CHICAGO

It's all show business!

Foto: Miramax
Dertien keer rolde Chicago afgelopen week over de lippen van Frank Pierson bij de bekendmaking van de nominaties voor de 75ste Academy Awards. Dertíen keer, da's amper één keer minder dan illustere recordhouders All About Eve en Titanic. De verfilming van Bob Fosse's musical dingt ook mee naar de oscar voor beste film. Is dat terecht of schromelijk overdreven?

Chicago is vanzelfsprekend de wervelende musical van Bob Fosse, John Kander en Fred Ebb die eerst in 1975 en daarna vanaf 1996 onder meer New York, Londen, Sydney en Wenen plat speelde en zes Tony Awards won. Al in de jaren tachtig wilde Bob Fosse (Cabaret, Sweet Charity, Lenny) zélf een verfilming van de musical, met Madonna in de hoofdrol, regisseren. De man overleed in 1987 echter aan een hartaanval. Het was het immense succes van Chicago (de musical) eind jaren negentig en de filmmusicalrevival van Moulin Rouge, die Bob Weinstein van Miramax ertoe aanzette om Chicago dan toch op het witte doek te krijgen. Een heikele onderneming, want hoe krijg je de elektriciteit die rond een musical in een theaterzaal hangt in godsnaam ook in een bioscoopzaal? Gelukkig ging Weinstein te rade bij een regisseur die de knepen van het musicalvak kent. Rob Marshall had in 1999 een tv-versie van Annie geregisseerd en stond bovendien samen met Sam Mendes aan het roer van Fosse's Cabaret-comeback.

Chicago is zo'n film die vanaf het prille begin de nodige media-aandacht kreeg en zo langzaam meedeinde op de golven van de oscar-buzz, alsof het al van meet af aan duidelijk was dat dit een geheide winnaar zou worden. Hoe ironisch eigenlijk voor een film die net handelt over bekendheid, roem, hype en manipulatie. De producers hadden nochtans hun handen vol om de cast rond te krijgen. Voor de vier hoofdrolspelers (Roxie Hart, Velma Kelly, Mama Morton en Billy Flynn) waren ooit - hou u vast - onder meer Cameron Diaz, Nicole Kidman, Jennifer Lopez, Madonna, John Travolta, Kevin Spacey, Hugh Jackman, Kathy Bates, Pam Grier, Goldie Hawn, Bette Midler, Liza Minnelli, Barbara Streisand, Charlize Theron, Rosie O'Donnell en zelfs - o jee - Britney Spears in de running. Allemaal loze geruchten, zo bleek later, toen op 10 december 2001 in Toronto de eerste opnames plaats vonden. In mei 2002 werd de laatste take op pelicule vereeuwigd. De producenten waren meteen 30 miljoen dollar armer.

Maar geen hond die er bij Miramax aan twijfelde dat ze dat geld dubbel en dik zouden terugverdienen. Als er iemand weet hoe je een film moet lanceren, dan Miramax wel. Chicago ging - om de oscardeadline te halen - op 27 december 2002 - in 77 zalen in première en bouwde de weken nadien, vooral via erg goede mond-aan-mond reclame, gestaag zijn terrein uit. Op 10 januari waren 362 bioscopen al genoeg om een zesde plaats te veroveren in de top-10 van de box-office. En dat terwijl de film eigenlijk pas op 14 februari in major release (2.268 zalen) zou gaan! Intussen won de musicaladaptatie ook al verschillende prijzen, waaronder Golden Globes voor beste film in de categorie musical of komedie, beste acteur (Richard Gere) en beste actrice (Renée Zellweger). Rob Marshall won ook een prijs als beste regisseur bij de National Board of Review Awards, maar verder valt op hoe lang de lijst van nominaties is. Een nominatie betekent: goed, maar niet goed genoeg. Een voorteken voor de oscars?

