Wie denkt dat op zondag 29 februari in het Kodak Theatre in Hollywood de beste film van 2003 beloond zal worden met een oscar, heeft het goed mis. Er ís simpelweg geen béste film omdat er geen eenduidige maatstaven zijn waaraan je dat kan afmeten. De oscars zijn geen examen waar je punten mee kan winnen of verliezen en waaruit uiteindelijk de hoogste score beloond kan worden. De oscars zijn, zoals nog wel eens gedacht wordt, al helemáál geen publieksprijzen. Hoe populair een film is, is tijdens een oscarceremonie van weinig tel. Nee, de oscars zijn hoogstens een grootste gemene deler, een doorsnee van de smaak van pakweg 6.000 mysterieuze mensen, waarvan niemand écht weet wie ze zijn.
De oscars, zo beweren kwatongen, zijn ook het resultaat van heel wat lobbywerk. Wie als producent de hielen van de leden van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences durft te likken, verhoogt zijn kans op winst. Vooral Miramax wordt nogal eens verweten op dat vlak erg bedrijvig te zijn. Komt daar nog bij dat er eind vorig jaar een hele hetse aan de gang was over de zogenaamde screening tapes die, om illegale kopieën tegen te gaan, plotseling niet meer naar de leden verzonden mochten worden. Een kaakslag voor de kleine filmmaatschappijen voor wie die screeners vaak de enige kans waren om hun films tot bij de leden van de Academy te krijgen. Inmiddels zijn de regels over het opsturen van video's of dvd's herbepaald. Het mag onder bepaalde voorwaarden.
Maar het is niet alleen de Academy die onder vuur ligt. Terwijl de Golden Globes elk jaar aan uitstraling winnen, stellen critici zich ook steeds meer de vraag wíe die beeldjes in godsnaam uitreikt. Officieel zijn dat een kransje niet-Amerikaanse filmjournalisten die zich in de Hollywood Foreign Press Association verzamelen. Maar volgens filmcriticus John Powers blijkt dat het merendeel van de 90 leden gewoon Amerikaanse filmfans zijn die zich laten omkopen om op een bepaalde film te stemmen.
Dat de twee grootste filmprijzen ter wereld uitgereikt worden door geheime genootschappen die blijkbaar niet helemaal koosjer zijn, belet het filmminnend publiek allerminst om elk jaar weer een gezamenlijke filmische stuiptrekking te krijgen bij het bekendmaken van nominaties en prijzen. Blijkbaar spelen we bewust of onbewust het spelletje graag mee. We wéten wel dat de mening van pakweg 500 juryleden niet opweegt tegen de keuze van een hele wereldbevolking, we wéten wel dat een grote Hollywoodproductie niet te vergelijken valt met een kleine indie; maar toch: de filmprijzen zijn een vlam die aantrekt. En dus was het een hoogweek voor Hollywood, want de bekendmaking van de winnaars van de Golden Globes en de nominaties voor de Academy Awards vielen wonderwel samen.
Die speling van het lot komt omdat de Academy de hete adem van de andere filmprijzen in zijn nek voelt en daarom het oscargala een maand vervroegde. In plaats van eind maart, zal komiek Billy Crystal nu al op schrikkeldag 29 februari de honneurs mogen waarnemen. Het wordt Crystals achtste oscarceremonie. Eerder was hij al host van 1990 tot 1993, 1997 tot 1998 en in 2000, maar het wordt wel zijn vuurdoop in het fonkelnieuwe Kodak Theatre, waar eerder Whoopie Goldberg en Steve Martin al ceremoniemeester mochten spelen.
