Dat het leven van Markies de Sade een rocky road was, is wel het understatement van de eeuw. Hij werd tijdens zijn turbulent leven beschuldigd van onder meer mishandeling, verkrachting en vergiftiging; had speelschulden over het hele land en schreef pornografische geschriften die de toenmalige censoren nachtmerries bezorgden. De Sade bracht meer dan een derde van zijn leven achter slot en grendel door, maar compenseerde dat door een exuberant leven in vrijheid: orgieën met jonge meisjes, sadomasochistische feestjes met prostituees en cocktails met Spaanse vlieg. What a life! Tot de Sades meest beroemde en verguisde boeken behoren naast De 120 dagen van Sodom (1785) - dat de Sade op een lange rol papier in een gevangenis schreef - ook Justine (1791) en Juliette (1797); drie boeken die lezen als scheermesjes, maar ook een lans breken voor vrije meningsuiting en de opvatting dat in kunst en literatuur alles moet kunnen.
Hoewel de Sades boeken bijna letterlijk onverfilmbaar lijken, hebben verschillende cineasten zich in de loop der tijd aan het oeuvre van deze writer/madman (schrappen wat niet past) gewaagd. Niemand minder dan Luis Bunuel en Salvador Dali verfilmden in 1930 al L'Age d'or. De Sade werd echter vooral terug populair in de jaren zestig, wanneer zowel Justine als Juliette verschillende filmversies kregen. De beroemdste en meest controversiële verfilming kwam in 1975 van de Italiaan Pier Paolo Pasolini met Salo o le 120 Giornate di Sodoma. Pasolini was eigenlijk dichter, schrijver en essayist voor hij in 1954 zijn eerste scenario voltooide. Al gauw ontpopte de Italiaan zich tot een enfant terrible van de cinema. Pasolini was katholiek, homofiel, moralist en nam politiek erg duidelijke standpunten in. Vanaf eind jaren zestig legde hij zich toe op vaak scandaleuze adaptaties van erotische literatuur als Oedipus Rex (1967), Decamerone (1970), The Canterbury Tales (1972) en Arabian Nights (1980). Eén film beitelde Pasolini in het collectief geheugen van de film: Salo o le 120 Giornate di Sodoma. Met het boek van de Sade als bronmateriaal maakte hij een striemende aanklacht tegen het opnieuw oprukkende fascisme in Italië. De film sloeg medio 1975 in als een bom en werd bijna over de hele wereld verboden. Bizar genoeg overleed Pasolini korte tijd na het voltooien van zijn verguisd meesterwerk; wellicht vermoord door een jonge mannelijke prostituee.
Pasolini situeert zijn versie van Salo aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en legt op die manier Mussolini's fascisme onder de guillotine. Volgens Pasolini lagen vier krachten aan de basis van het corrupte Italië: de rechtspraak, het kapitalisme, de klassenmaatschappij en het katholicisme. Het is dan ook niet toevallig dat hij de magistraat (Umberto Paolo Quintavalle), de graaf (Paolo Bonacelli), de president (Aldo Valetti) en de bisschop (Giorgio Cataldi) de hoofdrol laat spelen in Salo. In het begin van de film rekruteren deze door-en-door corrupte mensen negen jongens en negen meisjes, die ze ontvoeren naar een verlaten kasteel aan het Garda-meer. Daar moeten ze 120 dagen lang luisteren naar de meest perverse vertellingen van drie vertellers en een pianist, terwijl ze tijdens drie cycli - die van seksualiteit, uitwerpselen en bloed - onderworpen worden aan de meest verschrikkelijke vernederingen, verkrachtingen en martelingen.
Vanaf de première in Parijs op 22 november 1975 heeft Salo bijna vanzelfsprekend moeten opboksen tegen de censuur. Dat is zowel begrijpelijk als vreemd. Zelfs voor een hedendaags publiek dat geconfronteerd werd met Michael Hanekes Funny Games, Catherine Breillats Romance X of zag hoe een hersenpan tot moes werd geslagen in Gaspar Noés Irreversible, blijft het even slikken bij het zien van zoveel expliciet geweld als in Salo. Volgens vele critici is dit een film die bijna letterlijk onbekijkbaar is. Maar wie de film immoreel of verwerpelijk vindt, vergeet natuurlijk dat het net Pasolini's bedoeling was om de kijker te confronteren met de gruwelen van een verwerpelijke maatschappij. Salo censureren, zo merkte een criticus ooit op, is net zoals foto's uit concentratiekampen verbieden.
Opvallend aan Salo is dat Pasolini voor zijn slaven een beroep deed op jongens en meisjes die voor het eerst voor de camera stonden. Hun onwennigheid lijkt daarom heel natuurlijk en heeft nauwelijks iets gemaakt. Het feit dat deze acteurs er uit zien als onschuldige, bijna bange slachtoffers maakt hun ervaringen ook voor de kijker des te pijnlijker. Pasolini koos voor een zeer statische cameravoering, wat enerzijds de betrokkenheid met de personages vermindert, maar het geheel ook een schokkend, bijna klinisch documentair karakter geeft. Vaak zet de regisseur de camera gewoon in de hoek van een kamer om het geheel te registreren. Als kijker word je zo letterlijk in de rol van toeschouwer gedrukt. Het is trouwens zo dat lang niet alle gruwelijkheden ook daadwerkelijk in beeld worden gebracht. Vaak maakt Pasolini gebruik van suggestie. De echte gruwel zit in het hoofd van de kijker.
Salo is geen film die je voor je plezier bekijkt. Anders dan misschien Markies de Sades bedoeling was, maakte Pasolini van zijn onbedoelde zwanenzang geen film waar je kan van genieten. Voor een film waar bijna alle hoofdpersonages de hele tijd in hun blootje rondlopen, is dat een prestatie op zich. Maar Salo is meer dan dat. De prent is een mijlpaal in de filmgeschiedenis en een tijdsdocument dat iedereen gezien zou moeten hebben. Sommige mesjes snijden heel erg scherp en bij Salo is dat zeker het geval.