Klinkt dit u een beetje goedkoop in de oren? Misschien, maar we hebben het hier ook over het leven (meer bepaald de details van het einde ervan) van Bob Crane. De man die bekend werd dankzij zijn hoofdrol in de jaren '60 TV-serie Hogan's Heroes. Die handelde over de escapades van Robert Hogan in een Duits krijgsgevangenenkamp ten tijde van WO II. Legendarisch (of toch bijna) waren de scènes waarin Hogan de draak stak met kolonel Klink en sergeant Schultz, de 2 mofrikaanse bevelhebbers van het kamp. Dewelke steevast uitmondden in een welgemeende 'Hooooogaaaannnn!', zowat de lijfspreuk van de serie. Op het moment van zijn dood was Crane echter aan lager wal geraakt en kwam hij aan de kost met 'dinner-theater', zowat het ergste wat een acteur kon te beurt vallen in die tijd. Hoe is het zover kunnen komen? Wel, dat heeft dan weer vooral te maken met Cranes grote hobby's: casual sex en home movies van de pikante soort. Hoewel je daar de dag van vandaag nog nauwelijks van achterover slaat, was dat toentertijd wel even anders.
Het begint allemaal in het Los Angeles van 1964. De dan al populaire Crane (knappe rol van Greg Kinnear) is diskjockey annex drummer bij een lokaal radiostation. Populariteit is een sterke drug, blijkt nog maar eens, en Bob droomt ervan om minstens even beroemd te worden als hét filmicoon uit die tijd: Jack Lemmon. Wanneer zijn manager hem een rol voorstelt in een TV-serie, een komedie in een nazikamp dan nog, schrikt hij wel even terug. Maar zelfs Cranes seut van een vrouw (rol van Rita Wilson) moet toegeven, na het testscript te hebben doorgenomen, dat het er toch behoorlijk luchtig aan toe gaat in deze serie en dat dit voor Bob wel eens de springplank zou kunnen zijn waarop hij al zolang hoopt. Hogan's Heroes gaat het ding uiteindelijk heten en het werd al in 1965 een waar kijkcijferkanon in de VS.
Het is op de set van Hogan's Heroes dat Crane in contact komt met John Carpenter, gespeeld door Willem Dafoe. Carpenter is een verkoper/installateur in audio- en videoapparatuur en introduceert Crane in de whacky whacky world van stripclubs, goedkope vrouwen en videotapes. Vanaf dat moment gooit Crane zowat alle remmen los en stort zich van het ene avontuur in het andere. A day without sex is a day wasted. Pluk de dag, de rijpe vrouwen en als het even kan, verzamel bewijzen, want wie zal je anders geloven later? Hele hopen videotape en polaroids zijn het resultaat, maar natuurlijk blijft dit mooie liedje niet lang duren. Zijn vrouw krijgt lucht van het zaakje, vraagt en krijgt prompt de echtscheiding en het hoederecht over de 3 kinderen. Wanneer Hogans Heroes' kijkcijfers na enkele seizoenen ook beginnen te slabakken wordt de show van het scherm gehaald. Crane heeft nu alle moeite van de wereld om nog een deftige job te vinden, gesuggereerd wordt dat de uitgelekte ranzige details over zijn seksleven hier voor iets tussen zitten. Ondertussen wordt ook duidelijk hoe afhankelijk hij wel is van Carpenter en vice versa. Carpenter is zo lelijk als de nacht (hoewel) en heeft het imago van Crane nodig om aan zijn dagelijks shot vrouwelijk gezelschap te geraken, terwijl Crane Carpenter nodig heeft om aan de nodige video-apparatuur te geraken en zijn filmpjesverslaving te kunnen botvieren.
Screenwriter Michael Gerbosi heeft zijn script losjes gebaseerd op het boek The Murder of Bob Crane, maar de klemtoon komt veel meer te liggen op Cranes verslavingen dan op de details van zijn dood. In plaats van te proberen de motieven voor de moord bloot te leggen, wordt vooral aandacht besteed aan de way of life die beide hoofdpersonen ten berde brengen. Met name de grote contrasten met de gangbare levensstijl (toen) worden uitvergroot. Zoals reeds gezegd in de inleiding werkt dit niet helemaal: we hebben zulks duidelijk al eerder gezien. Sommige scènes zijn voor Amerikanen misschien nog wel shockerend, hier in Europa zijn we al meer gewoon. De centrale metafoor lijkt wel het fenomeen van de camera te zijn; maar de uitwerking heeft weinig meer om het lijf dan deze in Sliver: You like to watch, don't you? Ja, en dan? Een beetje goedkoop om de ondergang van Crane hieraan toe te schrijven. En als 'levensles' opnieuw getuigend van de kinderlijke mentaliteit ten opzichte van seksualiteit die de VS nog steeds in zijn greep schijnt te houden.
Al bij al is Auto Focus wel een echte actors film geworden, waarbij de prestaties van Greg Kinnear en Willem Dafoe tot de betere van het jaar mogen gerekend worden. Regisseur Paul Schrader heeft blijkbaar een patent op films waarin de acteerprestaties moeten goed maken wat er op het gebied van onderwerp en verhaalontwikkeling ontbreekt. Denk maar eens terug aan films als American Gigolo en vooral Affliction, Nick Noltes mooiste moment. Greg Kinnear is perfect gecast voor deze prent, hij heeft dat kinderlijk naïeve trekje dat zo nodig is om de rol van Bob Crane de nodige nuance te kunnen meegeven. Anders zou je Crane al snel afgedaan hebben als een gore seksmaniak of beter nog, gewoon een vent. Eentje die maar één ding achterna loopt en daardoor hopeloos in de knoop geraakt met zichzelf. No pun intended. Bob Crane had dit trekje weliswaar in zich, maar hij was veel meer een kind van zijn tijd. Misschien zelfs een pionier, want kwam enkele jaren later bij ons ook niet het fenomeen van 'vrije liefde, vrije seks' in zwang?
Kunnen we u deze film aanraden? Ja en neen. Wie houdt van wat sensatie, die zit in elk geval goed. Wie nog niet te veel weet van Bob Crane of het televisiecircuit van de jaren '60 en '70, die kunnen we ook rustig richting bioscoop sturen. Liefhebbers van art house, en vreemd genoeg wordt bij ons deze film bijna uitsluitend in dat soort cinema's geprogrammeerd, moeten we echter teleurstellen: veel diepgang moet je in Auto Focus niet zoeken, enkel een simpel verhaaltje vertolkt door de juiste mensen op de juiste plaats. En meer moet dat niet zijn, toch?
Genre: Drama
Speelduur: 1u54
Regie: Paul Schrader
Acteurs: Greg Kinnear, Willem Dafoe, Maria Bello, Rita Wilson