Geen sequels, geen hobbits, geen Matrix, geen Hulk,... Wat zijn eigenlijk de trends in het meer alternatieve filmaanbod? Daar is geen eenvoudig antwoord op te geven. 9/11 liet nog altijd zijn sporen na, getuige At Five in the Afternoon van Samira Makhmalbaf, dat een Afghanistan na de oorlog laat zien. Of The 25th Hour van Spike Lee, dat een New York laat zien dat nog steeds zijn wonden nalikt. En zelfs de hoofdpersonages van Les Invasions Barbares kunnen niet anders doen dan filosoferen over de vernietigende aanslagen. Voorts kan je zeggen dat zowel elk land of misschien beter gezegd elke regio zijn eigen stempel gedrukt heeft op zijn eigen producties.
We beginnen onze reis om de wereld in het noorden van Europa. Aangenaam verrast waren we door niet minder dan twee Ijslandse films. The Sea was Ijslands antwoord op King Lear: geen hoogvlieger, onder andere omdat de kwestie van de vissersquotas, dat soms uitgebreid aan bod komt, een niet-Ijslander minder nauw aan het hart ligt. In ieder geval was de film beter dan wat we tijdens de rest van de zomer in de bioscoop mochten zien. Noi Albinoi - of: het allesbehalve spannende leven van een tienerjongen - was wel een voltreffer: ijzersterke onderkoelde humor, maffe personages en een ontroerend verhaal, meer moet dat niet zijn.
Dit jaar konden we ons ook verheugen op nieuw werk van twee meer internationaal gerichte Scandinavische regisseurs, namelijk de Deen Thomas Vinterberg en zijn Zweedse collega Lukas Moodysson. Alhoewel: de nieuwste prent van Vinterberg, It's All About Love, was een tegenvaller. Het basisidee, een futuristisch liefdessprookje, was op zich zeker niet slecht, maar spijtig genoeg zaten er iets teveel vergezochte details in de film, die hierdoor teveel aan kracht en aan geloofwaardigheid verloor. Jammer, want van een van de grondleggers van Dogma 95 verwacht je toch meer. Lilja 4-ever van Moodysson - over de lotgevallen van een Russisch tienermeisje - was wel geslaagd, maar was tevens een van de donkerste producties van dit jaar. De Zweedse regisseur wordt in eigen land op handen gedragen en is goed op weg om een internationaal succes te worden. Maar het beste wat Noord-Europa dit jaar te bieden had, kwam van de Deen Lars von Trier, die met Dogville komaf maakte met de belangrijkste filmconventies zoals bijvoorbeeld een decor en zich uitsluitend concentreerde op de evolutie van het verhaal en de karakterontwikkeling. Enorm gedurfd, want zeker niet voor ieders smaak, ook al omdat de film ongeveer drie uur duurde. Noord-Europa blijft een regio om in het oog te houden.
Want inderdaad, niet alleen in het commerciële filmaanbod waren er films die een uitdaging vormden voor het achterwerk van de toeschouwer. Italië kwam zowaar op de proppen met het zes uur durende La Meglio Gioventu. Toch was het geen moeilijke opgave om deze film helemaal uit te zitten, want daarvoor was het verhaal van twee broers tegen de achtergrond van veertig jaar geschiedenis enorm meeslepend. Lang geleden dat er nog eens een (Italiaanse?) prent was die hersens en hart aansprak. Overigens kwam er tijdens de zomer nog een andere uitstekende Italiaanse productie in de zalen, zijnde Io Non Ho Paura, een - letterlijk en figuurlijk - broeierige thriller.
Geen werk van Almodovar dit jaar, maar geen paniek, want van de onbekende Juan Carlos Fresnadillo konden we het bizarre Intacto bewonderen. Een naam om in het oog te houden. Buurland Frankrijk deed ook zijn best afgelopen jaar. Swimming Pool bijvoorbeeld was een intelligente thriller van Francois Ozon, waar je op het verkeerde been wordt gezet. Een zeer interessante tekenfilm van Frans-Canadese-Belgische origine was Les Triplettes de Belleville, een zeer geslaagde combinatie van moderne en traditionele tekentechnieken. Het was alleszins verfrissend om voor de verandering eens een animatiefilm te zien met oude, lelijke mensen als hoofdpersonages en een verhaallijn die op zijn minst gezegd ongewoon is.
Japan had niet alleen griezelfilms te bieden dit jaar. Spirited Away ging zeer verdiend lopen met de oscar voor beste tekenfilm: technisch hoogstaand, meeslepend verhaal, ingebed in de eigen cultuur en originele details: zulke animatiefilms mogen meer in de zaal komen. Vraag is alleen of het grote publiek hierop zit te wachten. Ook Takeshi Kitano was dit jaar van de partij, met het mooie Dolls. Het geweld is er nog altijd aanwezig, zij het dat het deze keer naar de achtergrond is verdrongen. Zijn Chinese collega Zhang Yimou zette zijn hyperesthetische traditie verder met Hero en kreeg er een oscarnominatie voor.
2003 was ook een prettig weerzien met enkele andere ouwe getrouwen, zoals Ken Loach met het ontroerende Sweet Sixteen. Enkelen onder hen sloegen de bal echter volledig mis, zoals Intolerable Cruelty van de anders briljante Coen broertjes, Naqoyqatsi van Godfrey Reggio, het teleurstellende laatste gedeelte van een boeiende trilogie en het bijna slaapverwekkende Russian Ark van Sokurov. Het bewijst maar al te duidelijk dat kwaliteit - en een gebrek daaraan - in alle genres en in alle uithoeken van de wereld terug te vinden is.