KEN PARK

De Generatie Niks

Foto: A-Film Foto: A-Film Foto: A-Film
Larry Clark en zijn obsessies. 59 is de fotograaf/regisseur intussen, maar nog steeds probeert hij de diepgrauwe kanten van de Amerikaanse jeugd op foto of pelicule vast te leggen. In 1995 lukte hem dat al vrij aardig met Kids, maar Ken Park beschouwt Clark als zijn echt chef-d'oeuvre. Hij gaat in deze film zó extreem dat hij tien jaar op een geldschieter moest wachten. De schandaalfilm is intussen nog altijd niet in de VS te zien.

Nee, hij wil niet choqueren, zo blijft Larry Clark in interviews beweren. De man die makkelijk van tienerpornografie beschuldigd kan worden, wil naar eigen zeggen enkel het leven-zoals-het-is weergeven. In Kids zoomde hij in op de hobby van enkele arme straatjochs in Manhattan, die hun dagen vullen met drugs en seks; in Ken Park vertelt hij ongeveer hetzelfde verhaal, maar gesitueerd in een welstellende voorstad. Ken Park is ook de film die Clark eigenlijk al sinds 1988 wilde draaien. Omdat hij de inhoud expliciet en onverbloemd wilde laten zien, geraakte hij aan geen producent of verdeler. Dankzij de Nederlandse geldschieter Kees Kasander kon hij toch aan de slag. Clark huurde opnieuw Harmony Korine (Kids) in als scenariste en hees cinematograaf Ed Lachman (Far From Heaven, Erin Brockovich) aan boord als co-regisseur. Een goeie keuze, want visueel oogt Ken Park een heel stuk volwassener dan het primitieve Kids.

Dat was nodig ook, want waar Kids zich in een arm en verloederd milieu afspeelde, situeert Ken Park zich in een typische, welstellende Californische voorstad, waar de tuintjes altijd groen zijn en de zon altijd aan de blauwe hemel straalt. In het begin van de film maken we kennis met Ken Park, een rosse, sproeterige jongen op een skateboard die schijnbaar zorgeloos doorheen het stadje glijdt op weg naar het skatepark. Nog geen vijf minuten later heeft hij zich daar pardoes door het hoofd geschoten. De reden van zijn zelfmoord komen we pas helemaal op het einde van de film te weten. In tussentijd maken we kennis met enkele losgeslagen jongeren die enkel met elkaar gemeen hebben dat ze de onfortuinlijke Park op de één of andere manier vaag kenden.

Larry Clark introduceert die jongeren bij de kijker door een voice over en hippe tussentitels. Als eerste maken we kennis met Shawn, een wat verlegen skater wiens puberfantasieën werkelijkheid lijken te worden wanneer hij in bed mag duiken met de knappe moeder van zijn vriendinnetje. Claude van zijn kant is een gevoelige jongen die mishandeld wordt door zijn dronken vader, en dan maar het hazenpad kiest. De mooie Peaches houdt van kinky games met haar aanbidders, maar moet haar geheime leven verborgen houden voor haar wel heel bijbelvaste vader. En dan is er ook nog Tate, een nitwit die zijn grootouders afsnauwt en een bijzondere fascinatie heeft voor wurgseks.

Als een bulldozer rijdt Clark in op de voorgevels van kleinburgerlijkheid. Opmerkelijk is dat hij daarbij vaak de kant van de jongere kiest, ook al glijdt die uit de bocht. De jongere is voor Clark echter het slachtoffer van disfunctionele ouders en in die zin is Ken Park in feite meer een film over hen dan over de kinderen: een getrouwde vrouw die zich laat bevredigen door de vriend van haar dochter, een door religie bezeten vader of een loser van een dronkaard - het beeld dat Clark van het familieleven schetst oogt niet mooi. Enkel de bezorgde maar halfseniele grootouders van Tate kunnen op enige sympathie rekenen. Jammer genoeg niet op mededogen van Tate, die hen op het einde van de film een wel heel hoge prijs doet betalen omdat ze vals speelden bij het scrabbelen.

Was Kids al provocerend en controversieel, dan doet Ken Park daar nog een schepje bovenop. Clark beweert dat hij met zijn film allerminst wil choqueren, maar sloopt heilige huisje met de kracht van een voorhamer. Halsstarrig weigert de regisseur de camera subtiel weg te draaien, zelfs als het uiterst gênant wordt. Vrijpartijen, masturbatie, druggebruik en zelfs moord worden tot in de kleinste en smerigste details getoond. Wie zich daaraan op voorhand al stoort, weet welke film hij zeker niet moet gaan bekijken. Natuurlijk kan men zich de vraag stellen of Clark hierin niet te ver gaat. Is al die detailmanie voor zijn obsessies echt wel nodig? Zou de boodschap ook niet overkomen met een beetje meer schroom? Misschien wel, misschien niet. Het pleit in elk geval in Clarks voordeel dat hij weigert ook maar één frame uit zijn film te knippen. Dit is zijn prent, te nemen of te laten. In Europa kunnen we daar nog wel mee om (de film verwierf een soort van cultstatus op het festival van Venetië vorig jaar), maar in het conservatieve Amerika is zoveel seks taboe. Volgens de laatste geruchten is er toch een distributeur gevonden die Ken Park in augustus de zalen in wil.

Het mag een wonder heten dat Clark acteurs voor zijn film gevonden heeft. Enkelen van hen plukte hij naar verluidt van hun skateboard. Met Tiffany Limos (Peaches) werkte hij al eerder samen voor Bully en Teenage Caveman. De bekendste actrice onder het zootje ongeregeld is Amanda Plummer, die Claudes hoogzwangere moeder speelt. Verder maakt vooral Adam Chubbuck in zijn ultrakort optreden als Ken Park en James Ransone als Tate het meeste indruk. Ransone heeft een werkelijk hatelijke rol en weet die emotie erg goed over te brengen.

Het nadeel van een film als Ken Park is dat uiteindelijk alleen de schandaalsfeer dreigt te blijven hangen, terwijl de film ook écht een boodschap te vertellen heeft. En die is, al bij al, dieptriest. Op die manier bekeken ga je ook de finale seksscène, waarbij Clark hopeloos de grens van goed fatsoen lijkt te overschrijden, op een hele andere manier bekijken. Eerder met medelijden dan met afgrijzen.

Titel: Ken Park
Genre: Drama
Speelduur: 1u36
Regie: Donald Petrie
Acteurs: James Ransone, Tiffany Limos, Stephen Jasso, James Bullard, Mike Apaletegui, Adam Chubbuck, Wade Williams, Amanda Plummer