Het visioen vertelde hem tevens dat hij de film moest regisseren. Afscheid van een oude Van Damme, en de intrede van een nieuwe, volwassenere Van Damme. Allemaal mooie woorden, maar met woorden alleen kom je er niet.
The Quest is gebaseerd op een verhaal dat ook door Van Damme werd bedacht, hoewel bedenken een groot woord is. In wezen is The Quest de zoveelste herkauwing van de film die het voor het eerst en nog steeds het best deed: Enter The Dragon, het Bruce Lee-vehikel over een reis die wordt ondernomen naar een mythisch martial arts-tornooi voor de beste vechters ter wereld. Een gegeven dat onlangs nog schaamteloos werd gepikt door Mortal Kombat.
Van Damme speelt Chris Dubois, een boef met een hart, die op de vlucht voor de politie in een vrachtschip schuilt, maar wakker wordt in volle zee. Het schip vaart richting Thailand, waar het wordt geënterd door een stelletje piraten onder leiding van Roger Moores Dobbs ('My name is Dobbs. Lord Dobbs'). Na enkele magere avontuurtjes komen Dubois, inmiddels ingewijd in de geheimen van de martial arts, Dobbs en enkele trawanten, toe in de mythische Lost City, waar het al even mythische Ghan-Gheng tornooi doorgaat voor de beste vechters ter wereld. De winnaar wacht een draak van puur goud.
Misschien klinkt dit allemaal nog niet eens zo gek, net zoals de trailer van de film er nog behoorlijk aanlokkelijk uitziet. En als je dan nog Van Damme hoort vertellen over de Ben Hur van de martial arts-film, is het niet zo vreemd dat je hoge verwachtingen creëert. Maar het resultaat valt lelijk tegen. Dat The Quest de verwachtingen allesbehalve inlost, is twee maal de fout van Van Damme: eenmaal van Van Damme de schrijver, de tweede maal van Van Damme de regisseur.
De verhaallijn van de film, die sowieso al weinig voorstelt, wordt finaal de das omgedaan door de pijnlijke oppervlakkigheid die de hele film uitstraalt. The Quest moet een epos voorstellen, maar is net zo episch als een platte band. Er zit geen greintje diepgang in; alles moet snel gaan. De boottocht naar Thailand, wordt bijvoorbeeld afgehandeld in een minuutje, iets waar je toch makkelijk een kwartier mee kunt vullen. Van karakteruitdieping is geen sprake, van relatieontwikkeling nog veel minder.
Het komt er op neer dat Van Damme niet kan wachten om tot zijn sluitstuk te komen, het Grote Tornooi. Wat ons betreft is de film hier afgelopen, want deze flauwe kul moet het vervelendste half uur van de afgelopen tien jaar zijn. In een ring tussen bordkartonnen sets, worden duels uitgevochten als in een Eurovisie Songfestival: de Duitse nazi tegen de Schot in zijn rokje, de Spaanse toreador tegen de Mongoolse reus en ga zo maar door (van België geen sprake, of wat had je gedacht). Infantiel.
De regisseur Van Damme brengt het er niet beter van af. Nochtans kreeg hij alle middelen om van deze film iets bijzonders te maken. Hij had een budget van meer dan dertig miljoen dollar (het budget van pakweg Speed), de prent werd op locatie gedraaid in Thailand, maar het mag allemaal niet baten. Van Damme exploiteert op geen enkel moment de schoonheden die dat land te bieden heeft. Het enige wat de regisseur uit zijn hoed tovert zijn afgezaagde clichés die we al duizend maal elders en beter hebben gezien.
Een concreet voorbeeld: voor de fameuze songfestivalfinale, kwam Van Damme op het lumineuze idee slowmotion shots in te lassen, een speeltje dat hij had geleend van John Woo. Maar waar John Woo erg karig is met dergelijk materiaal, en de techniek slechts toepast op scènes die daarvoor met veel zorg werden gechoreografeerd, daar bestookt Van Damme zijn kijker te pas en te onpas met slowmotion scènes, van alle mogelijke low- en highkicks en op de minst geïnspireerde momenten. Het schoolvoorbeeld van hoe het niét moet. Bovendien heeft Van Damme de vervelende neiging om de kijker gigantische close-ups op te dringen, en door een acuut gebrek aan totaalopnames kan het publiek zich te vaak nauwelijks oriënteren. Van Damme is dus géén regisseur. Hij heeft gewoon niet de nodige visie.
Nochtans is The Quest geen sléchte film, zoals Striptease. Het is gewoon geen goeie film. Het belangrijke verschil tussen The Quest en pakweg Mortal Kombat is dat deze laatste zichzelf geen moment ernstig neemt, terwijl The Quest zichzelf oeverloos serieus neemt. Maar ondertussen is de prent nooit spannend, nooit emotioneel en nooit vernieuwend. Hij is echter ook nooit echt slecht, hij blijft gewoon constant op de vlakte, zonder er eenmaal bovenuit te steken en wat potentieel te tonen.
Van Damme als acteur is een heel ander verhaal. De man heeft zijn fysiek mee, en kan bovendien rekenen op zijn underdog-charisma waar onze vrouwelijke wederhelften en masse van zwijmelen. Wij noemen het graag zijn labrador-look (die Harrison Ford overigens ook heeft, maar daar houdt de vergelijking dan ook op). 's Mans Engels is zelfs niet zo slecht, met de uitzondering van de in- en outtro, waarin Van Damme zich als oude man duidelijk niet op zijn gemak voelt. Roger Moore speelt de charmante Engelse oplichter Lord Dobbs, en zorgt hiermee voor de occasionele grappige noot; er loopt ook een blondine in de film rond die louter als vrouwelijk schoon dienst doet. Voor de rest is zij van geen enkel belang.