De Frans-Duitse cultuurzender Arte leverde uiteindelijk het geld en gaf Chéreau artistiek carte blanche. Arte speelt trouwens een steeds belangrijker wordende rol in het Europese filmlandschap. Zonder Arte zou bijvoorbeeld Le Temps du Loup - de laatste film van Michael Haneke - de zalen niet eens gehaald hebben. Eigenlijk kwam Son Frère er omdat Patrice Chéreau op geld aan het wachten was voor een prestigieuze film over Napoleon. In plaats van met zijn vingers te zitten draaien wierp hij zich op de verfilming van het gelijknamige boek van Philippe Besson.
Arte zorgde voor geld en Chéreau schoot onmiddellijk in gang. Tussen het moment dat hij de eerste letter van het scenario tikte en de finale afwerking van de film zaten zes maanden. De film heeft geen soundtrack, deels uit inhoudelijke overwegingen, deels uit puur financiële noodzaak. Grotendeels uit de hand geschoten met veel niet-professionele acteurs draagt de film visueel de kenmerken van een semi-documentaire, inhoudelijk is het een krachtig aangrijpend drama.
In losse niet-chronologische hoofdstukken vertelt Chéreau het verhaal van Thomas (Bruno Todeschini), een Parijse jongeman die ziek wordt. Hij heeft een probleem met zijn bloedlichaampjes. De onderzoeken die hij ondergaat in ziekenhuizen van de Franse hoofdstad bieden hoop, noch een oplossing. De dokters vinden de oorzaak niet en sturen Thomas uiteindelijk weer naar huis als een tikkende tijdbom. De ziekte kan niet behandeld worden. Thomas kan noch jaren leven zonder probleem, maar hij zou net zo goed ter plekke dood neer kunnen vallen. In een moment van vertwijfeling belt Thomas zijn homoseksuele broer (Eric Caravaca) waar hij al jaren geen contact mee heeft gehad. In de mogelijk laatste maanden van zijn leven wil hij rechtzetten wat er in de loop van de jaren is scheefgegroeid.
De hernieuwde kennismaking - een traditioneel onderwerp in de cinema - krijgt in Son Frère een dwingend karakter door de druk die hun omgeving bewust of onbewust op de broers uitoefent. Son Frère onderzoekt welke veranderingen een ziekte teweeg kan brengen, zowel fysiek als mentaal als sociaal. Lange scènes tonen hoe Thomas s lichaam langzaam aftakelt, hoe zijn kracht wegsijpelt. Het contrast tussen de verschillende settings van de film benadrukt dat de veranderingen veroorzaakt door de ziekte nooit meer ongedaan kunnen gemaakt worden. Aan de kust lijmen Thomas en zijn broer de brokken. Het woeste kader van het lege strand en de ijskoude zee geven Thomas nog eventjes moed, zijn ogen glinsteren. De kille hemelswitte omgeving van de Parijse ziekenhuizen, kondigen het einde aan.
De pogingen van de broers om weer iets als een band te kweken worden doorkruist door de medicatie die op Thomasï humeur werkt, zijn twijfelende vriendinnetje dat haar lieve, zachte vriendje niet meer herkent in de bittere en boze patiënt. Vader en moeder vragen zich af waarom het hen overkomt, waarom uitgerekend de fysiek zwakkere broer ziek moest worden, waarom ze het niet eerder wisten, waarom hun zonen ruzie hadden.
Chéreau zoekt niet krampachtig naar antwoorden, hij observeert en bant iedere vorm van cinematografische dramatiek om zijn acteurs alle ruimte te geven hun verhaal te vertellen. Hij vult aan met lange stiltes en uitgesponnen ziekenhuisrituelen. Ontdaan van melodramatiek is Son Frère puur en herkenbaar. Het tussendoortje is een voldragen speelfilm geworden, emotioneel een harde noot om te kraken, een koesterfilmpje voor de liefhebber van de Franse cinema.
Genre: Drama
Speelduur: 1u35
Regie: Patrice Chéreau
Acteurs: Bruno Todeschini, Eric Caravaca, Nathalie Boutefeu, Maurice Garrel, Catherine Ferran, Antoinette Moya, Sylvain Jacques