FILMJAAROVERZICHT 2002

Het mooiste moment

Gollum zorgde voor heel wat mooie momenten. (Foto: New Line)
Wie zoveel mogelijk films wil zien, heeft het niet makkelijk. Een heel jaar leven en ademen in het bioscoopdonker, slechte, voorspelbare en opgeblazen films bekijken. Maar allemaal doen wij het voor één ding: die zeldzaam mooie momenten die je nooit meer vergeet. Ook het afgelopen filmjaar waren die er, gelukkig maar, weer. Een bloemlezing van Movie's Mooiste Momenten.

Jo Anseeuw: 'Het zag er lang naar uit dat Sam Mendes met zijn visueel verbluffende Road To Perdition met mijn filmmoment van 2002 zou gaan lopen. Mendes en Tom Hanks zorgen voor oscar-materiaal, maar het is levende legende Conrad L. Hall, de director of photography, die de show steelt. Geen enkel beeld dat Hall met zijn camera registreerde is doordeweeks of vergezocht, maar zijn pure pareltjes die zo in een kader aan de muur kunnen. Met een extra uitvergroting van het magistrale vuurgevecht in de gietende regen. Maar uiteindelijk ben ik vlak voor de eindstreep gezwicht voor een stukje filmgeschiedenis in wording. In hetzelfde jaar dat we met Attack of the Clones, Harry Potter en Spiderman platgebombardeerd werden met digitale hoogstandjes, wist Peter Jackson ons na 3 uur verdwaasd achter te laten in een veel te drukke cinemazaal. En dan heb ik het niet alleen over zijn alles overtreffende massagevechten in The Two Towers, de epische muziek of de prachtige sets maar wel over zijn digitale Gollum. Het is reeds jaren de natte droom van heel wat fx-artisten om ooit een geloofwaardig CGI-personage neer te zetten. Maar Peter Jackson was zo verstandig om meer te willen. In plaats van enkel maar een visuele krachttoer uit te halen wist hij met de hulp van acteur Andy Serkis het digitale wezen ook levend te maken. De scène waarin Gollum in innerlijke tweestrijd is met Sméagol is zo met emoties doordrongen, zo knap opgebouwd en zo goed in het verhaal geïntegreerd dat je er even kippenvel van krijgt. Van het feit dat je zo diep in het hart van een digitaal wezen kunt kijken, maar ook omdat er blijkbaar toch één iemand begrepen heeft hoe hij die digitale revolutie moet gebruiken. Gollum rules them all.'

Hans Dewijngaert: 'Soms heeft een mens niet veel nodig om gelukkig te zijn. Dan heb je geen nood aan een nieuwe Spielberg, aan een nóg langere Lord of the Rings of aan een gerestaureerde klassieker. Soms wordt het medium film tot zijn ware proporties herleid: een onderdeel van een leven waarin je gelukkig bent. Zoals die negende april dit jaar, daar in hartje Londen. Van hotel naar tochtige metro, doorheen de tunnels glijden als haringen in een ton, wandelen langs de pleinen, en uiteindelijk in een bioscoop belanden. Plaats: Warner Village Cinemas, zaal 6. Tijd: 21.20 uur. Film: Ice Age. Lachen, tegen elkaar aanschurken, met z'n tweeën eenzelfde emotie delen, en de hele wereld je middenvinger laten zien. Zomaar. Dat zijn filmmomenten die je koestert.'

