I SPY

Gelukkig was er Famke

Foto: Columbia
Eddie Murphy kan op z'n twee oren slapen: aan zijn onafgebroken reeks buchtfilms valt momenteel nog geen einde te bespeuren. Dat is het enige wat je kan concluderen als je weer eens geflikt de bioscoopzaal uitkomt, zoals hier het geval was.

Laat je dus niet in de maling nemen door de namen Murphy en Wilson op de affiche, grappig is deze bijeengeharkte mesthoop niet in het minst. De titel I Spy is afkomstig van de gelijknamige tv-serie uit de jaren wat-kan-u-het-schelen, met onder meer Bill Cosby in de hoofdrol. Meer gelijkenissen hebben we zo op het eerste gezicht niet kunnen vinden. Mocht u het zich achteraf afvragen. Nog maar eens een te lang uitgevallen rerun dus, die op miraculeuze wijze het witte doek haalt. Keep 'em coming. Het vervelende is dat ook wij weer in herhaling zullen moeten vallen om dit zootje van een passende omschrijving te voorzien. Want alles wat we aan gelijkaardige films uit het verleden (Metro, Bad Company, Showtime) slecht vonden, wordt hier nog eens met sprekend gemak overgedaan. Clichémarathon, re-re-re-re-re-remake, politiek correcte cast, herkauwde plotlijnen, platgereden script: u noemt het maar, het zit erin. Misschien zijn we freaks, maar wij houden nog steeds van originele films, spannende films, meeslepende films en euh... grappige films. Zijn wij soms uitzonderingen dan, Hollywood? Onze oproep is in het verleden blijkbaar in dovemansoren gevallen (raar he), maar we proberen nog eens opnieuw: vermijd dit soort films a.u.b. als de pest en vertel ook al je vrienden deze te vermijden, want anders zullen we jaar in, jaar uit geconfronteerd blijven worden met gelijkaardige bagger. De aanhouder wint, moet je maar denken.

Het 'plot', zal u niet verbazen, is op pakweg drie regels uit de doeken te doen. Een mafkeesspion (Owen Wilson) bundelt de krachten met een extravagante bokser (Eddie Murphy, of wie had u gedacht) om te kunnen infiltreren in een internationale bende wapenhandelaars. De slechteriken dragen zwart, de actie is kleurloos en de soundtrack, o jee, die zijn we ondertussen al vergeten. U wilt wat karaktertekening misschien? Geen probleem: de hoofdrolspelers moeten buddies tegen wil en dank voorstellen die elkaar niet mogen aan het begin van de film en elkaar niet kunnen luchten op het eind. Geniaal, toch?

Niks te vertellen over het verhaal dus, laten we nog even doorbomen over de 'steracteurs' dan. Over Eddie Murphy valt niet zo veel nieuws te vertellen, de man is nu eenmaal gevestigd in Hollywood sedert Beverly Hills Cop en kan zich in zijn huidige filmrollen wat dan ook veroorloven. Hetgeen hij zich wat graag laat welgevallen. The royal penis is clean, sir. Murphy is het levende bewijs dat je niet moet kunnen acteren om groot te worden over de plas. But he sure is funny, though. Hoewel dat tegenwoordig maar bij vlagen opgaat. Of worden we te oud voor zijn gekke bekken? Na I Spy moet je je in ieder geval toch gaan afvragen of de man überhaupt nog scripts leest voor hij rollen als dit aanvaardt. Indien dit toch het geval mocht zijn, is hij dringend aan een bril toe. Owen Wilson daarentegen heeft geen excuus, hij is nog jong en moet zijn ster in de walk of fame nog verdienen. Nochtans, als we deze rol en zijn 'prestatie' in Behind Enemy Lines even optellen, zou je zweren dat hij het al heeft opgegeven en gewoon voor het grote geld gaat. Echt waar, de gemiddelde slaapwandelaar is 's nachts hilarischer dan Wilson in I Spy.

Het is natuurlijk niet louter de schuld van deze twee dat dit barrel van 70 miljoen dollar met man en muis vergaat. Terwijl dit toch een komedie zou moeten voorstellen, moest de eerste toeschouwer na twintig minuten bij onze vertoning nog een kik geven. Niet te verwonderen als je ziet hoe het eraan toe gaat. Het plot is geschreven door vier man (altijd al een veeg teken), en in dit geval zal dit waarschijnlijk geweest zijn om er toch maar 100 procent zeker van te zijn dat zelfs George Bush het zou snappen. No kidding. Om de slechteriken te omschrijven komen op een bepaald moment nota bene de woorden evildoers en mass destruction om de hoek piepen. Does that ring a bell, George? Verder wordt er plotsgewijs uiteraard zeer ver gegaan om de nodige gags in de vleesmolen te kunnen draaien. Ongetwijfeld stuk voor stuk voorstellen van Murphy's manager. Meer dan wat geschokschouder heeft dit bij ons testpubliek echter niet teweeg kunnen brengen. Waarom zouden we trouwens ene moer geven om de hoofdpersonages? De één is een arrogante flurk en de ander loopt erbij alsof ie het in zijn broek heeft gedaan telkens hij z'n mond moet opendoen. Gelukkig houden de occasionele wisecrack en enkele best aan te ziene achtervolgingssequenties de aandacht toch min of meer op peil.

Om een lang verhaal kort te maken, eigenlijk is I Spy nauwelijks een volledige review waard. Het verhaal zit vol met gaten waar je met een vrachtwagen doorheen kunt rijden, de hoofdpersonages zijn van bordkarton en zelfs de schurk van dienst, gespeeld door Malcolm McDowell, krijgt te weinig screen time om zijn rol in het verhaal wat te duiden. De gemiddelde James Bondfilm scoort op dat vlak zelfs beter. Over Bond gesproken, Famke Janssen krijgt ook wat camera-aandacht in deze film, net genoeg om haar nieuwe ondergoed te showen. Maar dit terzijde. McDowell komt hier zeggen en schrijven maar vier keer vol in beeld. En dan moet je je voorstellen dat hij in feite een gevaarlijke terrorist is die niets liever wil dan met een kernbom aan een gestolen spionagevliegtuig heel New York op te blazen. Yeah right. Als er al gevaarlijke terroristen in deze film zitten, dan zijn het Wilson en Murphy die je dood proberen te ergeren met hun dialogen.

Meer dan genoeg woorden vuil gemaakt aan dit vehikel, u heeft nu onderhand wel door waar we heen willen. Come and see next time wanneer we Pluto Nash onder handen nemen. Daarin zit Eddie Murphy ook, dus.

Titel: I Spy
Genre: Komedie
Speelduur: 1u36
Regie: Betty Thomas
Acteurs: Eddie Murphy, Owen Wilson, Famke Janssen, Malcolm McDowell