Peter Sanders (Steve Martin) heeft net een pijnlijke echtscheiding achter de rug, en deelt samen met zijn ex-vrouw het hoederecht over hun twee kinderen. Helaas heeft Sanders een drukbezet leven en zijn baan bij een prestigieus advocatenbureau slorpt steeds meer tijd op. Hij heeft zelfs amper nog een gaatje in zijn agenda om quality time met zijn kinderen door te brengen, en als hij dan eens aan afspraak met hen maakt, wordt hij ofwel halverwege hun uitstapje opgebeld door een collega of vergeet hij gewoonweg op te dagen. Leuk is anders. Maar niet alleen de relatie met zijn kinderen verloopt stroef, Peter heeft ook moeite om een nieuwe vrouw aan de haak te slaan. Gelukkig heeft hij via het internet een op het eerste gezicht aantrekkelijk advocate gesignaleerd, maar als hij haar na veel vijven en zessen voor een romantisch entre-nous weet uit te nodigen, blijkt de dame helemaal geen oprechte advocate te zijn, maar de schreeuwige en imposante Charlene, een veroordeelde gangsterbruid, die niet alleen bij Peter intrekt, maar ook meteen heel zijn gezinsleven op stelten zet; tenminste, wat daar nog van over is. Als dan ook nog blijkt dat Charlene een aantal bloedlinke vrienden heeft, is voor Peter de maat vol, en besluit hij haar op straat te zetten. Maar Charlene kennende, zal dat niet zonder slag of stoot gebeuren.
De dag dat Hollywood een gemakkelijke kans tot scoren laat liggen, is de dag dat de Amerikaanse filmindustrie ten grave gedragen zal worden. Met andere woorden: ook Bringing Down the House zit weer nokvol met clichés en (bij wijlen bijzonder) makkelijke humor. De vraag die we ons dan ook stellen is de volgende: hoe vaak kunnen dit soort afgelikte 'vis uit het water'-formules nog gerecycled worden? Het antwoord is: nog minstens één keer, want in tegenstelling tot wat het magere uitgangspunt doet vermoeden, beschikt Bringing Down the House over een aantal sterke troeven, niet in het minst de torenhoge presence van Queen Latifah, ooit zo flamboyant in Chicago, en nu minstens dubbel zo flamboyant in dit vehikel. Latifah brengt zelfs zoveel charme mee, dat de film amper het bekijken waard is als zij niet op het scherm is. Zelfs de anders zo frisse en stuntelige Steve Martin schokt op autopiloot door de film, en krijgt (op een aantal hilarische scènes op het einde na) amper de kans om te doen waar hij anders zo goed in is: wild & crazy. Voor hem zijn de dagen van wilde en onvoorspelbare comedy duidelijk voorbij en de laatste jaren lijkt hij steeds vaker vrede te nemen met wat in weze middelmatige formulekomedies zijn. Bovendien is het bijzonder vreemd dat niet Steve Martin, maar de eeuwig grappige Eugene Levy (Jim's Dad in de American Pie-films) voor de echte lachers zorgt. Blijkbaar vonden ze het niet nodig om Martin een paar goede one-liners toe te schuiven, en het gros van de komische momenten wordt dan ook gedragen door Levy en Queen Latifah.
En dan nog. Latifah mag dan wel grappig zijn (temeer omdat ze iedere situatie met haar grote bek wel de baas kan), als er geacteerd moet worden, valt ze, in tegenstelling tot Steve Martin, behoorlijk door de mand. Vooral als de obligate family-values aan het publiek moeten worden meegedeeld, blijkt plots dat ze Latifah beter een grap hadden laten vertellen. Ze wordt weliswaar niet geholpen door de soms tenenkrommend slechte dialogen, maar een betere actrice zou er tot op een zekere hoogte wel raad mee weten. Gelukkig beperken dit soort beschamende momenten zich tot een absoluut minimum, en over het algemeen is de film best te genieten, al is de originaliteit meestal ver te zoeken. Regisseur Adam Shankman houdt het tempo strak, laat zich niet verleiden tot vervelende cameratrucjes en maakt het beste van een script dat best op de onderste plank van z'n bureaulade had mogen blijven liggen. Een plezierig avondje uit, dat wel, maar het had best een beetje meer mogen zijn.
Genre: Komedie
Speelduur: 1u45
Regie: Adam Shankman
Acteurs: Steve Martin, Queen Latifah, Eugene Levy, Joan Plowright, Jean Smart