vooral op de fotografie van Britse tv-films, maar Lynch wou hem voor de job, en zou hem krijgen. De schitterende zwart-wit fotografie (die de tijdsgeest van begin 20ste eeuw moest benadrukken) bracht Francis trouwens terug op de rails. Hij zou nog de fotografie van onder meer Dune, Cape Fear en Man in the Moon verzorgen. Voor The Straight Story uit 1999 trok Lynch de toen 82-jarige Francis trouwens nogmaals uit pensioen.

Lynch' eigenzinnigheid bleek niet alleen in de keuze van zijn crew, maar ook in zijn obsessie om zelf de touwtjes in handen te houden. In zijn vorige projecten had hij niet alleen geschreven en geregisseerd, maar zorgde hij ook meestal zelf voor muziek, fotografie én special effects. Het verhaal doet de ronde dat Lynch dan ook zelf het masker voor zijn olifantenman wou ontwerpen en dat hij pas enkele dagen voor de start van de productie inzag dat hij het niet zou klaarspelen. De fx-klus werd uiteindelijk geklaard door Christopher Tucker, een ervaren make-up artiest die onder meer al voor Julius Caesar (1970), Vampira (1974), Star Wars (1977) en Boys From Brazil (1978) had gewerkt. Zijn deformatie van Hurts gezicht is tot op de dag van vandaag een huzarenstukje en had hem zeker een oscar opgeleverd, ware het niet dat die categorie pas het jaar na The Elephant Man ingevoerd werd. Tucker moest zo snel te werk gaan in de productie van het masker dat Lynch bepaalde scènes met een zak over het hoofd van Hurt moest filmen omdat de prothese nog niet af was. Volgens bepaalde bronnen duurde het twaalf uur om het masker bij Hurt aan te brengen. Fabelachtig, zeker als je weet dat Hurt de film gratis deed. Lynch koos ervoor om het gros van de scènes in de studio te draaien. De Lee International Film Studios in Wembley gaven hem de kans om licht en geluid helemaal onder controle te houden.

The Elephant Man speelt zich af in het Victoriaanse Londen van 1900. De vooraanstaande dokter Frederick Treves ontmoet er op een groezelige kermis de zwaar misvormde John Merrick, een man met een gigantisch hoofd, enorme bulten en een mismaakte arm, die er door zijn baas Norman Bytes in een freakshow als olifantenman wordt opgevoerd. Merricks moeder zou tijdens haar zwangerschap zijn aangevallen door een horde wilde olifanten. Treves koopt Merrick vrij van zijn meedogenloze baas en neemt hem onder zijn hoede. Hij zorgt voor onderdak in het Londen Hospital, geleid door directeur Carr Gomm en hoofdverpleegster Mothershead. In tegenstelling tot wat iedereen denkt, blijkt Merrick geen idioot te zijn, maar een vrij intelligent en geletterd man. Onder de vleugels van Treves ontpopt hij zich tot een geliefd en verfijnde dandy, in die mate zelfs dat de meest hooggeplaatste mensen hem komen opzoeken. Vooral de populaire toneelactrice Mrs. Kendal vindt John erg aardig. Door intern bedrog in het ziekenhuis komt Bytes zijn attractie terug op het spoor. Hij neemt hem mee naar Frankrijk, maar Merrick weet met behulp van enkele andere freaks toch te ontsnappen. Treves kan een laatste droom van Merrick in vervulling laten gaan door hem mee te nemen naar de opera, waarna de misvormde man in zijn slaap sterft.

The Elephant Man was in 1980 zowel een commercieel als artistiek succes en zou acht oscarnominaties krijgen. Even historisch als het succes werd de teleurstelling, want David Lynch en zijn team moest zonder ook maar één beeldje het Dorothy Chandler Pavilion in Los Angeles verlaten. John Hurt, de Shakespeare-vertolker die midden jaren zestig beroemd was geworden met zijn rol in Fred Zinnemanns klassieker A Man For All Seasons, verloor dat jaar van Robert De Niro (Raging Bull); David Lynch zelf van Robert Redford, wiens Ordinary People het ook van The Elephant Man haalde als beste film. Anthony Hopkins, toen 43, nog met haar en baard, had geen nominatie als beste bijrol gekregen. Nochtans maakte hij als dokter Treves een memorabele indruk. Hopkins had ervoor gekozen zijn rol minimalistisch in te vullen. Zijn relatie met de zwijgzame en stugge Lynch liet volgens geruchten zwaar te wensen over. Toch portretteert hij Treves op een erg genuanceerde manier. Enerzijds redt hij Merrick van de ondergang, maar anderzijds voert hij hem in het ziekenhuis enigszins ook als een nieuwe curiositeit op. Die dualiteit maakt van gentleman Treves minstens zo'n interessant personage als Merrick zelf. Vooral de scène waarin hij met open mond en betraande ogen de olifantenman aanschouwt, blijft hangen. Naast Hurt en Hopkins wist Lynch John Gielgud te strikken voor de rol van Carr Gomm en Freddie Jones als Norman Bytes.

Hoewel The Elephant Man als de meest toegankelijke Lynch-film wordt beschouwd, stoelde de regisseur zijn prent toch op zijn meest geliefde thema's. Dit verhaal van menselijkheid en onmenselijkheid speelt zich niet voor niets af tegen de achtergrond van de industriële revolutie (hou de klankband in de gaten en de vele scènes van fabrieken en machines), een periode waarin alles mogelijk lijkt, maar tegelijkertijd ook duidelijk wordt dat dit niet zo is. Vanzelfsprekend gaat The Elephant Man over het degraderen van mens tot object, over extreem voyeurisme en de kleine kloof tussen goed en kwaad. Zelfs helemaal op het einde, als Merrick als opgeklede dandy in het Drury Lane-theater zit, wordt hij nog steeds bekeken. Ook Treves beseft dat het lot van Merrick in al die tijd nauwelijks veranderd is. Eens freak, zo blijkt, altijd freak. Ondanks alle goede bedoelingen kan Merrick zijn lot niet ontlopen.

Na de release van The Elephant Man sloot Hollywood David Lynch met een dikke knuffel in de armen. George Lucas deed hem een historisch aanbod en wou Lynch als regisseur voor het zesde deel van zijn Star Wars-sage (The Return of the Jedi), maar de eigenzinnige Lynch had zijn zinnen gezet op een ander sciencefiction-project: Dune (1984), dat om verschillende redenen flopte. Lynch daalde vervolgens meer en meer af in zijn eigen Lynchiaanse wereld met bizarre en mysterieuze projecten als Blue Velvet (1986), Wild at Heart (1990), Lost Highway (1997) en recent nog Mulholland Dr. (2001). Midden jaren tachtig hield hij de halve wereld in de ban met Twin Peaks. In 1999 keerde Lynch terug in de realiteit met het ontroerende The Straight Story, het verhaal van de 73-jarige Alvin Straight die op zijn oude grasmaaier Amerika doorkruist om zijn oude, zieke broer op te zoeken. Die film bewees, net als The Elephant Man, dat er achter het cryptische en ongrijpbare masker van Lynch een even groot hart schuilt als in John Merrick, de olifantenman.