Vorige week bereikte de Chicago-hype nieuwe hoogten. Terwijl de cast de prent op het Filmfestival van Berlijn met veel bijval kwam voorstellen, kreeg de film aan de andere kant van de wereld alsof het niets was dertien oscarnominaties. Chicago bleef daarmee maar op één nominatie steken van de twee ongenaakbaar gewaande recordhouders All About Eve (1950) en Titanic (1997), die beiden 14 keer genomineerd werden (Titanic zou 11 oscars winnen, All About Eve slechts 6). Nog opmerkelijker is dat Chicago zich daarmee op dezelfde hoogte hees als Gone With The Wind (1939), From Here To Eternity (1953), Forrest Gump (1994), Mary Poppins (1964), Who's Afraid of Virginia Woolf (1966) en - wist u het nog? - The Fellowship of the Ring (2001).

De vraag die natuurlijk op ieders lippen brandt, is hoevéél oscars Chicago op 23 maart uit het Kodak Theatre in Hollywood mee huiswaarts zal mogen nemen. Elf zoals Titanic en Ben Hur? Tien zoals West Side Story? En vooral: verdiént een film als Chicago dat wel? Musicals zijn in de oscarrace een beetje een vreemde eend in de bijt, maar helemaal uniek is het niet: My Fair Lady won in 1964 acht oscars, Cabaret deed hetzelfde in 1972 en in 1968 ging Oliver! zelfs aan de haal met de oscar voor beste film. De kans is groot dat Chicago medio maart diezelfde eer te beurt valt. Chicago moet in de categorie beste film het strijdperk in tegen Gangs of New York, The Hours, The Lord of the Rings: The Two Towers en The Pianist. Onze gok: Chicago maakt zijn eigen hype waar en wint.

Of dat ook terecht is, is voer voor oeverloze discussies. Hoe vergelijk je een historisch epos met een literaire prent? Hoe balanceert fantasy in de weegschaal met drama? Een onmogelijke klus natuurlijk, dus zal het er wel op aankomen welke productiemaatschappij zijn film het beste aan de leden van de Academy verkocht krijgt. Als Chicago de oscar voor beste film wint, zou Rob Marshall logischerwijze ook het beeldje voor beste regisseur moeten krijgen, maar de Academy is in het verleden wel eens meer inconsequent geweest. Om even het lijstje verder af te gaan: Renée Zellweger weegt wat ons betreft een beetje licht in de categorie beste actrice, waar ze het moet opnemen tegen Salma Hayak, Nicole Kidman, Diane Lane en Julianne Moore. Richard Gere kreeg géén nominatie als beste mannelijke acteur, maar in de bijrollen was het wel weer feest: John C. Reilly, Queen Latifah en Catherina Zeta-Jones maken kans. Verder kan Chicago beeldjes winnen in de nevencategorieën voor beste vormgeving, camerawerk, geluid, song, kostuums, bewerking en montage.

Of Chicago nu écht de beste film van het jaar is, laten we even in het midden, maar een goéde film is het zeker wel. Al vanaf de openingssong (het schitterende All That Jazz) is het duidelijk dat regisseur Rob Marshall de juiste snaar weet te raken. Met zowel intimistische als indrukwekkende scènes en choreografieën brengt hij het druilerige leven in Chicago anno 1920 tot leven. Marshall vindt daarbij de goede balans tussen verhaal en songs, realiteit en verbeelding, actie en drama, humor en spanning. Makkelijk is dat niet, want Chicago is in feite een complexe musical, die niet eenduidig één genre bespeelt. Maar Marshall kloddert het verhaal, waarin would-be sterren Roxie Hart (Zellweger) en Velma Kelly (Zeta Jones) strijden voor de aandacht van de media, met veel bravoure op het grote doek. Zellweger en Jones dansen en swingen de sterren van de hemel, maar krijgen - eerlijk is eerlijk - goed weerwerk van Richard Gere, die de gladde, opportunistische advocaat Billy Flynn speelt. John C. Reilly is echt aandoenlijk als Amos Hart, de man van Roxie: zo onzichtbaar als cellofaan, maar zo innemend goed.

Vooral als Chicago straks in oscars zal grossieren, zullen we nog meer musicals in de bioscoopzalen mogen verwachten. Rent en The Phantom of the Opera zijn al in productie. Of dat een goede zaak is, moet nog blijken. In het geval van Chicago slaat de balans alvast positief over. En er waren echt geen dertien oscarnominaties voor nodig om ons daarvan te overtuigen.

Chicago speelt vanaf 26 februari in deBelgische zalen. Onze recensie leest uin de volgende editie.