NOI ALBINOI

Idioot of geniaal?

Foto: Filmmuseum Distributie Foto: Filmmuseum Distributie Foto: Filmmuseum Distributie
Het zal je maar overkomen: je bent zeventien, je bent intelligenter dan de meeste van je leeftijdsgenoten en je woont in een godvergeten Ijslands dorp. Je niet al te snuggere grootmoeder wekt je elke morgen op oorverdovende wijze, je wereldvreemde vader denkt dat hij de reïncarnatie van Elvis is, je leraars kunnen maar niet beslissen of je de nieuwe dorpsidioot bent of een genie in wording en d'r is niks - maar dan ook absoluut niks - in het dorp waarmee je je kan bezighouden. Zoiets kan niet goed aflopen.

Dit alles overkomt Noi. Hij is eigenlijk geen albino, maar wel een op zijn minst opvallende verschijning: een lange slungel met helblauwe kijkers en een kale kop. Zijn gedrag is al even opmerkelijk, zelfs storend in de ogen van de volwassenen. Hij daagt niet op op school en doet hij dat toch, dan laat hij zonder enige vorm van gene merken dat hij er zich verveelt. Zijn leraren weten niet wat aanvangen met hem en sturen hem dan maar uiteindelijk van school weg. Maar aangezien de recreatiemogelijkheden in zijn dorp onbestaande zijn, steekt Noi allerlei kattekwaad uit en verliest hij zich in dagdromen.

Zijn dromen nemen een hoge vlucht wanneer hij Iris ontmoet. Zij werkt in het plaatselijke benzinestation, maar aangezien het aantal klanten dat dagelijks passeert aan de zeer lage kant is, verveelt ook zij zich te pletter. Noi en Iris vinden elkaar in hun frustraties en worden een onwaarschijnlijk koppel, tot ongenoegen van haar vader, die net zoals de meeste volwassenen Noi maar een nietsnut vindt. De beide tieners dromen van verre reizen, waarbij vooral Hawaii tot hun verbeelding spreekt. Zelfs wanneer een grote catastrofe het dorp treft en het leven van Noi voorgoed verandert, weigert hij zijn dromen op te geven.

Het thema van de tiener die zich een alien voelt in de (boze) wereld van de volwassenen is al meerdere keren behandeld. Regisseur Dagur Kari had hier gemakkelijk een stereotiepe tienerfilm van kunnen maken, maar levert in de plaats hiervan een intelligent en origineel product af. Toegegeven, de locatie van het Ijslandse dorp dat van de buitenwereld lijkt afgesloten te zijn vind je natuurlijk niet terug in de doorsnee Amerikaanse tienerfilm, maar datgene wat echt de charme van Noi Albinoi uitmaakt, is de bizarre humor. Dit is zowat eigen aan de Scandinavische film, een soort van onderkoelde humor, zoals je die ook bij Kaurismäki aantreft. Soms zitten er zelfs hilarische scènes in de film, zoals wanneer de leraar Frans zijn leerlingen mayonnaise leert maken of wanneer Noi zijn vader en grootmoeder in de keuken helpt.

De verschillende bizarre situaties zijn niet alleen bedoeld om het publiek te doen (glim)lachen, maar onderstrepen ook het absurde van Noi's leven. De vraag die je je hierbij kan stellen is: wie of wat is er nu eigenlijk absurd? Is het de wereldvreemde jongeman die tenminste zijn eigen dromen probeert waar te maken of de volwassenen die hun dromen hebben opgegeven en zich laten leven? Kari kiest ervoor om geen voorgekauwde mening te declameren, maar toont gewoon beide werelden en laat de interpretatie wijselijk aan de kijker over.

De regisseur vond dan misschien geen albino voor zijn hoofdfiguur, maar wel een zeer verdienstelijk acteur, Tomas Lemarquis genaamd. Zijn geloofwaardige vertolking wordt overigens ondersteund door het uitstekende acteerspel van een hele groep amateurs. Noi Albinoi heeft ondertussen al een heel festivalcircuit achter de rug, waar hij al enkele interessante prijzen bij elkaar heeft gesprokkeld. Dit is echter geen film voor het grote publiek: door de onderkoelde humor, de schaarse dialogen en de bevreemdende situaties en personages vind je Noi Albinoi - net zoals zijn hoofdpersonage - ofwel geniaal ofwel idioot.

Titel: Dagur Kari
Genre: Drama
Speelduur: 1u35
Regie: Denys Arcand
Acteurs: Tomas Lemarquis, Throstur Leo Gunnarsson, Elin Hansdottir, Anna Fridriksdottir