In het slotstuk van The Lord of the Ring-saga zal Frodo (Elijah Wood) zich samen met Sam (Sean Astin) en Gollum (Andy Serkis) een weg moeten banen naar Mount Doom om daar de almachtige ring te vernietigen. Aragorn (Viggo Mortensen), Legolas (Orlando Bloom) en Gimli (Joh Rhys-Davies) moeten de hoofdstad van het rijk Gondor - Minas Tirith - gaan redden tegen de aanstormende troepen van Sauron afkomstig uit Mordor en moeten daarbij de hulp inroepen van een onverwachte groep wezens uit een ver verleden. Terwijl Merry (Dominic Monaghan), Pippin (Billy Boyd) en Gandalf (Ian McKellen) met de strijders van Rohan het hoofd van deze zelfde stad - Denethor (John Noble), vader van Boromir (Sean Bean) en Faramir (David Wenham) - gaan bijstaan in zijn eigen strijd tegen het kwaad. Dat is nog maar een klein gedeelte van al de verhaallijnen die in ruim drie uur aan de kijker voorbij vliegen. Net als aan het begin van The Two Towers verwacht Jackson wel van zijn publiek dat zij de vooraf gebeurde feiten goed in hun hoofd hebben zitten, want er is ook dit keer geen introductie aanwezig. Het is dus aangeraden om nog even die DVD's uit de kast te halen voordat men naar de bioscoop trekt.
Het is zonder enige twijfel een enorme prestatie die Peter Jackson met The Return of the King aflevert. De enorme complexiteit van het in elkaar vlechten van al die verschillende verhaallijnen tot een consistent geheel moet een nachtmerrie zijn geweest en het resultaat mag er dan ook zijn: The Return of the King is een goede mix tussen de branie van het eerste deel en het brein van het tweede deel geworden. Deze twee kanten maken van The Return of the King een perfecte afsluiting van een epos dat in de nabije toekomst zijn gelijke niet gauw zal tegenkomen. Net als in de eerdere delen is er weer flink wat tijd ingeruimd voor plotontwikkeling en het uitdiepen van de voor iedereen bekende karakters. Aragorn worstelt met zichzelf over het wel of niet aanvaarden van het koningschap, maar wanneer dan eindelijk Viggo Mortensen als een grote staatsman voor zijn troepen staat en hen moed inspreekt, voordat een horde van tienduizenden orks hen zal overstromen, staat daar dan ook een echte koning. Mortensen zal voor eeuwig in het geheugen gegrift staan als Koning Aragorn, zoon van Arathorn.
Het andere sleutelverhaal ligt in handen van de twee kleine hobbits Frodo en Sam. Zij krijgen het onderling steeds zwaarder te verduren naar gelang zij steeds dichter bij Mount Doom komen - dit mede dankzij de intrigant Gollum die er werkelijk alles voor over heeft om de ring in handen te krijgen. Gedurende deze episode zien we Elijah Wood steeds verder wegzakken en zien we ook dat zijn barrières tegen het kwaad steeds meer afbrokkelen waardoor zijn ziel steeds makkelijker gecorrumpeerd wordt. Sean Astin speelt een integrale rol bij het overleven van Frodo, want hij ankert hem constant aan het heden en aan het kleine beetje goeds in de wereld. Hij fungeert steeds weer als laatste redmiddel tegen de streken van reisgezel Gollum. Astin doet dit met verve en heeft in de loop van de drie delen Sam doen uitgroeien van bijfiguur tot hoofdfiguur van formaat (letterlijk en figuurlijk). Gollum is weer de grote showsteler (net als in The Two Towers). Direct wanneer hij in beeld komt vergeet je dat het hier gaat om een computerfiguur, want het enorme scala aan gezichtsuitdrukkingen geven perfect de interne strijd weer die hij doormaakt en wanneer zijn slechte kant het dan uiteindelijk toch wint is dit een hartverscheurende ontwikkeling. Aan deze prestatie is vooral Andy Serkis debet, het is het door de motion-capture (een techniek die echte bewegingen kopieert naar de computer) opgenomen acteren van hem dat Gollum (of Sméagol) een echte ziel meegeeft en een echt karakter van hem maakt. De slotscène boven de lava in Mount Doom is absoluut één van de hoogtepunten van de film en zal weinig mensen onberoerd laten. Dit drietal is daar zo goed op elkaar ingespeeld dat het drama en de spanning bijna te snijden is. Werkelijk fenomenaal.
