WELCOME TO THE DOLLHOUSE

Revenge of the nerds?!

Het kan niet op: naast de Gouden Palm Secrets And Lies nu ook nog de winnaar van het Sundance-festival deze week bij movie: het begint hier haast een heuse cinefiele boel te worden.

Dat Sundance-festival heeft met de jaren een behoorlijke reputatie hoog te houden wat de zogenaamde independent films betreft, of, in wat eenvoudiger termen, de alternatiefjes in filmland. Meteen weet u al waaraan u zich met deze Welcome to the Dollhouse kan verwachten. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: de prent heeft wel iets, maar moet het tegenover de Gouden Palm-winnaar wel zonder meer afleggen. Daarvoor acteert de cast iets te voorzichtig, is het hele verhaaltje een tikkeltje te doorzichtig en mist het geheel net die uitstraling om ruim anderhalf uur geboeid naar het witte doek te kijken.

Het uitgangspunt van Welcome to the Dollhouse is desalniettemin toch iets of wat belovend: weinig commerciele jeugdherinneringen van een meer dan vreemde eend in de bijt. Hoe zou je overigens zelf reageren: een uiterlijk dat veel weg heeft van een beschimmeld brood, een al even populaire oudere broer en een jonger zusje dat het keer op keer klaarspeelt om je in de nesten te werken en pa en ma ook nog kan overtuigen dat het allemaal jouw schuld is: je zou voor minder van het dak willen springen. Zo'n vaart loopt het gelukkig niet met het hoofdpersonage Dawn Wiener (rol van Heater Matarazzo), al had zij zich haar middelbare studies allicht anders voorgesteld. Komt er nog eens bij dat zijzelf door dit alles ook niet echt het karakter heeft gekweekt van een aardig, lief meisje en dat dat door haar klasgenoten ook niet echt in dank wordt afgenomen. Met alle gevolgen vandien.

Herkenbaarheid is de grootste troef die regisseur Todd Solondz en zijn kompanen uitspelen. En daar zijn ze gedeeltelijk wel in geslaagd want iedere school, elk klasje heeft wel zijn eigen Dawn. Probleem is echter dat wanneer zij de pedalen verliest, de film zelf ook als een overjaarse plumpudding in elkaar zakt. Het plotse en open einde komt dan weeral volledig onverwacht over en onevenwichtig is dan ook het woord dat alles bij elkaar de film nog het best typeert. En dat is jammer, want ondanks alles is er toch wel wat potentieel. Een probleem waarmee menig debuterend filmmaker heden ten dage wel meer mee te kampen heeft.

Voor de volledigheid overlopen we nog eventjes de andere namen van de prent, maar die zeggen de gemiddelde movie- lezer allicht evenveel als een derderangse regeringsmededeling: Bill Buell en Angela Pietropinto als weinig begripvolle ouders, Daria Kalinina als een irritant zusje wiens strot je met plezier zou dichtknijpen en Brendan Sexton Jr, als Dawns liefje tegen wil en dank. Ze doen hun best, maar geven geen extra waarde. Wat uiteindelijk rest is een aardige film maar ook niet meer. En dat dit ook de mening van de toeschouwers zal zijn, is voor ons al een quasi certitude.