FAHRENHEIT 9/11

Who's your daddy?

Foto: Miramax Foto: Miramax Foto: Miramax
Subtiliteit en nuance zijn niet aan Michael Moore besteed. Nadat hij in het oscarwinnende Bowling for Columbine de wapenhandel in Amerika aan de kaak stelde, zet hij in Fahrenheit 9/11 president George W. Bush te kakken. Maar voorzichtigheid is geboden. Moore mag met zijn beeldenstorm dan wel de Gouden Palm geplukt hebben, hij toont zich ook een meesterlijke manipulator.

Michael Moore de luis in de pels van Amerika noemen is een understatement. Hij kruipt door de huid van zijn zo geliefde vaderland als een olifant. Van zijn boeken Stupid White Men en Dude, Where's My Country? werden inmiddels al zeven miljoen exemplaren verkocht en voor Bowling for Columbine mocht Moore twee jaar geleden een oscar in ontvangst nemen. Bijna even berucht als de film zelf werd Moores oscarspeech waarin hij genadeloos uithaalde naar het oorlogsbeleid van president George W. Bush. Moore is inmiddels vijftig, maar is nauwelijks milder geworden. Met zijn eeuwige baseballpet op het warrige hoofd en een vurige blik achter zijn kritische bril, blijft hij achter de waarheid aanhollen. Volgend jaar wil hij in zijn nieuwe film Sicko de onzin van het Amerikaanse gezondheidssysteem blootleggen, maar in Fahrenheit 9/11 doet hij eerst nog een dikke twee uur aan Bush-bashing.

Met de titel van zijn documentaire verwijst Michael Moore naar het boek Fahrenheit 451 van Ray Bradbury. De auteur creëerde in 1953 in zijn roman een utopische wereld waarin boeken verboden waren. Fahrenheit 451 is de temperatuur waarop papier brandt. Een interessant symbool, zo vond Moore: the temperature where freedom burns, en hij bracht het in verband met de aanslagen van 9/11. Ray Bradbury, 83 intussen, reageerde furieus en wil niet met Moores documentaire in verband gebracht worden. Het is slechts één van de vele controverses die rond Fahrenheit 9/11 ontstonden. Zo was het lange tijd onzeker of de film wel in Amerika aan een distributeur zou geraken. Een paar dagen voor het filmfestival van Cannes maakte Moore bekend dat Disney het niet aandurfde om de prent op de markt te gooien. Harvey en Bob Weinstein, de bazen van Miramax, kochten de rechten voor 6 miljoen dollar over en speelden ze uiteindelijk door naar Lions Gate Films en IFC. Een paar dagen later mocht Moore van festivalvoorzitter Quentin Tarantino de Palme d'Or in ontvangst nemen. Fahrenheit 9/11 werd daarmee de eerste Amerikaanse documentaire die daarin slaagde.

Zoveel ophef rond één film moest wel op een gigantisch box-office succes uitdraaien. Ondanks het feit dat conservatieve Amerikaanse groeperingen de film tot op het laatst probeerden te verbieden, de gevreesde R-rating ('restricted') van de MPAA en de relatief kleine opening in 868 zalen, opende Fahrenheit 9/11 vorige week in Amerika met een opbrengst van 23 miljoen dollar. Is de film nu al die hype waard? Ja en nee. Moore trekt snoeihard van leer tegen George W. Bush en de manier waarop hij de voorbije jaren Amerika heeft geregeerd. De documaker doet dat in de stijl die we van hem gewend zijn: met veel humor en sarcarsme, een scherpe commentaarstem en rake beelden. Maar af en toe lijkt underdog Moore zich ook in zijn enthousiasme te verslikken en geeft hij ongewild een paar van zijn trucen bloot.

