De twee hoofdthema's uit de film, Dead Already en Any Other Name, werden ontdekt door twee Londense trance- en ambient-dj's en voor hij het goed en wel besefte werd Thomas Newman 'the hottest new name' in New Age-land. Zijn muziek verscheen op verzamelaars in de Pure Music- en Café del Mar-series, werd gebruikt voor tv-series en reclamespots en kwam - in techo- en chill-out-versies - overal ter wereld in hitparades terecht. Hoewel zijn naam slechts in kleine lettertjes op de hoesjes van de remixes stond vermeld, werden zijn thema's ineens veelgedraaide toppers in clubs en lounges. Zijn themamuziek voor de succesvolle tv- serie Six Feet Under werd meteen uitgebracht in diverse club- en radiomixes en zelf borduurde hij verder op de stijl van American Beauty met filmscores als Erin Brockowitz en Pay It Forward.
Nochtans zijn de roots van Thomas Newman veel traditioneler. Zijn vader, Alfred Newman, was een van de belangrijkste filmmuziekcomponisten uit zijn tijd (bekend van onder meer Airport, Lost in Space, The Egyptian, en natuurlijk de fanfaremuziek van 20th Century Fox) en al vroeg leerde Thomas van zijn vader de knepen van het vak. Toen zijn vader stierf, nam zijn oom Lionel die taak van hem over, want ook hij zat in de muziekbusiness. Tijdens zijn middelbare schooltijd ging hij regelmatig met zijn oom naar de opnames van filmscores die John Williams opnam voor films van Irwin Allen, want Williams was een van Lionel Newmans beste vrienden. Het was Williams die de jonge Thomas Newman zijn eerste kansen bood in de wereld van de filmmuziek, door hem enkele scènes voor Return of the Jedi - waaronder die waarin Dark Vader sterft - te laten orkestreren.
Newman ging klassieke muziek studeren, en leerde viool en piano spelen. Met name piano was het instrument dat Newman fascineerde, en alle afgeleiden: orgel, klavecimbel, synthesizer. Zijn fascinatie voor elektronische muziek groeide toen hij samen met enkele vrienden twee groepjes oprichtte, The Innocents, een boysband die nummers maakte in typische jaren tachtig stijl, en Tokyo 77, een improvisatiegroep die instrumentale elektronische muziek maakte in de stijl van Kraftwerk en Jean Michel Jarre. Tokyo 77 wist de simplistische melodietjes en op veel effect inspelende versiersels van hun voorbeelden al gauw te ontvluchten, door met name akoestische instrumenten aan het elektronische klankenpalet van hun muziek toe te voegen. De leden van Tokyo 77, Rick Cox, George Budd and Chaz Smith, zouden onder leiding van Newman hun muziek ontwikkelen tot eigen unieke 'sound' die kon variëren van traditioneel klinkende filmmuziek tot experimentele techno.
Vooral dat eclectische aspect maakt van de muziek van Thomas Newman een unieke ervaring; het is een muziek met een onmiskenbaar eigen stijl, die zo versatiel is dat hij steeds weer verrast. Van de orkestrale grootsheid van The Shawshank Redemption en Little Women, tot de intieme ambience van In The Bedroom en Flesh and Bone, de muziek van Newman munt uit in grote verscheidenheid die ondanks alles toch steeds een eigen stem weet te behouden.
Voor liefhebbers van traditionele filmmuziek is Road to Perdition een welkome terugkeer naar Newmans oorspronkelijke roots: de nasleep die het succes van American Beauty in zijn oeuvre leek te hebben, krijgt hier een totaal andere wending, maar daar zit het feit dat Newman na American Beauty vooral films op zijn bord kreeg die qua inhoud en stijl in het verlengde lagen van American Beauty wel voor iets tussen. De maffiafilm Road to Perdition is qua setting en atmosfeer iets totaal nieuws voor Newman, en hoewel hij trouw blijft aan zijn eigen stijl, krijgen we hier een veel traditionelere Newman te horen dan in zijn meest recente films.
De eerste tonen van het openingsnummer Rock Island 1931 zijn dan misschien wel elektronisch, zodra Newman zijn orkest inzet, krijgen we de volle symfonische Newmanklank te horen die we kennen uit scores als Scent of a Woman, The Horse Whisperer en Meet Joe Black. De Uilleann pipes, de Ierse doedelzak die James Horner zo prominent aan het woord liet in zijn score voor Braveheart, suggerereert subtiel de Ierse achtergrond van de maffioso in de film, en de gitaarbegeleiding van Chaz Smith geeft het hoofdthema een ritmische schwung die een heel andere film laat vermoeden dan het sombere drama dat volgt.
De minimalistische pianomuziek, met Thomas Newman achter de toetsen, in Just The Feller en Ghosts, doet dan weer terugdenken aan het aangrijpende Any Other Name uit American Beauty. De introspectieve muziek is sfeervol en ingetogen, en suggereert de broeierige sfeer in de wereld van Michael Sullivan en John Rooney. Langzaam ontvouwt Newman zijn muziek als een origamifiguurtje dat hij terug in zijn oorspronkelijke staat, het ongeplooide blad papier, terug wil brengen, net zoals in de film Sullivan de relatie tussen hem en zijn zoon terug in zijn oorspronkelijke staat probeert te krijgen. Newman verwijst in zijn muziek verschillende keren naar de sfeer en het timbre van het openingsnummer van de film, en in nummers als The Farm en Cathedral, krijgen we prachtige warme melodielijnen te horen die suggereren dat terugkeer mogelijk is. Vooral het onbeschrijfelijke mooie - en veel te korte - The Farm is een waar hoogtepunt in de filmscore, met opnieuw Thomas Newman achter de piano en warme strijkersklanken die duidelijk maken dat Sullivan uiteindelijk een man is met een hart en ziel die alleen maar zijn werk doet. Newmans muziek benadrukt de menselijkheid van de personages in de koude, ietwat afstandelijk in beeld gebrachte wereld van Mendez' film. Met de koormuziek waarmee Cathedral afsluit, grijpt Newman dan weer rechtstreeks terug naar zijn magnifieke hoofdthema voor Oscar and Lucinda, een van de verborgen juwelen in zijn oeuvre.
Road to Perdition is een adembenemende nieuwe soundtrack van Thomas Newman. De muziek zit de beelden als gegoten, maar ook op cd blijft de muziek beklijven. De cd bevat nagenoeg de volledige score van Newman, maar daar bovenop nog een viertal source tracks die in de film worden gebruikt om de sfeer van de jaren dertig op te roepen. Deze staan jammergenoeg kriskras door de score van Newman (in min of meer chronologische volgorde) waardoor het interessant is om die uit te programmeren. De thematiek van Road to Perdition is wellicht niet zo off-the-road als die van American Beauty, waardoor de kansen kleiner zijn dat nummers als Just the Feller en Ghosts ooit als chill-out versies op toekomstige Café del Mar-compilaties terecht komen, maar als het toch zou gebeuren, zou het ons niet verbazen; behalve heerlijk atmosferische nummers, zijn het ook indrukwekkende stalen van de schitterende muziek die Thomas Newman keer op keer weer componeert.