Eigenlijk interesseren al die details mij ook niet. Misschien heeft het ook wel te maken met het feit dat ik de serie in het begin niet veel speciaals vond. De originele reeks, waarmee ik ben opgegroeid, lag nog te vers in het geheugen en in het eerste en tweede seizoen van The Next Generation waren personages en verhaallijnen eerder aan de oppervlakkige kant. Vanaf seizoen 3 kwam daar echter verandering in en kwamen sommige personages meer naar de voorgrond, zoals kapitein Picard. En geleidelijk aan werd ik een liefhebber van de serie en van voornoemd personage. Want hij had wel iets, die Jean-Luc: die tegenstelling tussen dat stijve, koele oppervlak en de soms passionele gevoelens eronder, da's zoiets waarop vrouwen vallen. Alleszins ik toch.
En van het een kwam het ander: ik begon mij stilaan te interesseren voor de acteur achter dat personage. En die Patrick Stewart bleek toch wel een klasbak te zijn: degelijke theateropleiding, tientallen jaren lid van de Royal Shakespeare Company, een handvol prestigieuze theaterprijzen,... geen wonder dat die man zo goed zoveel verschillende personages kan neerzetten! De meeste mensen kennen hem vooral van Star Trek en van X-Men, maar kijk eens naar Jeffrey en Moby Dick, waar hij op een zeer geloofwaardige manier totaal andere personages speelt. Daar kan geen Tom Cruise of Russell Crowe tegenop (sorry jongens).
'Allemaal goed en wel, maar hoe kan je nu een fan zijn van een kale zestiger?' De vraag komt van mijn vriend, Steven Ceuterick, de man die bij Movie verantwoordelijk is voor het filmnieuws. Ik antwoord dan meestal met de opmerking dat hij binnen een dikke dertig jaar zichzelf maar eens goed in de spiegel moet bekijken. Zeg nu zelf, voor een zestiger ziet Stewart er toch nog vrij patent uit? En dan die diepe stem en die prachtige articulatie. Maar goed, pakweg een tweetal maanden geleden toen ik op de BBC naar TNG aan het kijken was en Steven mij weer zat te plagen met "de kale", heb ik kortweg geantwoord: 'Weet je wat, waarom trekken we niet samen Londen? Hij speelt er in een stuk van Ibsen en dan kan je meteen zien wat voor een klasseacteur hij is! En bovendien zal je dan wel merken dat ik niet de enige vrouw ben die hem een lekker stuk vindt. En euh... eigenlijk wil ik Patrick wel eens in het echt zien.'
Diezelfde avond kochten we tickets voor het stuk via het internet en ongeveer een week later waren reservaties voor trein en hotel een feit. Ik moet toegeven dat ik enigszins verbaasd was toen Steven toestemde, want hij is niet echt een theaterliefhebber. En toen ik hem vertelde dat het stuk, The Master Builder, gaat over een oudere man die verliefd wordt op een veel jongere vrouw, was hij ook niet echt enthousiast. Maar naarmate De Datum (12 augustus) dichterbij kwam en ondergetekende steeds meer en meer euh... geestdriftig werd, had ik het gevoel dat bij mijn levensgezel de nieuwsgierigheid toenam.
En dan is het zover! Het is dinsdag 12 augustus, zeven uur 's avonds. We bevinden ons in het Albery Theatre, een uur voor de vertoning begint. Met tickets en programmaboekje in de hand zetten we ons neer, stoelen nummers 11 en 12 op de allereerste rij. Het podium bevindt zich een meter of twee van ons vandaan, bijna dicht genoeg om Patrick aan te raken. Zou ik dat wel durven? Het wordt vrij snel duidelijk dat het theater, dat iets kleiner is dan de Leuvense stadsschouwburg, volledig uitverkocht is. Het merendeel van het publiek bestaat overigens uit vrouwen - waarom verbaast mij dat niet? Ik ben eigenlijk vrij nerveus: een paar weken tevoren had Patrick een serieuze keelontsteking gekregen waardoor hij halfweg tijdens een voorstelling moest vervangen worden door zijn understudy. Stel dat dat vanavond ook het geval is? Dju, al die moeite voor niets geweest!
Om twintig voor acht wordt echter duidelijk dat mijn angst ongegrond is. Het stuk is al een paar minuten bezig, wanneer er plots op een deur wordt geklopt en we een familiaire stem horen. Patrick komt op het podium, waarop de twee vrouwen die achter mij zitten, smachtend zuchten. Eigenlijk kan ik ze geen ongelijk geven; ik geef mijn ogen trouwens ook de kost. Stewart, voorzien van een snor en een sikje, is inderdaad een indrukwekkende verschijning. De keelontsteking heeft echter zijn sporen nagelaten; hij klinkt met zijn momenten schor en moet regelmatig water sippen.
