Het is nauwelijks te geloven, maar 2002 was het jaar waarin George Lucas' tweede deel van de Star Wars-saga in de zalen verscheen. Zó lang lijkt mei al geleden en zó snel glippen de films door de mazen van het geheugen. Dat zegt iets over de houdbaarheidsdatum van de moderne film, maar natuurlijk vooral iets over Attack of the Clones. George Lucas mag op technisch vlak dan wel een niet te onderschatten pionier zijn geweest, steeds meer valt het op dat het zijn neverending orgasm aan een hart ontbreekt. Jazeker, Attack of the Clones was een betere film dan de kinderfilm The Phantom Menace, maar nooit kwamen de personages ook echt los uit hun digitaal decor. Het klinkt als een cliché, maar Lucas was beter met de originele trilogie. Niettemin waren de Clones goed voor een magistrale opener aan de box-office (86 miljoen) en een totaal van 308 miljoen dollar. En natuurlijk die ene scène, waarin de stokoude Jedi Master Yoda de wetten van de zwaartekracht tartte in gevecht met Christopher Lee's Count Dooku. Maar het wil toch wat zeggen als vooral díe scène op ons netvlies bleef plakken.
Naast Attack of the Clones zorgden nog meer films dit jaar voor de nodige déjà vu's omdat ze deel uitmaken van een groter verhaal. De Men In Black mochten in de filmzomer opnieuw the earth from the scum of universe beschermen. Maar grotere wapens en meer aliens leverden voor Will Smith en Tommy Lee Jones toch niet dezelfde fun op als vijf jaar geleden. Austin Powers (in Goldmember) was dit jaar aan zijn derde deel toe; jarige James Bond (Die Another Day) aan zijn twintigste en Harry Potter aan zijn tweede. The Chamber of Secrets was met 228 miljoen dollar een gouden snaai waard, maar legde ook pijnlijk de tekorten van de franchise bloot. In feite was de prent niet meer en niet minder dan een nogal saaie opeenvolging van avonturen, waar niet de minste magie van afdruipt. Het is een beetje regisseur Chris Columbus' fout dat we stilaan wel genoeg hebben van dat brilletje en die bezem. Betekent het jaar filmstilte voor Potter het vroegtijdige einde van de franchise? Of heeft de Mexicaan Alfonso Cuarón (die ons dit jaar het stomende Y tu mamá también bracht) voldoende buskruit in zijn toverstokje om het tij te keren? Het zal ons benieuwen. En dan was er ook nog Die Ene Film. Béétje onevenwichtig bevonden door zwartkijkende orks, maar de veel positievere hobbits onder het filmjournaille vonden Lord of the Rings: The Two Towers dan weer meesterlijk. Daar sluiten wij ons volledig bij aan. Als je uit een digitaal personage (Gollum) zoveel emoties weet te persen, dan ben je goed bezig. Al hoeft een nieuwe oscarcategorie nu ook weer niet.
Eén film veegde dit jaar alle hobbits, dreuzels en Yoda's op een hoopje en dat was toch wel een beetje verrassend. Sam Raimi's comicverfilming Spider-Man kwam, zag en overwon. Hoewel Spidey niet álle criticasters in zijn web kon vangen (ons overigens wél) bleek de film de succesrijkste van het jaar. Spider-Man klom al na drie dagen voorbij de 100 miljoen, na zeven dagen over de 200 miljoen en zou pas stokken bij 405 miljoen dollar. Wereldwijd bracht Spider-Man het dubbele op. Veel meer dan van de speciale effecten en de toch wel irritante Green Goblin, hielden wij van de somberheid en tristesse waarmee Tobey Maguire alias Peter Parker tegen wil en dank de heldenrol op zich moest nemen. Een held van vlees en bloed dus, wat van veel andere action heroes dit jaar (weer maar eens) niet gezegd kon worden. De nieuwe helden van Dollarwood luisteren tegenwoordig naar ronkende namen als Vin Diesel (XXX) of The Rock (The Scorpion King), maar hun testosteron en gebrek aan herseninhoud kan ons gestolen worden.
