'Na nine-eleven heeft iedere Amerikaan daar recht op,' zo vindt Moore. Hij groef dieper dan hij verwacht had, want in zijn film - niet voor niets de eerste documentaire die dit jaar genomineerd werd voor de Gouden Palm - geeft hij een rake cynische schets van zijn vaderland. Tot in haar diepste wortels is de proud and mighty US of A immers doordrongen van pure angst. Sterker nog, Moore laat zien dat Amerika zonder angst niet zou geweest zijn wat het nu is.
De manier waarop hij te werk gaat, is in feite niet nieuw. We hebben het hier immers over dezelfde man die 13 jaar geleden het al even scherpe Roger & Me afleverde, de non-fictiefilm met de hoogste box-office aller tijden. Beschouw het als een waargebeurd verhaal over een vreemd mannetje dat heel vastberaden General Motors-baas Roger Smith om uitleg gaat vragen. Smith had net enkele duizenden banen geschrapt en dat had een zeer kwalijk effect op het stadje waar het gevestigd was: Flint, Michigan. En dat moest nu net Moores geboortedorp zijn. Gewapend met een 16mm (camera, that is) bleef Moore beetje bij beetje de waarheid pijnlijk satirisch blootleggen, tot hij eindelijk bij de eindverantwoordelijke zelf terechtkwam.
Al zijn hele leven klaagt Moore de sociale wantoestanden en politieke wansmakelijkheden op de gelauwerde Moore-methode aan. Op zijn 22e al stichtte hij The Flint Voice, een alternatieve krant die al gauw veel aanzien kreeg in het progressieve Amerika. De Moore-methode is ook in boekenvorm verkrijgbaar. Aan de titels 'Downsize this! Random threats from an unarmed American' (1997), en 'Stupid white men and other sorry excuses for the state of the nation' (2001), ziet u al dat het de goedlachse Moore wel degelijk menens is. En deze boeken zijn geen voer voor de Amerikaanse De Slegte, maar bevolken keer op keer de nationale bestsellerlijsten.
Daags na de slachtpartij op Columbine High School in Littleton, Colorado, besloot Moore om een documentaire over het drama te maken. Tijdens zijn research kwam hij echter te weten dat één van de twee daders in zijn jeugd enkele kilometers van Moores Flint, Michigan gewoond had. Ook de partner van Timothy McVeigh - verantwoordelijk voor de bomaanslag in Oklahoma City in 1995 - bleek in hetzelfde dorp als Moore op school gezeten te hebben. Gefronste wenkbrauwen bij Moore. Toen begon de focus van het project eensklaps fameus uit te breiden. Eerst schoot een zesjarig jongetje na enkele maanden opnames een klasgenootje dood. In Flint, Michigan. Moore besefte nog maar net dat hij zijn film niet meer tot Littleton kon beperken, of elf september gebeurde kort erna. Hij was hierom genoodzaakt om met de auto van LA tot New York terug te rijden. Tijdens dat weekje praatte hij onderweg met zoveel mensen hij kon over de gebeurtenissen. Blijkt dat iedereen en alles in Amerika, van L.A. tot Butthole, Missouri tot New York gedrenkt is in een een cultuur van agressie en paranoïa. Moores casestudy paste perfect in deze globale situatie. Om deze reden trok hij zijn onderwerp door tot de eigenlijke essentie: niet Littleton, niet de wapencultuur, maar de hele Amerikaanse way of life.
Bowling For Columbine begint met een chronologische opsomming van gewapende conflicten die Amerika steunde. We zien niet alleen WOII en Vietnam voorbijflitsen, maar ook de smerige steun tijdens de jaren '80 aan Saddam Hoessein tegen Iran en - voor degenen die het nog niet wisten - aan Osama Bin Laden en de rest van de mujaheddin-verzetsstrijders tegen de sovjetbezetting in Afghanistan.
Moore komt behoorlijk onbehouwen over: met zijn 120 kilo, eeuwig petje en afgerafelde jeans lijkt het alsof hij met zijn makkers een dagje is gaan hengelen. Toch slaagt hij erin om verbluffend eerlijke reacties los te wekken van mensen die zich zo'n oprisping van eerlijkheid beter niet kunnen veroorloven. Zo vindt een jonge twintiger uit Littleton het zelfs jammer dat hij nooit eerst stond op de lijst van risicoleerlingen op zijn vroegere school. Daarom besloot hij maar om te koop te lopen met zijn grote belangstelling voor Hitler, het 'anarchist cookbook' en ander fraais. Moore interviewt verder enkele fiere hillbilly-wapengekken en vraagt hen oprecht waarom ze het nodig vinden meer dan dertig wapens in huis te hebben.
Columbine is niet alleen sociaal relevant, deprimerend of grappig (South Park is even niet ver weg), het is vooral spannend! Dit zou je niet verwachten van een sociale documentaire, maar Moore kondigt steeds in voice-over aan wat hij zinnens is te doen en hoe beniewd hij is over wat er uit de bus zal komen. En op de een of andere manier geloof je dit. Hij troont met een - deels verlamde - overlevende van het Columbine-drama naar de hoofdzetel van K-Mart om de directie er op te wijzen dat de twee daders hun kogels bij de plaatselijke vestiging kochten. 'Guys, keep on filming,' fluistert hij, want hun bescheiden protestactie neemt een onverwachte wending.
Moore bezoekt kleine dorpjes als Littleton, Flint, maar ook Chicago en andere grootsteden. Hij reist zelfs naar Canada om zijn bevindingen even te vergelijken, zodat hij uiteindelijk zijn web gesponnen heeft over gans Amerika. Bijna wordt hij een natuurlijke eenmans-tegenpool voor de conservatieve architecten van de Amerikaanse cultuur, die verantwoordelijk zijn voor de verwrongen toestand van het land.
Zijn odyssee eindigt in majeur. Hij gaat op huisbezoek bij de voorzitter van de National Rifle Association, niemand minder dan Charlton Heston. Dit fossiel, de vervloekte samensmelting tussen een halve eeuw populaire cultuur en twee eeuwen xenofoob conservatisme, toont in zijn gesprek met Moore dat hij macht én angst heeft. Een kanon van een climax, zelden gezien. Maar had Moore gemogen, hij had in het Oval Office de grootste - en machtigste - angstigaard van allemaal eraan gerijgd.
Ongeschoren, met zijn Betacam op zijn schouder.
Genre: Documentaire
Speelduur: 2u00
Regie: Michael Moore