Personen die helaas te weinig groei doormaken zijn Gimli en Legolas. Zij staan sinds The Two Towers stil in hun groei ten opzichte van het grote geheel en behalve de ontwikkeling van hun onderlinge vriendschap is er over hen niet veel nieuws te melden. Zij worden in het script net iets te vaak gereduceerd tot een komische noot wanneer de scènes wat "comic relief" nodig hebben. Éowyn (Miranda Otto) echter groeit wel weer in haar rol. Zij moet gaan kiezen tussen haar gevoelens voor Aragorn - die hij niet kan of wil beantwoorden - en een leven op de troon van Rohan die hoe dan ook door Théoden (Bernard Hill) zal worden afgestaan. Miranda Otto zet deze heldhaftige dame neer als een vrouw die haar mannetje weet te staan in een gevecht en tegelijkertijd haar vrouwelijkheid en zorgzaamheid voor haar volk (en een kleine hobbit) niet te grabbel gooit. Haar acteren, getypeerd door een onderkoeldheid, kan vooral in haar ogen gezien worden en daar kan de vertwijfeling en vechtlust duidelijk gelezen worden. Zo zijn er nog vele karakters die hier de aandacht verdienen zoals Faramir, die koste wat het kost de erkenning van zijn dolgedraaide vader Denethor wil verwerven; Gandalf die zijn plaats als raadsheer inwisselt voor die van krijgsheer op de kantelen van Minas Tirith; en natuurlijk de twee andere hobbits, Merry en Pippin, die elk op hun eigen wijze weer nieuwe elementen van henzelf ontdekken. Het is allemaal te veel om hier op te noemen.
De grote vraag bij het begin van The Return of the King was natuurlijk ook of Jackson naast het emotionele gedeelte ook het visuele aspect van de eerdere delen kon overtreffen. Voornamelijk hebben we het hier over de enorme veldslag bij het fort van Helm's Deep aan het eind van The Two Towers. De omvang van deze strijd was zo groot dat het bijna onmogelijk leek om hier nog overheen te komen, maar het lukt Jackson toch met grote overtuiging. De veldslag voor de deur van Minas Tirith is - om het zacht uit te drukken - adembenemend. Alle beesten en monsters die we eerder in losse conflicten zagen, zijn nu samengebundeld tot één groot leger met trollen, orks, mûmakil (heel erg grote olifanten), wargs, en nazgûl in de gelederen. Het is een schouwspel waar de monden van open zullen vallen en de grote gevechten van Star Wars en The Matrix tot voetnoot zal doen verschrompelen. Van alle kanten wordt de camera rondgeslingerd om een gevoel te kweken dat de kijker werkelijk aanwezig is op Pellenor Fields en bijna vertrapt wordt onder de voeten van een of ander beest. Ondanks al dit geweld weet Jackson bewonderenswaardig toch nog tijd te vinden om plotmomenten tussen de vechtscènes te plakken, een teken dat we hier te maken hebben met een regisseur die in al die jaren de volledige controle behouden heeft over een project waar menig regisseur al gauw de weg in kwijt was geraakt.
Peter Jackson vraagt veel van zijn publiek. Niet alleen wordt hier de speelduur van drie uur en twintig minuten bedoeld, maar ook het feit dat sommige plotelementen in The Return of the King in beweging zijn gezet in de "extended" versie van The Two Towers. Het is voor mensen die het tweede deel een jaar geleden voor het laatst gezien hebben in de bioscoop volstrekt onbegrijpelijk hoe bijvoorbeeld de relatie tussen Faramir en zijn vader zo gebrouilleerd is geraakt. Het kan Jackson dus verweten worden dat hij hier wat voorbarig te werk is gegaan met te weinig ontzag voor de bioscoopganger die geen zin heeft om de film nog een keer te kijken met ruim veertig minuten extra materiaal. Tevens brengt het tussentijds uitbrengen van de langere versies van delen één en twee met zich mee dat oneffenheden in het verhaal nu de film wel erg makkelijk vergeven worden en dat sommige scènes naar de langere versie getransporteerd hadden mogen worden waardoor de film in de bioscoop wat hechter aan had gevoeld. Het is namelijk wel zo dat het script hier en daar toch nog flink rammelt. Dat kan komen door het feit dat er geen echt script was tijdens het filmen en dat veel scènes een dag voor de opnames nog een paar keer herschreven werden. In de montagekamer kan je dan voor problemen komen te staan, maar Jackson heeft de lange versie nog om de foutjes uit het verhaal te strijken, alhoewel de nietsvermoedende bioscoopganger daar nu niet zo veel aan heeft.
Iedereen weet dat Peter Jackson, Phillippa Boyens en Fran Walsh in vergelijking met Tolkiens boeken behoorlijk wat dichterlijke vrijheden hebben genomen bij de eerste twee delen en bij The Return of the King is dat niet minder. Vooral het einde zal voor veel fans van de boeken moeilijk te verkroppen zijn. Beschouw deze films dan ook als Jacksons interpretatie van een stuk geschiedenis en niet als een letterlijke verfilming van een bijna onverfilmbaar boek. De kern van zowel Tolkiens als Jacksons versie is nog steeds de eeuwig durende strijd tussen goed en kwaad en in onze hedendaagse wereld kunnen we daar toch genoeg parallellen voor vinden. Dit is tijdloos materiaal.
The Return of the King zal de echte fan uiteindelijk niet teleurstellen en zal zeker de gewone bioscoopbezoeker een lange avond uitstekend bezighouden. Er zal nog veel over deze trilogie gepraat en geschreven worden, maar wat er ook van is: Jackson heeft de lat met zijn trilogie zó ontzettend hoog gelegd voor fantasyfilms dat je van heel erg goede huize moet komen om hier nog overheen te komen. Het fantasygenre is voorlopig het domein van Koning Jackson.
Genre: Drama
Speelduur: 3u00
Regie: Peter Jackson
Acteurs: Elijah Wood, Ian McKellen, Ian Holm, Liv Tyler, Cate Blanchett