Jos Wolffers: 'Mijn mooiste filmmoment van 2002 is niet zozeer een moment, eerder een aaneenschakeling van onvergetelijke gebeurtenissen. Als trouwe bezoeker van het Festival van de Fantastische Film van Brussel beleef ik jaarlijks sowieso wel een paar memorabele momenten, maar wat het Festival dit jaar voor me in petto had, dat had ik zelfs in mijn stoutste dromen nooit durven verwachten. Dit jaar werd ik met een collega voor een journalistieke missie naar het Festival gestuurd, om een paar filmpjes te kijken en wat interviewtjes te doen. Toen we er echter achterkwamen wie we mochten interviewen, was onze reactie vergelijkbaar met die van de hond van Pavlov op de bewust bel. We mochten namelijk achtereenvolgens een tête-à-tête doen met Dick Maas (de regisseur van de Flodder-films), Robert Englund (Feddy Krueger uit de Nightmare On Elm Street-films) en Saruman himself, Christopher Lee. Helaas viel dat gesprek op het laatste nippertje in het water, omdat Lee zich als voorzitter van de jury volledig zo goed mogelijk van zijn taak wilde kwijten en alle geplande interviews liet afspringen. Gelukkig konden we nog wel een publiek debat bijwonen, waarin Lee met onder andere Robert Englund over "horrorfilms van toen en nu" discussieerde. Later kreeg ik ook nog de kans om handtekeningen te vragen aan Mamuro Oshii (de regisseur van Ghost In The Shell en Akira) en horror-maestro Dario Argento, die er in levende lijve minstens even goor uitziet als zijn films. Het programma van het Festival was trouwens net zo subliem als de gasten. Ik heb ondermeer mogen kennismaken met instant-klassiekers als Avalon (Mamuro Oshii), Series 7: The Contenders (Daniel Minahan), Kaïro (Kiyoshi Kurosawa), El Espinanzo Del Diablo (Guillermo Del Toro), Versus (Ryuhei Kitamura) en met mijn absolute favoriet van 2002, het briljante (ik zou haast durven zeggen) geniale Donnie Darko van Richard Kelly. Je begrijpt wel dat het bijzonder moeilijk is om uit al deze fijne hoogtepunten één enkele topper te kiezen. Daarom maak ik het mezelf gewoon gemakkelijk, en schaar al deze onvergetelijke momenten onder een kap. Mijn plannen voor maart 2003 liggen trouwens al vast.'

Tim Veekhoven: 'Soms durf je als Star Wars fan wel eens te vergeten dat er een nieuwe film is verschenen. Je bent al enkele jaren met de film bezig, kent de personages al vooraleer je de film één keer hebt gezien en vooraleer de dvd op de markt komt ken je het script al uit je hoofd. Een nieuwe Star Wars-film wordt als het ware zo snel in je fan-beleving opgeslorpt dat je de release als normaal gaat beschouwen. De release van Episode II torent natuurlijk mijlenver boven alles uit. Op een niet Star Wars-niveau gesproken herinner ik me hoe na een dikke twee uur een aantal mensen de zaal verlieten bij Mulholland Drive, de memorabele Lynch-film. Blijkbaar hadden zij nog nooit gehoord van Dick Laurent of van 'that gum you like is going to come back in style'. The Two Towers (desondanks de talloze veranderingen tegenover het boek) en Minority Report vervolledigen mijn lijstje van de meest memorabele films uit 2002.'

Steven Van den Brande: 'Potverdorie, dat is hier nog niet gemakkelijk. Een mooiste moment bedenken voor een filmjaar dat je sowieso al maar matig kon bekoren. Een jaar dat zich ook weinig beloftevol liet aankondigen. Een blik op de releaselijst leerde al gauw dat een groot deel van de geïnvesteerde filmdollars dit jaar ging naar sequels of remakes. En dat is meestal geen goed teken. Niet dat we dramatisch moeten gaan doen, maar een mooiste moment halen uit twaalf maanden eenheidsworst, het was tot voor kort geen sinecure. Tot de gezegende dag 14 november 2002. Het was een donderdagavond. Net zoals (bijna) elke donderdag begaf ik mij nietsvermoedend naar de lokale bioscoop in Leuven. Op het programma: de wekelijkse sneak preview. De gelegenheid bij uitstek als je samen met je cinefiele vrienden eens lekker wil onderuitzakken bij een film die ten vroegste pas de week erop in roulatie komt. Tenminste, dat is de theorie. Soms krijg je ook zeldzame experimentele projecten voorgeschoteld waarvan je bijna met zekerheid kunt stellen dat ze de normale roulatie nooit zullen halen. Die avond was het zover. Tien minuten voor aanvang van de projectie kwam een stelletje vreemde vogels de bioscoopzaal ingeschuifeld: dat bleken achteraf de producer, regisseur en hoofdacteur van de film te zijn. 22.30, de openingscredits beginnen te rollen en, jochei jochei, we krijgen zowaar een Belgische film voor de kiezen genaamd Engine Trouble. Misschien wel de minst originele naam voor een filmtitel, maar dit is dan ook zowat de minst originele film die je kan bedenken. Twee meisjes trekken erop uit met de wagen, krijgen in the middle of nowhere autopech en komen zo in de klauwen terecht van een familie psychopaten. That's it. Wat was er dan zo goed aan die film, vraagt u? Niets, absoluut niets. En daar schuilt hem de schoonheid in van die avond. Dit was het soort film dat je normaliter alleen thuis op huurvideo te zien krijgt. Geen TV-zender die dit durft uit te zenden, geen distributiemaatschappij die hiervan een DVD-release durft op de markt te gooien. Dit was pure kitsch, camp van het zuiverste water, zo schabouwelijk dat niemand in de zaal zijn schaterlach kon onderdrukken. Iedereen was aan het scherm gekluisterd en begon de hoofdpersonages zowaar goeie raad en waarschuwingen toe te schreeuwen. Een uniek filmmoment, als u het mij vraagt, want ik denk niet dat er na die avond nog enige levende ziel deze film op het witte doek zal te zien krijgen. Ongetwijfeld mijn mooiste moment van 2002.'

