Het is de Luikse broers Jean-Pierre en Luc Dardenne dan ook dik gegund dat hun derde langspeelfilm, La Promesse, dit jaar in Cannes (weliswaar een beetje in de schaduw van Lars von Triers Breaking the Waves en Jaco Van Dormaels Le Huitième Jour) op heel wat sympathie en goeie commentaren kon rekenen, wat misschien nog wel belangrijker was dan de Prijs Beste Kwaliteitsfilm die in de wacht werd gesleept. La Promesse kreeg daarna nog een hele resem andere festivaluitnodigingen, won de Grote Prijs op het Festival van Potsdam en was afgelopen zaterdag ook nog als galavoorstelling te zien op het filmfestival van Gent.
Een beetje verwonderlijk misschien, voor wie de vorige films van de gebroeders Dardenne zag (de weinig bekende prenten Falsch en Je Pense a Vous) en weet dat voor La Promesse een beroep werd gedaan op onbekende en zelfs niet-professionele acteurs. Die keuze verhoogt echter spectaculair het authenticiteitsgehalte van de film. Geen ver-van-mijn-bed-show, maar een sociaal geëngageerd drama in de achtertuin. Onvermijdelijk dat men vergelijkingen gaat trekken met films van Ken Loach en Mike Leigh.
Centraal in La Promesse staan Roger (Olivier Gourmet) en zijn 15-jarige zoon Igor (Jérémie Renier), die in het Luikse een garage runnen, maar ook inwijkelingen aan onderdak helpen. Ze verhuren kamers tegen woekerprijzen en laten de clandestiene migranten meewerken aan de verbouwingen van hun huis. Het noodlot slaat toe wanneer Hamidou, één van de illegalen, van een hoge stelling valt en doodbloedt. Net voor hij sterft, smeekt hij Igor om voor zijn vrouw Assita en kind te zorgen. Voor Igor betekent de gebeurtenis een breekpunt in zijn leven. Terwijl zijn vader gewetenloos zijn commercie in mensenhandel verderzet en Assita valselijke informatie geeft over het lot van Hamidou, begint Igors geweten (en zijn belofte) te knagen.
De grote kracht van La Promesse is de geloofwaardigheid waarmee het (alles behalve rooskleurige) Luikse milieu van clandestiene immigratie, uitbuiting en armoede wordt geschetst. Roger lijkt geen morele normen te hanteren en is een alles behalve stichtend voorbeeld voor zijn zoon Igor. De omstandigheden waarin de illegalen moeten overleven zijn miserabel (erbarmelijke behuizing en verwarming, onwetendheid, uitbuiting) en worden zonder schaamte of overdreven pathos geschetst. La Promesse is donker naturalisme, rauw realisme. De feiten zijn erg genoeg, er komt geen gegoochel met make-up, effecten of montages aan te pas. Deze eenvoud kan je dan ook niet onberoerd laten. Zonder meteen te spreken van een filmisch meesterwerk, is La Promesse eerlijk genoeg om apatische en ongevoelige zielen op een regelrechte uppercut te tracteren.