Chow Yun Fat, in Azië een superster ter grootte van Vin Diesel en David Beckham bij elkaar, besloot om speciaal voor Ang Lee's meesterwerk Crouching Tiger, Hidden Dragon een paar kung-fu lessen te nemen. Blijkbaar ging hem dit zo gemakkelijk af, dat hij het niet bij deze ene vechtfilm wilde laten en naarstig op zoek ging naar een nieuw project waarin hij zijn zopas verworven kunsten aan de wereld kon laten zien. Zijn oog viel dus op Bulletproof Monk, een wel heel vrije bewerking van een Amerikaanse underground-strip, dat in een moeite door het regiedebuut moest worden van de jonge Paul Hunter, die net als collega's McG en Spike Jonze zijn strepen verdiende als regisseur van talloze videoclips. Op papier zou het dus best een interessante film kunnen opleveren.
Helaas ziet dat er in werkelijkheid volledig anders uit. Bulletproof Monk begint ergens tijdens de Tweede Wereldoorlog, in een Boeddhistisch klooster dat onder de voet wordt gelopen door een bende bloeddorstige Nazi's die, geheel volgens de beproefde Hollywoodtraditie, een opmerkelijk Amerikaans accent hebben. De meedogenloze Kommandant Strucker heeft ontdekt dat de monniken een geheimzinnig manuscript bewaken waarop een spreuk staat die de lezer onsterfelijk maakt. Net als elke goede Ariër, droomt Strucker van een Nazi-wereldrijk en is hij vastbesloten zijn doel met behulp van het manuscript te verwezelijken. Helaas is dat buiten de huidige beschermer van het manuscript gerekend, en The Monk With No Name (Chow Yun-Fat) weet de spreuk op het laatste nippertje uit de handen van de Nazi te houden. Pakweg zestig jaar later zwerft de Monnik door het moderne New York, ziet er nog steeds even fris uit, en is er blijkbaar al die jaren in geslaagd om uit de handen van Strucker te blijven, die hem de hele tijd is blijven achtervolgen.
Helaas voor de Monnik zijn ook de technieken van de New Yorkse gauwdieven er de laatste jaren behoorlijk op vooruit gegaan, en bij de eerste de beste gelegenheid gaat de straatschooier Car (Sean William Scott) er met het manuscript vandoor, zonder echter te weten wat hij eigenlijk in handen heeft. Even later komt Car in een handgemeen met enkele collega-straatboeven terecht, maar weet het schorriemorrie van zich af te houden met behulp van zijn indrukwekkende kung-fu kunsten. De Monnik is per toeval getuige van dit tafereel en besluit dat Car in zijn voetsporen moet treden en de volgende zestig jaar het manuscript moet bewaken. Car blijkt echter een lastig kereltje te zijn die best wel wat 'wax on, wax off'-levenslessen kan gebruiken.
Zoals gezegd, op papier klinkt het allemaal best leuk, maar helaas is Bulletproof Monk een typisch voorbeeld van een uitstekende premisse die te lijden heeft onder belabberde uitwerking. Het plot is simpel zonder in debiele onnozelheden te vervallen en de personages nog vrij interessant, maar helaas maakt regisseur Paul Hunter de kapitale fout zijn film op visueel vlak dermate te overladen dat het geheel al na een halfuur compleet onoverzichtelijk is geworden. De montage is met andere woorden ronduit slecht, en Hunters uitzinnige camerastandpunten en de pijlsnelle MTV-montage betekenen de absolute doodsteek voor de film. Hunter is blijkbaar vergeten dat hij hier een heuse speelfilm moest afleveren en geen 100 minuten durende videoclip. Er is natuurlijk niets mis met snelle montage en flitsende camerastandpunten, maar Hunter gaat al vanaf de openingssequentie dermate ver over de schreef, dat het geharrewar van beelden zelfs voor de getrainde filmkijker algauw niet meer te volgen is.
Helaas zet deze nare trend zich de hele film door en is het voor de kijker een hele klus om nog enige coherentie te filteren uit de hersenverlammende opeenstapeling aan beelden. Dit is niet alleen vreselijk vermoeiend, maar komt de personages niet ten goede. De anders zo sympatieke Chow Yun-Fat en lolbroek Seann William Scott verdrinken volledig in Hunters visuele spervuur, en hun ongetwijfeld uitstekende kung-fu kunsten worden dermate verknipt en kapot gemonteerd dat de hoofdrolspelers en hun 'moves' tijdens de actiescènes volledig onherkenbaar worden. Uit de weinige scènes die de kijker een beetje rust gunnen, blijkt dan weer dat deze Bulletproof Monk best een aardige B-film had kunnen worden, en de dialogen tussen Car en de Monnik zijn op zich best wel te pruimen. Yun-Fat debiteert met verve een aantal pseudo-filosofische waarheden en zet wiseguy Car regelmatig met een mond vol tanden door hem te verbluffen met zijn diepe gedachten. Helaas is Yun-Fat ook opvallend houterig, en heeft duidelijk moeite met zijn Engelse dialogen. Ook Seann William Scott is verder weinig opvallend en speelt voor de zoveelste keer zijn geliefkoosde personage Stifler (u weet wel, die schreeuwlelijk uit American Pie), met het enige verschil dat Stifler niks afwist van Oosterse vechtkunsten.
De rest van de cast wordt verder aangevuld met een paar onopvallende gezichten, die weinig of niks bijdragen aan de algehele genietbaarheid van de film. Daarnaast voelen de weinige vechtscènes eerder gratuit aan (in die zin dat ze niks bijdragen tot het verhaal) en zal de gemiddelde filmliefhebber zich afvragen waarom de anders zo briljante Chow Yun-Fat zich tot dit project aangetrokken voelde. Net als collega's Jet Li en Jackie Chan was hij beter in Hong Kong gebleven, daar weten ze tenminste hoe ze een degelijke vechtfilm in elkaar moeten zetten.
Genre: Actie
Speelduur: 1u44
Regie: Paul Hunter
Acteurs: Yun-Fat Chow, Seann William Scott, Jaime King, Karel Roden, Victoria Smurfit