Tom Verbruggen: 'Oktober. Het Gents Filmfestival was weer kort maar hevig aan het bloeien. Met mijn perskaart aan mijn leibandje ging ik al enkele dagen trouw naar de persvisies (voor u! voor u!) om de verrassingen te ontdekken. Mijn mooiste moment is onlosmakelijk verbonden met de Belgische film Science Fiction. Inderdaad, door mij geëxecuteerd in een bespreking midden oktober, maar toen ik zei 'verbonden met', sloeg dat mooiste moment op de gebeurtenissen de film. Ik was immers met drie collega-reporters gaan kijken. Ook zij waren even van slag als ik door het bedenkelijke allooi van de prent. Toen we echter in het gedrum de zaal verlieten - ze zat goed vol, wat normaal is voor een film van eigen bodem - hoorden we allen de unanieme mening rond palaveren dat het een schit-te-ren-de prent was. Ook enkele vooraanstaande Belgische filmmakers bezongen in hun beste tussentaal de kwaliteiten van SF. Ons vermoeden op een slinks complot begon te rijzen. Ergens te verwachten, want u moet weten dat een dergelijke mainstream film staat of valt met de goede kritieken in de pers. Maar goed, niettemin verdwaasd door deze onvermoede samenzwering, besloten we alsnog een pintje te drinken in de festivalbar, kwestie van die dag te redden wat er te reden viel. Ik begon me serieus af te vragen of ík iets gemist had. Had een vlaag van cinefiel snobisme mijn perceptie bevangen? Was mijn mening scheefgetrokken door een spijtig scenariotechnisch mankementje dat ik had opgemerkt tijdens het eerste kwartier, waardoor ik ongeduldig zat te wachten op een volgend schoonheidsfoutje? Ik begon zowaar aan mezelf te twijfelen en besloot bijna om nog even te wachten met de recensie, tot ik de film een tweede keer had gezien met de publieksvisie. Goed dan, een tweede indruk was misschien wel rechtvaardig. Tot... Tot ik enkele minuten later in het dagelijkse festivalkrantje een interview las met de verantwoordelijken, regisseur Deprez en scenaristen Craps en Van Rijckegem. Na een dikke minuut kreeg ik - zo zei men me - een diabolisch trekje aan mijn ooghoeken en begon ik akelig te monkellachen. 'Wat, wat, wat?', zo vroegen mijn bevriende kijkgenoten. Waarop ik plechtig, doch intens sardonisch een citaat van de drie voornoemde heren voorlas: 'We haalden onze suspense-inspiratie bij grootmeesters zoals Hitchcock en Polanski. Hun films hebben we enkele jaren grondig bestudeerd.' (Vergeef me indien dit niet letterlijk zo werd geformuleerd, maar daar kwam het op neer en zo staat het nog steeds in mijn geheugen gekrast.) 'Inspiratie bij den Hitch en de Roman hè?' siste mijn Antwerpse collega, 'Mijn oren, ja, de onbeschaamde klungels,' besloot hij vol verachting. Ik knikte hem traag toe - al even samenzwerend als onze zaalgenoten - nam mijn groen notitieboekje, graaide een pen van de tafel naast ons en begon aanstonds aantekeningen te maken toen ze nog vers in mijn geheugen lagen. 'Die gaan er van lusten,' zei ik.'