Hoe ironisch dat het 24-karaats goud oscarbeeldje in feite een ridder met zijn zwaard uitbeeldt. Het is alsof Cedric Gibbons en George Stanley, de makers van de oscars, het speciaal voor Lord of the Rings gemaakt hebben. Het slotdeel van de trilogie, Return of the King, is elf keer genomineerd en algemeen wordt aangenomen dat Peter Jackson en zijn hele Midden-Wereld de grote triomfators van de oscars zullen worden. Enerzijds omdat Return of the King gewoonweg een imposante film is, maar anderzijds natuurlijk ook omdat de Academy dit jaar de héle trilogie zal willen belonen. Fellowship of the Ring en The Two Towers kregen de voorbije jaren respectievelijk dertien en zes nominaties, maar konden alleen oscars in technische of kleinere categorieën binnenhalen. Ook dit jaar is Return of the King favoriet in enkele nevenoscars (zoals kostuumontwerp, muziek en effecten), maar de film dingt ook mee naar een oscar als beste film en beste regisseur. Goed voorteken was dat Return of the King afgelopen zondag in Beverly Hills al aan de haal ging met vier Golden Globes, waaronder die voor beste film en beste regie.
Dat is allemaal fijn voor Peter Jackson en alle Tolkien-adepten, maar pech voor wie houdt van de zogenaamde betere cinema. Lost in Translation lijkt bij voorbaat verloren, zelfs al zijn de andere drie genomineerden voor beste film toch wel outsiders: Mystic River en - godbetert - Master and Commander: The Far Side of the World (10 nominaties!) en Seabiscuit. Analysten hadden die laatste twee posities wellicht liever ingevuld gezien door pakweg City of God (wel genomineerd voor beste regie), Cold Mountain, Big Fish, Monster, American Splendor, 21 Grams, Elephant of zelfs The Last Samurai. Het Tom Cruise-vehikel blijkt - samen met Cold Mountain ('maar' zeven nominaties) zo'n beetje de verliezer van de oscars te worden. The Last Samurai is genomineerd voor vier categorieën, maar het betreft slechts art direction, costume design, sound en - als pleister op de wonde - een nominatie voor de Japanner Ken Watanabe.
Geen Tom Cruise dus bij de mannelijke hoofdrol en ook geen Russell Crowe, maar wél Johnny Depp voor zijn incarnatie van kapitein Jack Sparrow in Pirates of the Caribbean. Depp wist met zijn overdreven maniertjes niet iedereen te plezieren en staat maar vreemd naast Ben Kingsley (House of Sand and Fog), Jude Law (Cold Mountain), Sean Penn (Mystic River) en Bill Murray (Lost in Translation). Verrassing van formaat bij de dames: de 13-jarige Keisha Castle-Hughes gaat in de trommel als beste actrice en is daarmee de jongste kanshebster ooit. Het meisje uit Whale Rider moet het strijdperk in tegen Diane Keaton (Some Thing's Gotta Give), Samantha Morton (In America), Charlize Theron (Monster) en Naomi Watts (21 Grams).
Het zal wellicht maar een haartje gescheeld hebben, maar Stijn Coninx' Nederlandse-Belgische-Duitse-Deense hutsepot Verder dan de Maan, is dan toch niet genomineerd voor beste buitenlandse film. Daar moest dan zoveel ophef over gemaakt worden, medio oktober vorig jaar, toen bekend werd dat de film een week lang in een obscure bioscoop in Namen draaide om in regel te zijn met de oscarstatuten en onder meer publiekslieveling Any Way the Wind Blows passeerde. Nederland mag wel gaan nagelbijten, want Sam Sombogaarts De Tweeling werd genomineerd voor de beste buitenlandse film.
Maar goed, België heeft tenminste een nominatie te pakken voor Les Triplettes de Belleville, een Vlaamse coproductie met Frankrijk en Canada. Eens benieuwd of 'we' in de voetsporen van Shrek en Spirited Away zullen treden. Daarvoor moeten zowel Pixars monsterhit Finding Nemo als Disney's knuffelige Brother Bear uit de wind gezet worden. Opvallend is dat Les Triplettes met zijn titelsong ook meedingt naar een oscar voor beste originele song. En zo hebben ook wij - Vlaamse filmfans - weer reden om zondagnacht naar de oscars te kijken, een show zo bedriegelijk als de trucs van David Copperfield en zo melig als een weekendfilm op TV1, maar toch weer spannend en aantrekkelijk genoeg om een hele nacht aan het beeldscherm gekluisterd te zitten. Maar of ook de 'juiste' prijzen zullen uitgereikt worden, is een andere zaak.