Als je de wanhoop nabij bent, dan trek je best eens alle kasten open op zoek naar een oplossing. Bij Universal Pictures stootten ze wellicht op die manier op een verzameling oude films die in de jaren 1930 erg populair waren bij het grote publiek: Dracula (met Bela Lugosi); The Wolfman (met Lon Chaney); Frankenstein, The Mummy en Jekyll and Hyde (allen met Boris Karloff). The Mummy was vijf jaar geleden het eerste project dat door regisseur Stephen Sommers (Deep Rising) onder handen werd genomen. De man ontdeed de mummie van zijn griezelige zwachtels en maakte er een spannende, spectaculaire avonturenprent met een hoog Indiana Jones-gehalte van. Gevolg: een sequel (The Mummy Returns) en een spin off (The Scorpion King). Toen Sommers gevraagd werd welk legendarisch monster hij vervolgens vanonder het stof wilde halen, werd hij overmoedig. Hij wilde niet het monster van Frankenstein. Niet Dracula. Niet The Wolfman. Hij wilde ze alle drie tegelijk.
Het resultaat heet Van Helsing en is in feite een uitloper van twee andere, afgeblazen projecten. Enerzijds vertoont de film nog sporen van een script dat in 1994 had moeten dienen als sequel op Francis Ford Coppola's Dracula met Anthony Hopkins in de rol van Van Helsing (en Gary Oldman als onvergetelijke Dracula). Anderzijds had Universal in 1999 plannen om een CGI-tekenfilm te maken met Frankenstein en The Wolfman in de hoofdrol, een project dat afgeblazen werd wegens te duur. Vreemd als je weet dat deze Van Helsing uiteindelijk 150 miljoen dollar zou kosten. De idee om meerdere monsters in één film te proppen komt dan weer uit de Universal-nadagen van de jaren veertig. Frankenstein, Dracula en The Wolfman deelden in 1945 en twee keer in 1948 al de credits in The House of Frankenstein, The House of Dracula en Abbott & Costello Meet Frankenstein.
Het hoeft dus niet te verbazen dat Stephen Sommers (die ook het scenario schreef en produceerde) nogal creatief omgaat met het alom bekende basismateriaal van Bram Stoker en Mary Shelley. De wat saaie, oude geleerde Abraham Van Helsing (een Nederlander nota bene) uit Stokers boek heeft baan moeten ruimen voor een jonge God met een nieuwe voornaam: Gabriel Van Helsing (Hugh Jackman). Hij is een premiejager van een oud kerkelijk genootschap dat al eeuwen in het geheim tegen alle kwade krachten op aarde vecht. Zo zien we in het begin van de film hoe Van Helsing in Parijs de strijd aanbindt met Mr. Hyde, het kwade alter ego van Dr. Jekyll. Het lang uitgesponnen gevecht (dat pijnlijke herinneringen oproept aan The League of Extraordinary Gentlemen, de megaflop van vorige zomer), blijkt slechts een proloog te zijn op het eigenlijke verhaal.
Dat stuurt Van Helsing immers naar Transsylvanië, waar hij jacht moet maken op de 400 jaar oude vampier Vladislaus Dracula (Richard Roxburgh) en zijn drie bruiden. De immer sympathieke Graaf werkt zich uit de naad om de wereld van zijn nageslacht te voorzien, maar heeft voor zijn snood plan de hulp nodig van het Monster van Frankenstein (Shuler Hensley) dat een jaar eerder tot leven werd gewerkt door Victor Frankenstein (Samuel West) en zijn hulpje Igor (Kevin J. O'Connor). Alsof dat nog niet genoeg is, wordt Transsylvanië ook nog onveilig gemaakt door een weerwolf. Werk genoeg dus voor Van Helsing, die gelukkig op de hulp kan rekenen van zijn trouwe sidekick Carl (David Wenham) en de bloedmooie Anna Valerious (Kate Beckinsale), de laatste in een geslacht van beroemde vampierjagers. Anna heeft zo haar eigen redenen om het tegen Dracula op te nemen: haar broer is door zijn toedoen in een weerwolf veranderd.
Met Stephen Sommers aan het roer hoeft het niet te verbazen dat Van Helsing veel meer een avonturenfilm geworden is dan een horrorprent. Wie graag siddert en beeft, is dus volledig aan het verkeerde adres, want Sommers weet echt zelden griezelig uit de hoek te komen. Net als in zijn The Mummy-films maakt hij van Van Helsing één grote joy ride, waarbij je voortdurend het gevoel hebt in een computerspel te zitten. Als een James Bond van de negentiende eeuw (compleet met de nieuwste technische snufjes) hakt, schiet en vecht Van Helsing zich een weg doorheen de film. Het lijkt wel of Sommers zijn film verwarde met het computerspel dat op Playstation zal verschijnen. Dat het merendeel van de decors, achtergronden en monsters enkel uit digitale enen en nullen bestaan, draagt nog eens bij aan het 'fake' gevoel dat je tijdens het kijken naar Van Helsing bekruipt. Industrial Light & Magic slaat je werkelijk élke seconde om de oren met een nieuw effect. Jammer dat Sommers niet beseft dat overdaad enorm schaadt.
In dat nagenoeg virtuele spelletjesdecor lopen de personages meer verloren dan ooit. Enkel ruige Hugh Jackman heeft letterlijk en figuurlijk wat body, maar verder is het huilen met de pet op. Kate Beckinsale oogt geil in haar latex-pakje, maar verknoeit het effect door met een onnozel Oost-Europees accent te spreken. De grootste staaltjes van overacting worden ten beste gegeven door Richard Roxburg en Shuler Hensley als respectievelijk Dracula en het monster van Frankenstein. Ze zijn beiden tenenkrommend slecht en doen hun illustere voorgangers geen eer aan. De grootste iconen van de horrorgeschiedenis verdienen veel betere acteurs. David Wenham mag een soort Q uit James Bond spelen en Van Helsing van de nieuwste gadgets voorzien. Samuel West brengt het er nog het beste vanaf: zijn rol als dokter Victor Frankenstein duurt namelijk maar een paar minuten.
Maar het grootste pijnpunt van Van Helsing is toch wel het verhaal, dat qua stupiditeit The League of Extraordinary Gentlemen naar de kroon steekt. Je merkt dat Sommers zijn best doet en avontuur en actie probeert af te wisselen met humor en wat ernst, maar het door elkaar weven van de hele Dracula, Frankenstein en weerwolf mythos wérkt gewoon niet. Sommers enige poging om dit vehikel van enige diepgang te voorzien, is dat hij Van Helsing opzadelt met gewetensproblemen, geheugenverlies en - o verrassing! - een boontje voor Kate Beckinsale. In een film waar de CGI-monsters je om de oren vliegen en zowat élk shot door de computer gemanipuleerd werd, mist het verhaal echter een warm, kloppend hart. En dat is jammer, want anders hadden we er met veel plezier een ijzeren staak door gestoken.
Genre: Horror
Speelduur: 2u12
Regie: Stephen Sommers
Acteurs: Hugh Jackman, Kate Beckinsale, Richard Roxburgh, David Wenham, Shuler Hensley, Elena Anaya, Will Kemp, Samuel West