Reggy Hafkenscheid: 'Ik heb bewust gewacht met het insturen van mijn filmmoment tot afgelopen zondagavond 22 december. Ik wist bijna zeker dat ik die avond mijn mooiste filmmoment zou beleven. Dit jaar zijn er een paar films geweest waarvan ik heb genoten, films die mij vastspijkerde aan de fluweelrode bioscoopstoel. Signs, Road to Perdition om er een paar te noemen en ondanks het vele negatieve gezeur over de Star Wars-prequels was voor mij Attack of the Clones met name de fantastische finale een geweldig filmmoment. Zo'n moment dat je je weer een klein jongetje voelt die voor het eerst Star Wars op het grote witte doek ziet. Dan hebben we ook nog de boer- en scheetwedstrijd tussen Shaggy en Scooby Doo, een scène die me constant bij is gebleven... maar niet mijn mooiste filmmoment was. Goed, terug naar die ene zondag, de avond dat ik eindelijk de kans kreeg om The Two Towers te zien. De lichten gaan uit, commercials zijn eindelijk afgelopen, zenuwen gieren door je lichaam, New Line Cinema logo komt in beeld, gevolgd door The Lord Of The Rings-titel. Plotseling zie ik vanuit mijn borstkast een wormhole net als in Donnie Darko, richting doek gaan en in een flits loop ik samen met Frodo en Samwise door Middle Earth. Ik vergeet dat ik in de bioscoop zit, tijd speelt geen rol en het enige wat ik wil is die vervloekte ring naar Mount Doom brengen. Ik wil mijn zwaard (of het rietje van mijn beker cola) oppakken en zij aan zij vechten met Legolas, Gimli en Aragorn. Het Uruk-Hai leger valt mij van alle kanten aan maar gelukkig schiet Gandalf te hulp... een moment dat weer ophoudt als plotseling de aftiteling voorbij schiet en felle lichten in de zaal mij weer naar de realiteit terugbrengen. Vorig jaar was the Fellowship mijn favoriete film, dit jaar The Two Towers. Peter Jackson, mijn grote held, toen ik Bad Taste en Braindead jaren geleden had ontdekt, wilde niemand mij geloven toen ik voorspelde dat deze regisseur het wel ging maken. Heavenly Creatures bevestigde mijn voorspelling en met The Rings laat Peter Jackson zien dat cinema iets magisch is. Ik kreeg eindelijk weer kippenvel bij het kijken naar een film, voor mij een moment om nooit te vergeten.'

Ingrid Dendievel: 'Mooi is geen eenduidig begrip. Het kan onder andere 'ontroerend' betekenen en in dat geval moet ik terugdenken aan Hable con ella. Almodovar is de laatste jaren ingetogener geworden en dat heeft zijn films zeker geen kwaad gedaan. In Hable con ella staan, in tegenstelling tot zijn voorganger Todo sobre mi madre, de man en zijn gevoelens centraal. De hele film is één prachtig moment, maar als ik er dan toch eentje moet uitkiezen: één van de mannelijke hoofdpersonages krijgt een krop in de keel tijdens het beluisteren van een smartlap; de camera zit zo dicht op hem dat je de tranen in zijn ogen ziet springen. Ondergetekende zweefde toen bijna van haar stoel weg. Bij 'mooi' denk ik ook aan de prachtige locaties waarin sommige films zich afspeelden: de adembenemende Himalaya in The Samsara, de wijdse vergezichten in Insomnia, het sombere Finland in The Man without a Past en het desolate Vuurland in Todas las azafatas van al cielo. Ook soberheid kan mooi zijn, zoals in Le Fils, geen special effects, geen soundtrack, geen overdonderende landschappen, alleen een knap verhaal en sterke vertolkingen, een film die je doet nadenken ook, dat kan niet altijd gezegd worden. Mooi kan ook betekenen 'Hoe komt ie erop???' en dan denk ik aan de geniale David Lynch die het voortreffelijke Mulholland Drive afleverde. Voorts heb ik voluit gelachen met Ice Age, Monsters Inc. en Hollywood, werd ik stil van de klasse van Road to Perdition en The Others en werd ik drie keer getrakteerd op een sterke vertolking van Ralph Fiennes: (A Taste of) Sunshine, Red Dragon en Spider. En tenslotte de categorie 'Zo slecht dat ik zin had om de zaal te verlaten': A Beautiful Mind en Spiderman.'