Het is meer dan ironisch dat Disney dit jaar een van zijn beste zomers ooit heeft beleefd, maar net daardoor tot de conclusie kwam dat het z'n legendarische tekenfilmafdeling maar beter voorlopig kon sluiten. Zowel voor Atlantis als Treasure Planet had de Grote Muis nog duchtig de kleurpotloden geslepen, maar zowel commercieel als artistiek werden de films een flop. En dat terwijl de bazen zagen dat een piraat (Johnny Depp) en een dapper visje (Nemo) de zomerse box-office beheersten. Ze trokken hun conclusies en na Brother Bear en Home on the Range zal Disney geen traditioneel getekende films meer releasen. Alles wordt gezet op de twee nieuwe films die Pixar voor Disney in de pipeline heeft: The Incredibles in 2004 en Cars in 2005. Daarna loopt zoals bekend het contract tussen de twee firma's af. Wie Ratatouille (2006) in de zalen zal mogen brengen, is nog niet bekend. Als wij Disney waren, dan zouden we de mensen van Pixar maar eens extra goed in de watten leggen. Je moet wel gek zijn om de kip met de gouden eieren te slachten.
Finding Nemo is het geesteskind van Andrew Stanton, de co-scenarist van alle vorige Pixar-langspelers en co-regisseur van A Bug's Life, die nu van grote baas John Lasseter de kans kreeg om een hele film te dragen. Naar eigen zeggen kreeg Stanton het idee voor Finding Nemo al in zijn jeugd toen hij zich bij de tandarts afvroeg wat er zich allemaal afspeelde in het aquarium dat daar stond. Het creëren van een onderwaterwereld bleek voor Pixar een logische volgende uitdaging na het speelgoed uit Toy Story, de insektenwereld uit A Bug's Life en de monsters uit Monster's Inc. Maar liefst 180 mensen gingen drie jaar geleden aan de slag. Ze programmeerden bijna 100.000 vissen, 74.000 kwallen en 13.000 koralen. Cijfers die niets zouden betekenen zonder een verhaal dat je bij de kladden grijpt en niet meer loslaat.
We bevinden ons in het Great Barrier Reef, waar de clownvis Marlin en zijn lief vrouwtje intrek hebben genomen in een nieuwe anemoon. Hun geluk kan niet op, want ze staan op het punt ouders te worden van vierhonderd kleine visjes. Een haaienaanval maakt een einde aan hun geluk: Marlin wordt weduwenaar en slechts één klein oranje visje overleeft: Nemo. Getraumatiseerd door die gebeurtenis, is Marlin een overbezorgde papa geworden die Nemo, geboren met één te kleine vin, overbeschermt. Op de eerste schooldag gebeurt een nieuwe ramp. Nemo verlaat de klas, wordt door een diepzeeduiker opgevist en belandt uiteindelijk in het aquarium van een tandarts in Sydney. Marlin wil er alles aan doen om zijn zoontje uit de klauwen van de tandarts te redden en krijgt daarbij de hulp van Dory, een hilarische blauwe vis met geheugenverlies.
Finding Nemo is een film die razend snel uit de startblokken schiet. Er is nauwelijks tijd om te wennen aan de visuele pracht en praal van de onderwaterwereld. Je komt ogen te kort om te kijken naar de schitterende, felle kleuren en de tientallen personages die Marlin en Nemo tegen komen op Nemo's eerste schooldag. Dat hoge, gejaagde tempo komt de prent in eerste instantie niet ten goede. Er wordt teveel in één keer getoond en verteld. Eens Nemo ontvoerd is, zakt gelukkig het tempo en focust Andrew Stanton zich enkel nog op de belangrijkste personages. Dat is natuurlijk papa Marlin (stem van Albert Brooks) en Dory (Ellen DeGeneres) die al snel buddy's worden in de zoektocht naar Nemo (Alexander Gould). Onderweg maken ze kennis met een bont allegaartje vissen en aanverwanten, waaronder een walvis, drie softie-haaien en een groepje coole waterschildpadden. Gewild of ongewild brengen deze avonturen Marlin en Dory telkens een stapje dichter bij Sydney, de plaats waar Nemo intussen gevangen zit in het aquarium van een tandarts. De vissen die hier verblijven, plannen al jarenlang een ontsnapping en kunnen daarbij rekenen op de hulp van een vriendelijke pelikaan.
Net zoals de vorige Pixar-films is Finding Nemo een totaalbelevenis zoals je die niet te vaak ervaart. Technisch gezien is dit weer een grote sprong vooruit in vergelijking met Toy Story. De onderwaterwereld is een lust voor het oog en je kan je bijna niet voorstellen hoe de animatoren daar ooit aan begonnen zijn. De dieren zelf hebben een geweldige expressie en Stanton is er in geslaagd om elk personage een eigen karakter mee te geven. Knap, erg knap. Verhaaltechnisch tapt Pixar uit het bekende vaatje. Marlin en Nemo zijn in feite een doorslagje van Buzz en Woody of Sully en Mike: de buddy's die elkaar soms de huid vol schelden, maar elkaar uiteindelijk niet kunnen missen. Da's ook het gevoel dat er in het aquarium bij de tandarts heerst: vriendschap gaat uiteindelijk boven alles.
Het blijft verbazen dat Pixar technisch tot zo'n knappe dingen in staat is, maar het doet ons nog veel meer plezier dat men bij de droomfabriek blijft hameren op een goed verhaal. Finding Nemo is niet alleen spannend, onderhoudend en uitermate grappig; de prent geeft ook nog een boodschap mee die zowel bij jong als oud zal blijven hangen. Wat vroeger wel eens als het Disney-gevoel werd omschreven, is al een tijdje het Pixar-gevoel: dat wie écht wil, een held kan zijn. Als hij maar blijft zwemmen.
Genre: Tekenfilm
Speelduur: 1u41
Regie: Andrew Stanton
Stemmen: Albert Brooks, Ellen DeGeneres, Alexander Gould, Willem Dafoe, Geoffrey Rush, Brad Garrett, Barry Humphries