Moore opent ijzersterk en het eerste half uur staar je met opengevallen mond naar het scherm. Met mokerslagen ondermijnt hij het presidentschap van Bush. Moore toont aan hoe die de verkiezingen in de staat Florida gestolen zou hebben met behulp van zijn broer annex gouverneur. Zo zat Amerika van in het begin al opgezadeld met een president die het eigenlijk niet wilde. Eentje die Moore voorstelt als een golfspelende grapjurk die tijdens de eerste tien maanden van zijn presidentschap 42 procent van de tijd met vakantie was. Bush' onkunde als president wordt aangetoond in een hilarisch pijnlijk fragment waar hij op bezoek is in een kleuterklas in Florida. Terwijl hij met de kleuters het boek My Pet Goat leest, boort het eerste vliegtuig zich in de WTC-torens. Bush blijft vervolgens zeven minuten lang met de kinderen verder lezen voor hij iets durft te ondernemen. Terwijl het hele Amerikaanse luchtverkeer uit veiligheidoverwegingen lam wordt gelegd, zorgt hij er wel nog even voor dat verschillende leden van de Bin Laden-familie Amerika kunnen verlaten. Bush' contacten met de Bin Ladens vormt de eerste grote aanklacht van Moore.

Daarna verschuift Moore de focus naar de oorlog in Irak. Een onrechtvaardige oorlog die alleen maar diende als een schaamlapje om het Amerikaanse volk angstig te houden. Moore laat in dat luik van de film ontevreden soldaten aan het woord en schetst het verhaal van Lila Lipscomb uit Flint, de moeder van een gesneuvelde militair die uiteindelijk naar het Witte Huis stapt om oog in oog te staan met haar verdriet en frustratie. Die beelden zijn hard en ontluisterend, maar toch wijkt Moore hier teveel af van het pad dat hij daarvoor bewandelde. Hij wordt teveel Jambers en verkiest de petite histoire boven de keiharde feiten en dat is toch wel een beetje ontgoochelend. In plaats van staalharde bewijzen of doorslaande argumenten op tafel te gooien, laat Moore ons zien hoe Britney Spears haar president blindelings vertrouwt, Secretary of Defense Paul D. Wolfowitz met speeksel zijn haar glad strijkt, een vrouw aangehouden wordt omdat ze verdachte moedermelk bijheeft en volgen we enkele mariniers die jongeren ronselen voor de oorlog. Het is humor van de bovenste plank en het zijn beelden die op het netvlies blijven plakken, maar anderzijds lijkt het erop of Moore te makkelijk wil scoren.

Vergis u niet: Michael Moore kan een stukje regisseren. Dat wordt onder meer duidelijk in de manier waarop hij de aanslag van 9/11 in beeld brengt: met enkel maar geluid en een zwart beeld. We zién de vliegtuigen en de torens niet, maar enkel het ongeloof bij de bevolking achteraf. Moore weet hoe hij zijn publiek bij de strot kan grijpen en gaat geen enkele kans uit de weg om dat te doen. Af en toe gaat hij over de schreef en toont hij zich een manipulator van het materiaal. De vredige beelden van spelende kinderen de dag voor de aanslagen in Bagdad passen een beetje té opvallend in het anti-Bush verhaal dat hij wil vertellen. Muziek en montage dienen zijn zaak. Moore toont zich als een filmmaker die blindelings zijn overtuiging volgt.

Fahrenheit 9/11 leverde Michael Moore op het filmfestival van Cannes de langste staande ovatie uit de geschiedenis op, en daar valt weinig op af te dingen. Iederéén moet deze prent gezien hebben. Maar jammer genoeg weet Michael Moore niet honderd procent te overtuigen. Hoe ontluisterend zijn documentaire ook is, we hadden in plaats van mooie beeldenspielerei en te doorzichtige retoriek iets meer diepgang, analyse en onderzoek verwacht. Moore is duidelijk geen man van het grijs, maar van wit of zwart. Soms echter ligt de waarheid in het midden.

Titel: Fahrenheit 9/11
Genre: Documentaire
Speelduur: 2u02
Regie: Michael Moore