2002 was het jaar waarin heel wat zogenaamde gevestigde waarden hun ding deden. Reikhalzend was het uitkijken naar de samenwerking tussen Steven Spielberg en Tom Cruise voor het geniale Minority Report, een film die nu al als de nieuwe Blade Runner wordt beschouwd. Cruise was dit jaar ook nog te zien in Cameron Crowes Vanilla Sky, de maar half geslaagde remake van Alejandro Amenabars Abre los Ojos. David Fincher sloot ons twee uur met zweethanden op in het claustrofobische Panic Room, Sam Mendes sleurde ons door regen en duisternis langs de Road to Perdition, Brian De Palma puzzelde met de verhaalstructuur in Femme Fatale en Robert Altman loste moorden op in Gosford Park. De iets meer gestoorde zielen onder ons konden dit jaar hun hart ophalen, want we kregen zowel een nieuwe David Lynch (Mulholland Drive) als een nieuwe David Cronenbergh (Spider). Dé meest gelauwerde film van het jaar - tot spijt van wie het benijdt - werd A Beautiful Mind van Ron Howard, dat medio maart met de oscars voor beste film en beste regisseur aan de haal ging. Russell Crowe moest de oscar voor beste mannelijke hoofdrol aan Denzel Washington (Training Day) laten, die samen met Halle Berry (Monster's Ball) voor een historische 'zwarte' avond zorgde. Nog drie degelijke films om het af te leren: drukke jongen Steven Soderbergh serveerde ons Ocean's Eleven; Michael Mann regisseerde Will Smith als Ali en Sean Penn liet tranen rollen met I am Sam.
Een jaar na Nine Eleven bleek dat de filmindustrie dan toch niet in navolging van de Twin Towers zou instorten. We kregen maar liefst drie combat movies op het witte doek: Black Hawk Down (Somalië, 1992), We Were Soldiers (aanloop tot de Viëtnam-oorlog) en Windtalkers (W.O. II). Met die laatste film verloor balletmeester John Woo veel van zijn krediet. Hij heeft een virtuoze come-backfilm nodig om het goed te maken. En dan was er ook nog Collateral Damage, dat onding waarin actiefossiel Arnold Schwarzenegger op z'n eentje de blinde wraak van Amerika mocht incarneren. Nee, geef ons dan maar een goeie thriller, genre The Sum of All Fears (met Ben Affleck) of The Bourne Identity (met z'n maatje Matt Damon). Twee van de beste thrillers van het jaar waren het ijzingwekkend koele One Hour Photo van Mark Romanek en Christopher Nolans remake van Insomnia. Beide met clown Robin Williams als bad guy! Dat we dat nog mogen meemaken.
Met Robin Williams op het ernstige pad, hadden we op een goed humorjaar kunnen hopen, maar niets bleek minder waar. Als het op lachen aankomt heeft mindless Hollywood meestal een erg hoog FC De Kampioenen-gehalte. Goed voor gevulde zaterdagavondzalen en een heuse hausse aan popcornverkoop, maar filmkunst is volgend lijstje niet: The Royal Tenenbaums, The Divine Secrets of the Ya-Ya Sisterhood, Not Another Teen Movie, Pluto Nash,... en helemaal onderaan het lijstje bungelt met Scooby-Doo (opbrengst: 270 miljoen dollar - zoinks!) de grootste schande van dit filmjaar. Hugh Grant was best nog wel pruimbaar in About a Boy, maar het was de indie My Big Fat Greek Wedding die alles en iedereen een poepie liet ruiken. De film, die de carrière van Nia Vardalos naar de maan schoot, werd een sleeper in Amerika. Wat heet: de prent werd gemaakt voor 5 miljoen, bracht in Amerika 200 miljoen dollar op en verdreef The Blair Witch Project uit het dollarwoud als meest rendabele onafhankelijke film aller tijden.
