Niet dat Clive Barker nog veel met deze derde sequel te maken heeft. Een tijdje na de alom geprezen eerste Hellraiser uit 1987 verkocht hij namelijk voor één miljoen dollar de rechten op zijn Pinhead-figuur (die voor het eerst ten tonele werd gevoerd in een kort verhaal, The Hellbound Heart). Dat komt erop neer dat Barker geen controle heeft op de indrukwekkende Pinhead-franchise en dat hij voor de sequels alleen optreedt in de hoedanigheid van executive producer. Deel twee (Hellbound) uit 1988 werd geregisseerd door Tony Randel en deel drie (Hell on Earth) uit 1992 door Anthony Hickox.
De vierde Hellraiser werd geschreven door Pete Atkins, zelf ook schrijver van romans, jeugdvriend van Barker en ook al scenarist van Hellraiser 2 en 3. Oorspronkelijk zou Stuart Gordon (Re-Animator, Castle Freak) het ding regisseren, maar de Lovecraft-adept werd vervangen door make-up-goeroe Kevin Yaghter. Toen de film klaar was, was Miramax echter niet tevreden over de structuur van het verhaal (die chronologisch van de 18e tot de 22e eeuw liep) en men zette Atkins terug aan het werk. Omdat Yaghter ondertussen Sleepy Hollow aan het verfilmen was, werden drie nieuwe scènes geregisseerd door Joe Chappele (Halloween 6). Op verzoek van Barker werd Rand Ravich (Candyman 2) tenslotte ingehuurd om nog wat nieuwe scènes te schrijven. Yaghter distancieerde zich van de film en zo komt het dat Alan Smithee (een fictief pseudoniem dat in Hollywood gebruikt wordt voor films zonder of met meerdere regisseurs) de credits siert.
Het resultaat van dit alles is een vrij groots opgezette, maar nogal goedkoop ogende (budget: vijf miljoen dollar) film met zowaar epische aspiraties. Er wordt gestart in de achttiende eeuw bij de speelgoedmaker Le Marchand (Bruce Ramsey), die de beruchte puzzeldoos die een passage vormt tussen de aarde en de hel, ontwerpt. Daarna volgen we het pad van de doos doorheen de twintigste eeuw. De finale confrontatie tussen Pinhead en een bloedverwant van de speelgoedmaker vindt plaats in de 22e eeuw, wat als een kader omheen de film zit.
Hoewel Pinhead (voor de vierde keer gespeeld door Doug Bradley, een oude klasgenoot van Barker) nog altijd kan rekenen op een trouwe schare fans en zich qua populariteit kan meten met pakweg Freddy Krüger, lijkt de mythe van de puzzeldoos nu toch helemaal leeggemolken. Enerzijds probeert de film aan te sluiten bij een detail uit Barkers origineel (de origine in de 18e eeuw), anderzijds wil het de hele geschiedenis overspannen (tot in de 22e eeuw). Dat maakt van Hellraiser IV een overbodig rommelige film, met een gebrek aan visie en inzicht. Clive Barker zelf orakelde dat het nu maar eens gedaan moet zijn met de Hellraiser serie. Dit vierde deel geeft hem alleen maar groot gelijk.