Wie de film vóór vandaag, de dag van de officiële release, wou bekijken, moest al over even grote bovennatuurlijke krachten beschikken als Neo zelf. Akkoord, Warner Bros. laste in Amerika dan toch nog enkele woensdagse screenings in en ook in België waren er avondlijke avant-premières op donderdag (waar je letterlijk moest rennen en hollen voor de beste plaatsen in de zaal), maar zelfs de pers moest tot gisteren wachten eer ze de film te zien kregen. Dat zette onder het verwende filmjournaille nogal wat kwaad bloed. Ze pikken het niet dat ze de film niet tijdig te zien kregen. In Nederland borrelde de beroepseer zelfs helemaal op, al betrof het een kwestie van leven en dood. Nadat bekend werd dat men tijdens de persscreening zou gecontroleerd worden op illegale opnames en zelfs tassen en jassen buiten de zaal moesten blijven, kwam er van enkele journalisten (mild) verzet. Vooral het feit dat men gefouilleerd kon worden, pikte men niet. Enkele leukerds kwamen zelfs op het idee om een lepel mee de zaal in te smokkelen. Bij het afgaan van de mogelijke metaaldetector konden ze, geheel in de sfeer van de film, dan mooi 'there is no spoon' debiteren. Fate, it seems, is not without a sense of irony.
Maar alle gekheid op een stokje: een mens, ook al zit die niet in Cannes, moet ernstig zijn werk kunnen doen en dus is het inderdaad merkwaardig dat de pers een film pas één dag op voorhand te zien krijgt. De reden voor deze knulligheid is niet ver te zoeken. Vanuit Amerika wil men geen zand in de goed geoliede marketingcampagne en het laatste wat geldhongerige producenten willen is een slechte recensie. Nu kunnen kranten weliswaar nog een recensie in hun weekendeditie krijgen, maar de tijdschriften vingen allemaal al bot. Wanneer zij pakweg dinsdag of woensdag de film (negatief) recenseren, ligt het meest succesrijke openingsweekende uit de filmgeschiedenis al achter de rug. Slechte kritieken zijn midden volgende week totaal achterhaald en zullen hun doel missen. Een mens vraagt zich overigens af waarom de producent van een überblockbuster als The Matrix Reloaded bang is. Als er één film zeker is van volle zalen, dan The Matrix wel. Volgens box-office analisten zal de prent dit weekend in ware Dagobert Duck-stijl poen scheppen. De 140 miljoen dollar ligt binnen de vier dagen voor het grijpen.
Anderzijds moeten we ook niet klagen en zagen. Een wereldwijde release zoals deze heeft zo zijn tactische redenen, maar nog niet eens zo gek lang geleden waren we er nog veel bekaaider aan toe. Toen moesten we maandenlang wachten vooraleer een grote film vanuit Amerika overgewaaid kwam. Jazeker, luie filmjournalisten hadden toen ruimschoots de tijd om hun recensies en achtergrondverhalen te tokkelen, maar wanneer de film uiteindelijk ook bij ons in de zalen kwam, was de bijna orgastische hype al voorbij. Jaws, traditioneel als de eerste zomerse blockbuster beschouwd, liet bijvoorbeeld op 20 juni 1975 voor het eerst zijn witte tanden zien in Amerika, maar wij moesten wachten tot 18 december. Ook films die in ons collectief geheugen als zwaar gehypted gebrandmerkt staan, lieten lang op zich wachten: Titanic zonk al op 19 december 1997 in Amerika; in België pas op 7 januari en in Nederland zelfs pas op 29 januari. Een jaar later keek lelijkerd Godzilla in mei vanuit het Carlton hotel grijnzend neer op het circus van Cannes, maar in Nederland vertrappelde hij de box-office pas op 1 oktober.
Gelukkig moeten we tegenwoordig geen hele zomer meer overbruggen voor ook Europa krijgt waar het recht op heeft. Dankzij de ongeveer simultane wereldwijde release (Engeland huppelt met The Matrix 2 bijvoorbeeld een week achter) kunnen we allemaal als een redelijk onbeschreven blad naar The Matrix Reloaded gaan kijken: een gunst waar we niet blij genoeg mee kunnen zijn. En dankzij de snelheid van het internet leest u vandaag, de dag van de release, op Movie al onze recensie. En oh God, een kritische recensie dan nog wel. Zij hun centen, wij onze eer.