Het festival ging door in de Studios, Cinema Zed en in mindere mate in het Vlaams Filmmuseum. Grosso modo kon je stellen dat de meer commerciële films vooral vertoond werden in de Studios en dat je voor het meer alternatieve werk best kon afzakken naar Cinema Zed. De spits werd op woensdag 5 november in Studio 1 afgebeten door het minder gekende The Sum of Us, een tragikomedie uit 1994 die geregisseerd werd door de Australiers Geoff Burton en Kevin Dowling. In de cast is er maar één bekende naam terug te vinden, maar wat voor één: Russell Crowe, op de vooravond van zijn grote doorbraak, speelt namelijk de rol van de homofiele Jeff Mitchell. De film gaat nader in op de relatie met zijn vader, die de seksuele geaardheid van zijn zoon aanvaard heeft en hem zelfs helpt op diens zoektocht naar de perfecte partner. Zonder twijfel was The Sum of Us één van de betere films van het festival en dit is in grote mate te danken aan de integere en gevoelige vertolking van Crowe.
Het publiek kon The Sum of Us ook wel smaken, maar van de films die in de Studios draaiden kregen Philadelphia en Get Real de beste beoordeling. Eerstgenoemde is mede door de oscarwinnende deelname van Tom Hanks ondertussen een heuse klassieker geworden, maar het is tevens één van de eerste grote speelfilms die aandacht had voor de AIDS-problematiek. Get Real (1998) daarentegen is niet alleen minder bekend, maar ook een stuk luchtiger. In deze romantische tragikomedie volgen we het wel en wee van twee tienerjongens die elkaars tegenpolen zijn en die op elkaar verliefd worden. De film levert niet alleen het bewijs dat je de thematiek van homoseksualiteit bij tieners ook met humor kan benaderen, maar dat tienerkomedies best meer kunnen zijn dan een film zoals bijvoorbeeld American Pie.
De Studios sloten af met de topper Boys Don't Cry (1999). In dit rauwe drama staat Brandon Teena centraal: een tienermeisje dat zich voordoet als een jongen en verkering krijgt met het knapste meisje van de buurt. Maar wanneer Brandons echte identiteit ontdekt wordt, moet ze wel een erg hoge prijs betalen. De film is gebaseerd op waargebeurde feiten en kreeg een oscar voor de beste vrouwelijke vertolking.
De publiekspoll liegt er niet om: komedies, of ze nu tragisch of romantisch zijn, scoorden het best bij het publiek. In het aanbod van Cinema Zed was één van de populairste films ongetwijfeld Fucking Amal (1998). Deze film betekende de internationale doorbraak van de Zweedse regisseur Lukas Moodysson, waarvan eerder dit jaar het sombere en aangrijpende Lilja 4-ever werd uitgebracht. Ook in Fucking Amal staat tienerliefde centraal, zij het deze keer tussen twee meisjes. Ook zij zijn elkaars tegenpolen en ook zij weten niet altijd raad met hun overweldigende gevoelens, wat resulteert in een hartverwarmende film. Zonder meer een aanrader van formaat en hetzelfde kan gezegd worden over Kissing Jessica Stein (1997), geregisseerd door Charles Herman-Wurmfeld, de man die ook verantwoordelijk was voor Legally Blonde 2. Hier valt de heteroseksuele titelfiguur - na een desastreuze reeks van dates met mannen - langzaam maar zeker voor de charmes van een biseksuele vrouw.
Tot het besef komen dat je valt voor een persoon van hetzelfde geslacht is niet evident; het outen van deze gevoelens nog veel minder. Het zijn twee gegevens die in de meeste holebi-films al dan niet uitgebreid aan bod komen. Dat is ook het geval met de film die op de voorlaatste dag in avant-premiere getoond werd: A mi madre le gustan las mujeres. Het uitgangspunt is alvast origineel: Sofia doet een verrassende mededeling aan haar drie volwassen dochters: ze is opnieuw verliefd. Maar de persoon in kwestie is jonger, van buitenlandse afkomst en... een vrouw. De drie dochters doen hun best om dit te aanvaarden, maar het duurt niet lang of ze ondernemen allerlei pogingen om hun moeder te scheiden van haar nieuwe liefde. Al bij al een zeer geslaagde film, waarvan je alleen maar kan hopen dat hij een algemene release krijgt. Deze avant-premiere was alvast uitverkocht.
Dit filmfestival was een weerzien met enkele 'ouwe getrouwen', maar ook een prettige kennismaking met minder bekende producties. Een beetje meer verdieping zou echter geen kwaad kunnen. Het overgrote deel van de films waren bijvoorbeeld van Europese en Amerikaanse makelij en we hadden wel eens graag geweten hoe in andere filmculturen het gegeven van homoseksualiteit behandeld wordt. En waarom eens niet meer aandacht besteden aan regisseurs die uitsluitend films maken over dit thema? Waarom niet een festival organiseren zoals dat in Londen gedaan wordt, met films die voor het grote deel van het publiek ronduit onbekend zijn? Misschien zijn Leuven en België daar echter nog niet klaar voor.