Dit euvel neemt gelukkig de pret niet weg, want aan Patricks talent mankeert absoluut niets. Zijn personage, Halvard Solness, is een bouwmeester, die zijn carrière bedreigd ziet door de opkomst van de jongere generatie en die bovendien gevangen zit in een huwelijk dat zijn beste tijd heeft gehad. En het wordt er niet beter op wanneer een erg jonge vrouw, Hilda (gespeeld door een zekere Lisa Dillon), op de proppen komt, die Solness aan een lang vergeten belofte doet herinneren. Patricks personage ondergaat een hele resem aan emoties: verdriet, woede, wanhoop, spot, verliefdheid, passie,... Onze steracteur vertolkt ze allemaal even verbluffend. Of wat had je verwacht? Het enige gevaar met zo'n vakman is dat mindere acteurs gewoon van de scène worden gespeeld, maar gelukkig acteert de rest van de cast ook op een hoog niveau. Heel wat mensen, Steven en mijzelf incluis, houden regelmatig hun adem in, zo goed wordt er geacteerd.
En het wordt steeds beter en beter, want de erotische spanning tussen Halvard en Hilda knettert gewoon de zaal in. Ik kan mij heel goed voorstellen dat heel wat vrouwen graag in de schoenen van Lisa Dillon zouden staan, want er wordt wat afgeknuffeld naar het einde van het stuk toe. Eigenlijk hoef ik alleen maar het podium op te springen en haar opzij te duwen... maar het podium is te hoog (of beter gezegd: ik ben allesbehalve lenig) en Patrick zal mijn interventie waarschijnlijk niet kunnen waarderen.
De tweeënhalf uur zijn voorbij voor we er erg in hebben. Patrick en co mogen een overdonderend applaus in ontvangst nemen; de twee vrouwen die achter mij zitten nemen vlug enkele foto's van hem, wat overigens verboden is. We zien hen enkele ogenblikken later terug bij de stage door (surprise, surprise), waar we een heel tijdje moeten wachten. Na ongeveer een half uur komt er een type naar buiten, die ons meedeelt dat Patrick komende is. De opwinding stijgt in ons groepje van een twintigtal fans... We mogen echter geen foto's nemen (ja lap zeg!), hij zal geen tijd hebben om met ons te praten - hij moet natuurlijk ook zijn stem sparen (shit!) en hij zal niks tekenen dat met Star Trek te maken heeft (kan hem geen ongelijk geven).
Daarna is het nog tien à vijftien minuten wachten totdat we de man himself te zien krijgen. Eerste indruk: razend knap (ik weet het, ik val in herhaling) en erg vriendelijk. Hij houdt de gesprekjes inderdaad vrij kort, maar neemt wel geduldig de tijd om aan iedereen een handtekening te geven. Ook aan de vrouw naast mij, die plots hysterisch begint te kakelen dat Patrick ongelooflijk goed was en dat ze genoten had van de voorstelling en dat ze nooit had durven denken dat zijn personage op het einde zou sterven. Waarop de acteur haar enigszins verwonderd aankijkt en monkelend zegt dat ze zich daar toch best aan had kunnen verwachten aangezien Ibsen tragedies schrijft? Gelijk heeft ie. Ondertussen probeert een boom van een vent die achter mij staat een foto te trekken van de acteur. Maar een veiligheidsagent die zich achter Patrick bevindt kijkt de opdringerige fan zo streng aan dat deze laatste wijselijk besluit om zijn camera weg te bergen.
En dan staat ie plots recht voor mij... Patrick Stewart natuurlijk, niet de opdringerige fan... Hij is kleiner dan ik dacht, om precies te zijn net zo groot als ik, een goeie 1m70. Onze blikken kruisen elkaar heel even; ik hoef maar mijn armen uit te steken en kan hem zo tegen mijn boezem aandrukken. Ik neem het wellicht wijze besluit dat niet te doen en vraag hem beleefd en met amper hoorbare stem zijn handtekening. Voorts stamel ik nog dat we erg van zijn optreden hebben genoten en dat we uit België gekomen zijn. Argh! Kan ik nu echt niets anders bedenken? Hij schijnt dat in ieder geval wel te kunnen appreciëren en schuift dan door naar de volgende. Aaaarghh!!
Was het dat nu allemaal waard? Toch wel. Steven was onder de indruk, zowel van zijn optreden als van de ontmoeting nadien. Hij zou nog wel eens naar zo'n stuk willen gaan en hij plaagt mij al minder met "de kale". Voorlopig toch... En ik? Ik heb van elk moment enorm genoten - een kinderhand is gauw gevuld - en wacht in stilte af totdat Patrick nog eens naar Londen afzakt.