PINOCCHIO

La vita era bella

Foto: Miramax
Het leven was mooi voor Roberto Benigni, de maffe Italiaan die in 1998 aan de haal ging met de oscar voor beste mannelijke hoofdrol in La Vita è Bella. Een tijdje hebben we niets meer gehoord van de man en we beginnen te vermoeden waar dat aan ligt. Blijkbaar is hij ook getroffen door Italië's ziekte nummer 1: het veel te snel hoog in de bol krijgen.

Op zich is er niets mis met het idee natuurlijk. Het Pinocchio-verhaal van de Florentijn Carlo Collodi is toch een juweel in het Italiaans kunstpatrimonium. Waarom dat verhaal niet opnieuw in een Italiaans jasje steken, nu lopen de Amerikanen bij Disney immers nog steeds te pronken met de pakkendste vertolking (tenminste op het witte doek). Maar Disney kloppen op eigen terrein is weinigen gegeven, moeten ze in Italië gedacht hebben. Dus kwamen ze maar op de proppen met een live action versie. En dat zullen we geweten hebben.

Benigni zelf is al bijna 50 jaar oud, hij zou dus eigenlijk de geknipte man zijn om Gepetto, de poppensnijder en 'vader' van Pinocchio, te spelen. Maar neen hoor, op die manier kreeg hij zelf veel te weinig screen time. Hij moest en zou Pinocchio zelf voor zijn rekening nemen. Het was tenslotte al van kindsbeen af aan zijn grote droom. Tien jaar geleden wou hij deze film ook al eens maken, en toen speelde hij met de gedachte Federico Fellini daartoe in de regisseursstoel te lokken. Het draaide echter (voor Fellini misschien nog een geluk bij een ongeluk) anders uit en datzelfde jaar nog stierf de befaamde regisseur aan een hartaanval. Het bleef vervolgens even stil rond het project, maar opgeven wou Benigni nooit. Met de (morele) ruggesteun van zowat de halve Italiaanse filmwereld timmerde hij verder aan de weg. Wie anders dan Benigni, met zijn aangeboren koldergezicht en de mimiek van een lucifermannetje, zou er het best geschikt zijn om de rol te spelen van de houten pop die zo graag een jongetje wil zijn? Aan geld geraken bleek dan ook geen probleem, Pinocchio werd uiteindelijk de duurste Italiaanse productie ooit en klokte af op ongeveer 40 miljoen euro. De Amerikaanse filmhuizen zijn hiervan niet onder de indruk natuurlijk, maar het blijft een aardig bedrag.

Al dat geld is ook wel van het scherm af te lezen, maar echt warm of koud werden we er niet van, eerlijk gezegd. Oké, de decors zijn fantasierijk ontworpen, maar wat ben je daarmee als vanuit sommige camerastandpunten de houten steunpalen en de kale bordkartonnen achterkant van de 'muren' in het gezichtsveld springen. Dat werkt allesbehalve bevorderend op je suspension of disbelief, hoe hard je ook je best doet. Toch heb je niet altijd de indruk dat je naar een set aan het kijken bent. Soms werkt het gewoon wel, maar dat ligt dan voornamelijk aan de aard van de uitgebeelde scène zelf. Het rijk van goede feeën, raaskallende krekels en hapgrage walvissen spreekt nog steeds tot de verbeelding en vindt hier best wel een behoorlijke incarnatie. Wanneer zij hun ding mogen doen, vergeet je even al de rest. Tenminste, dat zou je willen.

Want die rest, dat is wat deze film zo ongenietbaar maakt. We hebben het dan in de eerste plaats over Benigni zelf. Het lijdt geen twijfel dat hij met al zijn komische talent en bekkentrekkerij in staat moet zijn om een kwajongetje neer te zetten. Maar in deze film kan zelfs zijn charisma niet verbergen dat hij per slot van rekening een niet al te best geconserveerde 50-jarige is in een narrenkostuum, die slechts probeert een jongetje te zijn. Dat hij op sommige momenten eerder lijkt op een pas onthoofd stuk pluimvee dat spastisch zijn laatste passen zet, mag dan komisch zijn, opzettelijk is het allerminst. Nee, met een goede regisseur was dit waarschijnlijk niet gebeurd. Benigni vond een aparte regisseur blijkbaar weggesmeten geld en liet zijn eigen naam invullen in het lege vakje bij de regiecredits op de aftiteling. Althans, we hopen voor hem dat het zo gegaan is, want enige regie valt er in dit zootje echt niet te bespeuren. En of dit nog niet genoeg inteelt was, laat hij zijn vrouw (Nicoletta Braschi) dan ook nog eens een Blauwe Fee met de charme van een pikhouweel neerzetten en, als beloning voor haar 'prestatie', samen met haar broer de rol van producer waarnemen. Ai, ai, ai, non è buono.

Ook Dante Spinotti's camerawerk lijkt geen blijf te weten met het pure amateurisme van deze film. Je zou kunnen zweren dat Spinotti eerder in de waan verkeerde dat hij een derderangs documentaire over het leven in een gesticht voor mentaal gehandicapten moest schieten, dan dat hij een upbeat kinderfilm aan het draaien was. Zelfs in Disney's versie uit 1940 spatte er meer energie van het scherm dan hier. Vreemd, zou knuddigheid soms aanstekelijk werken? Wat deze prent echter finaal de das om doet is het totale onevenwicht tussen het acteerwerk en het verhaal. Alle overtollige energie die nu in dat eerste aspect is gestoken (en dan nog met averechtse effect) was beter gegaan naar een opfrissing van het plot, dat nu wel rechtstreeks uit het boek van Collodi lijkt gekopieerd.

Pinocchio duurt een schijnbaar eindeloze 110 minuten en kreeg in de States de G-rating mee. De G van enkel Goed voor de mesthoop. Benigni had waarschijnlijk gehoopt nog eens te mogen opdraven op 23 maart om een gouden beeldje in ontvangst te nemen. Wel, hij zat er maar één dag naast: op 22 maart worden immers de Raspberry Awards uitgedeeld. Wedden dat hij prijs heeft? Tot slot ook nog een kleine waarschuwing voor jonge ouders: mocht u echt naar deze film willen gaan kijken, laat dan de allerkleinsten thuis. Tenzij u zin heeft om achteraf aan uw kind uit te leggen hoe het komt dat Pinocchio er geen last van heeft wanneer hij door dieven wordt opgehangen aan een boom.

Titel: Pinocchio
Genre: Komedie
Speelduur: 1u56
Regie: Roberto Benigni
Acteurs: Roberto Benigni, Nicoletta Braschi, Carlo Giuffrè, Kim Rossi Stuart,Peppe Barra