TWO BROTHERS

De koningen van de jungle

Foto: A-Film Foto: A-Film Foto: A-Film
De Franse regisseur Jean-Jaques Annaud heeft iets met natuur. In de meeste van zijn films, zoals aan Seven Years in Tibet of La Guerre du Feu, staan niet alleen de mens, maar ook zijn leefwereld centraal. In zijn nieuwste prent gaat Annaud zelfs nog een stapje verder en schuift hij de mens helemaal naar de achtergrond zodat hij zich volledig kan focussen op de natuur en zijn fascinerende bewoners. En net als bij Annauds vorige dierenfilm L'Ours, levert dat ook deze keer een boeiend kijkstuk op.

De vraag die de meeste mensen zich stellen als ze naar natuurfilms kijken is: "Hoe hebben ze dat nu weer gefilmd?" Het is inderdaad interessant om daar even over na te denken, al is het draaien van een natuurfilm misschien niet zo complex als sommige mensen het zich voorstellen. Niet dat je geen engelengeduld moet hebben, maar, om het met de woorden van de legendarische documentairemaker Sir David Attenborough te zeggen: "Als je weet wat je wilt, en je de natuur goed kent, is het gewoon een kwestie van de camera op het juiste moment aan te zetten." Hetzelfde zou kunnen gelden voor regisseur Jean-Jaques Annaud, die als geen ander weet wanneer, en waar, je een camera moet neerzetten. Soms laat hij zich zelfs iets téveel meeslepen door zijn passie voor mooie beelden, en verdwijnen de hoofdrolspelers door zijn bombastische visuele stijl vaak in het niets. Gelukkig heeft Two Brothers daar geen last van, en is Annauds minutieuze aanpak zelfs een groot pluspunt. De film valt dan ook in de eerste plaats op door de uiterst verzorgde fotografie en de soms duizelingwekkende camerastandpunten. Maar net als in L'Ours is de allergrootste troef van de film de aanwezigheid van de twee Bengaalse tijgers Koumal en Sangha. De twee dieren zijn zo imposant, zo machtig en zo elegant, dat ze in iedere scène resoluut de aandacht naar zich toetrekken en zelfs acteurs als Guy Pearce (toch ook niet de eerste de beste) moeiteloos van het scherm spelen.

Maar in tegenstelling tot L'Ours heeft Annaud er deze keer voor gekozen om naast verhaal van de tijgers ook een vrij uitgebreid randverhaal te vertellen. In eerste instantie lijkt dat misschien niet zo'n verstandige keuze, omdat dit soort films het vooral van de dieren moeten hebben, maar samen met scenarist Alain Godard is Annaud er toch in geslaagd om ook het randverhaal functioneel en redelijk boeiend te houden. Zo speelt Guy Pearce de doorgewinterde jager Aidan McRory die na het kelderen van de ivoorprijs op zoek gaat naar een nieuwe bron van inkomsten. Per toeval ontdekt hij dat er in Thailand heel wat fraaie kunstschatten voor het oprapen liggen en besluit om daar zijn geluk te wagen. Tijdens een van zijn strooptochten door de dichte jungle, stuit hij op een eeuwenoude tempel, rijkelijk versierd met mooie beeldhouwwerken die in Good Ol' Engeland heel wat geld zouden kunnen opbrengen. Maar terwijl McRory met dynamiet (!) de beelden van de tempel sloopt, trekt hij de aandacht van een bezorgde tijgermoeder die samen met de piepkleine Koumal en Sangha in de tempel woont. Helaas hebben ook de honden van McRory de tijger geroken, en om te voorkomen dat iemand door het gevaarlijke beest wordt aangevallen, gaat McRory op jacht naar het dier. De angstige moeder moet vluchten, en kan helaas alleen de bange Sangha meenemen. Gelukkig is ook de vader nog in de buurt, maar tijdens een poging om ook Koumal te redden, wordt hij door de jager doodgeschoten. De dappere Koumal probeert zich nog te verstoppen onder zijn dode vader, maar wordt helaas gevangengenomen en verkocht aan het opperhoofd van een lokale stam. Het gierige opperhoofd weet echter niet wat hij met het beestje aanmoet en verkoopt het dan maar aan een onsympathieke circusbaas die op zoek is naar een nieuwe attractie. Helaas gaat het ook de kleine Sangha niet voor de wind, want als hij na een ellenlange klopjacht van zijn moeder wordt gescheiden, komt hij in het bezit van een klein jongetje, dat hem weliswaar goed verzorgt, maar niet kan voorkomen dat ook hij in de verkeerde handen terechtkomt.

Two Brothers heeft trouwens nog meer onaangename verrassingen voor de tijgers in petto en dankzij de goede dramatische opbouw kunnen de spannende avonturen van de twee tijgerbroers met gemak de hele speelduur boeien. Ook de 'acteerprestaties' van de tijgers voelen op geen enkel moment geforceerd of kunstmatig aan, ondanks het feit dat natuurlijk elke beweging tientallen keren werd geoefend. Er is zelfs plaats voor karakterontwikkeling bij de tijgers, die allebei een heel eigen karakter hebben dat in de loop van de film verandert. Sommige actiescènes zijn zelfs zo spectaculair, dat je het als kijker jammer vindt als de film weer overschakelt naar het 'mensenverhaal'. Ieder menselijk personage heeft namelijk wel zijn onsympathieke kantjes en is al dan niet rechtstreeks verantwoordelijk voor het leed dat de twee tijgers wordt aangedaan. Want naarmate de film vordert, en de twee tijgers volwassen worden, worden ook hun levens steeds ondragelijker. En dat is ontegensprekelijk de schuld van de mens, want zoals we dat ondertussen wel van ons eigen ras gewend zijn, is de minachting voor de natuur soms schokkend. Onbegrijpelijk waarom sommige mensen plezier hebben in het schieten van een majestueuze tijger om zijn mooie vacht voor de open haard te kunnen leggen.

Two Brothers mag dan in de eerste plaats een spannende en boeiende avonturenfilm zijn, toch is het ook een subtiele aanklacht tegen de waanzin van het jagen en plunderen. Gelukkig is Annaud een cineast met smaak en gevoel voor dosering, en ramt hij de boodschap er op geen enkel moment in. Hij laat ons veel liever genieten van de beelden van twee jonge tijgers die in het zonnetje liggen te luieren, hun nagels scherpen en met een kokosnoot spelen. Het besef dat de natuur ons respect verdient, komt vanzelf.

Titel: Two Brothers
Genre: Drama
Speelduur: 1u49
Regie: Jean-Jaques Annaud
Acteurs: Guy Pearce, Jean-Claude Dreyfus, Philippine Leroy-Beaulieu, Freddie Highmore