Paul Greengrass is duidelijk aan het zwaardere werk begonnen, na zijn The Theory of Flight uit 1998. De man heeft veel, maar duidelijk niet genoeg nagedacht over de lay-out van de film en hoe de boodschap het best verpakt moest worden.
Het begin zit alvast steengoed in elkaar. Onder dreigende muziek zien we snel afwisselend hoe het leger en de protestantse parlementariër Ivan Cooper (een verdienstelijke James Nesbitt) zich klaarmaken voor de aangekondigde protestmars. Omdat deze verboden werd door de autoriteiten omwille van enkele aanslagen de voorbije weken in London, staat het leger paraat. Meer nog, de generaal in charge heeft zelfs geheime plannen om de paracommando's in te zetten om dat stelletje Iers katholiek schorem eens mores te leren. Cooper ziet de bui al hangen, maar beseft dat hij geen andere keuze heeft dan de mars te laten doorgaan, omdat anders de plaatselijke mensenrechtenbeweging ten dode opgeschreven is. De pacifist snelt van de ene plaats naar de andere om de mensen gerust te stellen dat het noodzakelijk, maar veilig is om mee te lopen en krijgt zo tegen de vroege namiddag enkele duizenden mensen op de been.
Dan begint de ellende. We zien hoe de intelligence van het leger grandioos faalt door de (on)bewust foutief doorgegeven informatie. Greengrass bewijst dat hij de geschiedenis niet te zwart-wit ziet door enerzijds een Engelse para met gewetensbezwaren te tonen ('Ehm... moeten we een zestigjarige met een wandelstok ook als gewapende hooligan beschouwen, sarge ?), maar anderzijds ook enkele IRA- leden die wel degelijk met vuurwapens terugschieten. Cooper, in feite het enige uitgewerkte personage in de film, loopt vooraan in de betogingsstoet en begint het drama stilaan met lede ogen aan te zien.
Vanaf het moment dat de para's chargeren, evolueert de ruwe vertelstijl tot een irritant schokkende beeldensoep die zich bij wijle zelfs kon meten aan het ronduit onmogelijke Irreversible. Zeer enerverend, te meer omdat de functie van chaotische beelden soms schromelijk over het hoofd werd gezien. Zelfs de establishing shot van het nachtelijke Derry, niet meteen een spannend onderwerp, klotst en schokt van links naar rechts.
Een andere zonde is het voortdurende gebruik van veel te lange fade-outs die de scènes bij de legertop en bij Cooper afwisselen. Weer een verkeerde aanwending van het potentieel: lange pauzes tussen cuts dienen veeleer om de traagheid extra in de verf te zetten (denk aan Strangers in Paradise van Jim Jarmusch), niet om aan te geven dat het Bloody Sunday-drama zich op enkele minuten tijd heeft voltrokken. Misschien dat Greengrass ons hierdoor even op adem wil laten komen, maar werken doet het in ieder geval niet.
Gelukkig weet hij dat muziek bij een dergelijke reportage-film meer kwaad dan goed doet en daaraan heeft hij zich gelukkig ook niet bezondigd: enkel wat dreigende strijkers in het begin en het onvermijdelijke U2 met hun gelijknamig nummer tijdens de eindgeneriek. Tiens, nu er toch over U2 gesproken wordt: het personage van de jonge Gerry Donaughy, één van de vermoorde betogers, lijkt in feite redelijk sterk op Bono in zijn beginjaren.
Conclusie: geen flawless victory - maar dat wisten we al dertig jaar, nietwaar...
Genre: Drama
Speelduur: 1u47
Regie: Paul Greengrass
Acteurs: James Nesbitt, Allan Gildea,Gerard Crossan, Mary Moulds, CarmelMcCallion, Nicholas Farrell