De klassieke horrorfilm doet het al járen niet goed meer in Monstropolis. Dit jaar maakten twee legendarische horroriconen hun comeback op het witte doek: Michael Myers via het internet in Halloween: Resurrection en Jason Voorhees via outer space in Jason X. Vergeefse moeite. Hún franchise stierf al tien jaar geleden. Het slechte Queen of the Damned bleek Aaliyahs zwanenzang en verder konden ook The Mothman Prophecies en They niet echt bekoren. Andere horrorfilms deden het verrassend genoeg wel beter: met From Hell brachten de Hughes-broers een pikzwarte hervertelling van de Jack the Ripper-legende (en eindelijk nog 's een goeie Johnny Depp) en vampierenepos Blade II, computeradaptatie Resident Evil, drakenfilm Reign of Fire en spinnenspoof Eight Legged Freaks waren elk op hun manier goed. Het spannendst van allemaal was een film die zich al in januari aandiende: The Others, de Amerikaanse debuutfilm van Spanjaard Alejandro Amenábar. Mét glansrol van Nicole Kidman, die zowat de hele film draagt. De films van M. Night Shyamalan (The Sixth Sense, Unbreakable) kunnen we bezwaarlijk horror noemen, maar Signs had er soms een beetje van weg. Zowat iedereen was het er over eens dat Signs de zwakste Shyamalan tot nu toe was, vooral omdat het de film nogal aan geloofwaardigheid ontbreekt. Maar, jongens, Shyamalan blijft één van de beste verhalenvertellers van deze tijd en we zijn razend benieuwd naar wat de Indiër als follow-up uit zijn toetsenbord zal rammelen.
Voor de animatiefilm was 2002 een historisch jaar, want het was de eerste keer dat de potloodslijpers en computermuizen van Hollywood een afzonderlijke categorie kregen bij de oscaruitreiking. Shrek won en daarmee zetten Dreamworks en PDI hun eeuwige concurrenten Disney en Pixar (die met Monster's Inc. in de running waren) een hak. Disney had verder het klassiek geanimeerde maar hyperkinetische Lilo & Stich als quickie en bezondigde zich aan overmoed door de klassieker van Robert Louis Stevenson naar de ruimte te lanceren: Treasure Island werd de grootste flop in de geschiedenis van de Grote Muis. Terwijl Dreamworks met Spirit: Stallion of the Cimarron een nieuw middel tegen slapeloosheid uitprobeerde, was het 20th Century Fox (vorig jaar de dieperik in met Titan A.E.) die de meest frisse en originele digitale tekenfilm bracht: Ice Age. Letterlijk en figuurlijk cool.
Vorig jaar konden we ons nog opwarmen aan de oscarnominatie van Iedereen Beroemd en de Cannes-triomf van Pauline en Paulette, maar dit jaar was het wat minder gesteld met de vaderlandsche cinema. Hoewel: Meisje, het langspeelfilmdebuut van Dorothée Van Den Berghe kon, dankzij onder meer prijzen op het festival van Locarno, op heel wat internationale uitstraling rekenen, samen met Minoes, de Annie M.G. Schmidt-verfilming waarmee Vincent Ball Nederland veroverde. Frank Van Passels Villa des Roses, naar het werk van Willem Elsschot, won het zesde Filmfestival van Hollywood en kreeg drie nominaties voor de Bafta-Awards. Ook Le Fils van de gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne ging met prijzen de wereld rond. Hoofdrolspeler Olivier Gourmet, die eerder in La Promesse en Rosetta kleine rollen had, kreeg voor zijn prestatie zelfs de prijs voor beste acteur in Cannes. Ook goed bevonden: Hop van regisseur Dominique Standaert. In zwart-wit en helemaal op video: véél hoeft het allemaal niet te kosten om een goede film te maken. Leg dat maar 's uit aan Jan Verheyen (Alias) of Danny Deprez (Science Fiction). Alias bleek, niet verrassend, uiteindelijk wel de best lopende Belgische film met bijna 115.000 bezoekers.
2002 was een mooi gevuld filmjaar, met vanzelfsprekend tevéél films om hier nog eens allemaal door de mangel van een jaaroverzicht te draaien. Dat hoeft ook niet. Als we temidden van die immense fabriek die Hollywood is maar af en toe die pareltjes vinden die ons tot tranen toe raken, ontroeren of laten lachen. Films zijn dat die in feite in géén genre of categorie te proppen zijn. Films als Donnie Darko waar je als in trance naar zit te staren. Films als Iris die geen ziel onberoerd kunnen laten. Films als Hearts in Atlantis die de tranen over je wangen doen rollen. Films als Irréversible die je diep schokken. Of films als jarige E.T. die je eraan herinneren waarom het medium film ooit is uitgevonden. Meer hoeft dat voor ons niet te zijn. Op naar 2003, op naar een nieuw jaar film!