Bijna dertig jaar na dato is Tobe Hoopers The Texas Chain Saw Massacre nog steeds een sterke horrorfilm, een klassieker met een monster dat zo naast moderne iconen als Freddy Krueger (Nightmare on Elm Street) en Jason Voorhees (Friday the 13th) plaats kan nemen. Voor sommige mensen was de niet aflatende populariteit reden om maar eens een nieuwe versie te gaan maken, maar dit keer natuurlijk sneller, grootser en vooral enger. Op dat laatste punt schiet de remake echter behoorlijk tekort. Meteen aan het begin van The Texas Chainsaw Massacre anno 2003 valt het op dat de film niet in het heden geplaatst is, maar dat het verhaal zich nog steeds in de zeventiger jaren afspeelt. Dit is een goede keus geweest omdat mensen dan niet naar het scherm kunnen roepen: "Heb je dan niks geleerd van al die film gedurende de afgelopen dertig jaar?".
Het verhaal draait nog steeds om vijf jonge mensen die net terugkomen van een reisje naar Mexico. Het is de hippietijd en de marihuana wordt dus volop gerookt. Het noodlot heeft echter een verrassing voor het vijftal in petto: een meisje dat niet helemaal lekker in haar vel zit. Wanneer zij haar oppikken, pleegt ze in hun busje zelfmoord en de jongeren moeten dit volgens hun geweten gaan aangeven bij de politie. Als ze bij het eerste het beste pompstation om hulp vragen, worden ze verwezen naar de sheriff die hen wel even komt helpen. Stom en stoned als ze zijn gaan ze een huis binnen om daar uiteindelijk niet levend uit te komen. Zoals eerder gezegd is er weinig origineels te vinden in het verhaal, maar daar doen we het dan ook niet voor. Wat we willen is bloed, ingewanden en grof geweld, toch?
In tegenstelling tot de versie uit 1974 - waar opvallend weinig 'gore' in te zien was - gaat het er nu wel bloederig aan toe. De uiterst smerig opgemaakte scènes springen de kijker om de oren als de film eindelijk goed op gang komt. Voor die tijd doet debutant Marcus Nispel (afkomstig uit de muziekvideo's) erg zijn best om de beklemmende sfeer van het origineel na te bootsen en dat lukt aardig in de verrassend stijlvolle opening. Zonder al te veel opsmuk introduceert hij de karakters en zonder blikken of blozen blaast hij de hersens van de liftster door het busje heen. De toon is gezet. Alle subtiliteit gaat echter het raam uit wanneer de kids de stomme beslissing nemen om dat enge huis midden in het veld binnen te gaan. De keuzes van de karakters zijn zó onlogisch dat het moeilijk wordt om om hen te geven als ze uiteindelijk in stukken gezaagd worden. Alles is zo over het paard getild en voorspelbaar dat er gewoon niks engs meer aan is en dat is toch de reden om dit soort films te gaan kijken: je helemaal het lamlazarus te laten schrikken.
De complete familie - bestaande uit door inteelt gekweekte angstaanjagende gekken - die verantwoordelijk is voor alle ellende heeft als uitschieter R. Lee Ermey (Full Metal Jacket) als de zoon van het zootje ongeregeld die de slachtoffers regelt voor het monster in de kelder. Hij is weer heerlijk vals getypecast als de sadistische "sheriff" van Travis County en met een maniakale blik in zijn ogen maakt hij de tieners goed het leven zuur. Het valt op dat tegen deze valse persoon de rest van de familie allemaal wat mat overkomen; ze hadden best nog wel wat verder over de schreef geduwd mogen worden om alles nog bedreigender te maken. The Texas Chainsaw Massacre is een deels gelukte miskleun die zoveel meer had kunnen als niet zo ontzettend de nadruk was gelegd op het doen walgen van het publiek. Als regisseur Nispel had gekozen om de lijn die hij in de eerste akte uitzet door te trekken, dan was deze film zoveel indrukwekkender geworden en zelfs in dit absurde genre een uitschieter geweest. Zonde.
Genre: Horror
Speelduur: 1u38
Regie: Marcus Nispel
Acteurs: Jessica Biel, Jonathan Tucker, Erica Leerhsen, Mike Vogel, Eric Balfour, Andrew Bryniarski, R. Lee Ermey