JAMES AND THE GIANT PEACH

Taxandria op speed

Henry Selick, protégé van weirdo par excellence Tim Burton, maakt er zijn plicht van de stop-motion van de ondergang te redden.

Deze techniek bestaat er in poppetjes en voorwerpen beeld per beeld zodanig te manipuleren, dat de illusie van beweging wordt gecreëerd wanneer alle afzonderlijke beelden aan een snelheid van 24 per seconde worden getoond. Door de opkomst van de computergenereerde special effects is dit monnikenwerk met uitsterven bedreigd. En daarom wordt stop-motion nu tot een heuse kunstvorm verheven. Selick is geen groentje op dit gebied. Hij verraste vriend en vijand reeds met het schattig-duistere Nightmare Before Christmas. Voor deze James, gebaseerd op een werk van Roald Dahl, opende Selick alle registers. Niet alleen stop-motion, maar ook een live in- en outtro en zelfs een flinke scheut surrealistische CGI (waaronder een schitterende mechanische haai op stookolie). Ondanks al dat moois kan James and the Giant Peach, hoewel steeds leuk om te zien, zelden tippen aan de ontwapenende naïviteit van Nightmare's Jack Skellington, die overigens een leuke cameo krijgt in James and the Giant Peach ('It's a Skellington...jackpot!').

James is een jongetje dat zijn ouders verloor, en sindsdien bij zijn twee tantes from hell (ze lijken zo van de set van The Witches te zijn gelopen) woont. Van een dorpsgek die verdacht veel op Pete Postlethwaite lijkt, krijgt hij een bundeltje magische glimwormen die er voor zorgen dat de enige perzik aan de enige boom in de buurt, inclusief de insecten die er in wonen, reusachtige afmetingen krijgt. James kruipt in de perzik en weet er mee te ontsnappen aan zijn twee tantes. Dit vormt voor James en zijn nieuwe vrienden de aanvang van een avontuurlijke reis met als eindbestemming New York.

Traditiegetrouw moeten in dit soort films de stemmen wonderen verrichten, en in het geval van James slagen de acteurs daar met glans in. Het leukst zijn Richard Dreyfuss als de duizendpoot en Susan Sarandon als de spin. De overige rollen worden vertolkt door Simon Callow, Joanna Lumley en David Thewlis.

De surrealistische natuur van James and the Giant Peach doet meer dan eens denken aan het enige fantasy-epos dat dit land ooit heeft voortgebracht; Taxandria. Vooral in de manier waarop oude en nieuwe technieken worden gecombineerd om een totaal nieuw soort van look voor de film te verkrijgen. Maar net als in Taxandria, vormen de live action sequenties het zwakste onderdeel van de film. Als Henry Selick kan beginnen te experimenteren met zijn poppetjes is hij onklopbaar. Wat live action betreft is het vaak huilen met de pet op.

Nu goed, het kan de pret niet bederven. James and the Giant Peach, die zeer duidelijk uit het Dahl-universum komt, is meer dan het bekijken waard. Voor jong, want het is en blijft een kinderfilm, en ook voor al wat ouder, omdat hij technisch zo'n huzarenstukje is.