THE SHINING

Be a good boy, John

Foto: Warner Bros Foto: Warner Bros Foto: (fotomontage; origineel Paramount)
Vijf jaar is het inmiddels geleden dat filmgod Stanley Kubrick de ogen definitief sloot, maar zijn werk blijft verplichte kost voor elke filmliefhebber. Aan de klassiekerwaarde van films als Spartacus, Dr. Strangelove, 2001: A Space Odyssey en A Clockwork Orange zal dan ook niemand twijfelen, maar voor velen blijft die horrorfilm The Shining toch wel een vreemde eend in de bijt. Groot was in 1980 dan ook de verbazing toen De Meester na het lezen van Kings boek enthousiast uitriep: 'This is it!'

The Shining blijft ook vandaag de dag nog één van Stephen Kings bekendste werken. Hij schreef het in 1975. Zijn moeder, Nellie Ruth King, was twee jaar eerder aan kanker overleden, vlak voor Kings eerste roman, Carrie, gepubliceerd werd. Carrie betekende Kings grote doorbraak, maar merkwaardig genoeg bleven zijn twee volgende boeken, Roadwork (dat later als een Bachman-boek zou verschijnen) en The Body (later verzameld in Different Seasons en verfilmd als Stand By Me) toch ongepubliceerd. In de nazomer van 1974 verhuisde King samen met zijn familie naar Boulder, in het berglandschap van Colorado. Daar begon hij aan The House on Value Street, een nooit voltooide roman gebaseerd op de ontvoering van Patricia Hearst (de roman zou later wel uitmonden in The Stand). In september van datzelfde jaar diende de setting voor The Shining zich plotseling aan. King en zijn vrouw Tabby verbleven voor een nacht in het Stanley Hotel in Estes Park. Ze waren de enige gasten en de volgende dag zou het hotel voor de winter gesloten worden. De kiemen van het idee lagen echter tien jaar eerder, toen King het verhaal The Veldt van Ray Bradbury had gelezen. Hij speelde met de idee een roman te schrijven over een persoon wiens dromen werkelijkheid konden worden. In het Stanley Hotel vielen de twee ideeën samen en The Shining (dat eerst Darkshine en daarna The Shine heette) was geboren. King voltooide het manuscript in vier maanden tijd.

Het verhaal van de drankzuchtige Jack Torrance die samen met zijn vrouw Wendy en zoontje Danny voor de winter verblijft in het afgelegen hotel Overlook en er ten prooi valt aan vreemde bovennatuurlijke krachten, bleek zowel voor fans als academici aan te slaan. Fans houden van het boek omwille van de spanning en horror; academici omwille van de verschillende niveaus en lagen in de tekst. Het boek werd en wordt beschouwd als de innovator van de hedendaagse gotische roman. Het Overlook Hotel, dat staat voor isolement, geschiedenis, trots en schuld, werd een archetype van de unheimliche plaats, in de traditie van Shirley Jackson, Nathaniel Hawthorne en Edgar Allen Poe.

Maar de populariteit van het boek was er waarschijnlijk nooit gekomen zonder de filmversie die Stanley Kubrick in 1979 maakte. Terwijl King in die tijd nog een groentje was, kon Kubrick natuurlijk al een indrukwekkend cv voorleggen, met onder meer films als Dr. Stranglove, 2001: A Space Odyssey, A Clockwork Orange en Barry Lyndon. Toen hij The Shining verfilmde, verdeelde hij het filmisch forum in twee kampen. Sommigen staken niet onder stoelen of banken dat The Shining de beste horrorfilm aller tijden was; anderen waren dan weer diep ontgoocheld en spraken van een absoluut dieptepunt in Kubricks carrière. King zelf verwoordde zijn mening over de film in het beruchte Playboy-artikel van juni 1983: 'Ik bewonderde Kubrick sinds lange tijd en verwachtte veel van het project, maar ik was ontgoocheld over het resultaat. Kubrick maakte een horrorfilm, zonder ook maar de minste kennis van het genre.'

Vooral Jack Nicholsons extravagante vertolking van Jack Torrance was stof voor discussie. Sommigen vonden zijn rol erg subtiel; anderen spraken van je reinste overacting. Maar Nicholson had dan ook twee moeilijke obstakels moeten overwinnen. Ten eerste kende men Stephen Kings persoonlijke voorkeur voor Michael Moriarity en ten tweede eiste Kubricks scenario dat Jack Torrance al vanaf het eerste moment door kwade krachten bezeten was. Een veelgehoord argument tegen Kubricks verfilming was dan ook dat hij er niet in geslaagd was de Overlook-sfeer weer te geven, ondanks de indrukwekkende setting in de besneeuwde en eenzame Rocky Mountains. Naast Nicholson kreeg ook de truttige vertolking van Shelley Duvall als Wendy de nodige kritiek. Ze werd in 1981 zelfs genomineerd voor een Razzie Award als slechtste actrice van het jaar. Aan de maniakale bezetenheid van Kubrick zal het niet gelegen hebben. Het verhaal waarin Duvall 127 keer een scène opnieuw moest spelen tot Kubrick tevreden was, werd wereldberoemd. Ook de 70-jarige Scatman Crothers, die de rol van Dick Hallorann speelde, kreeg het hard te verduren en moest bepaalde scènes veertig tot zeventig keer overdoen, tot hij op een bepaald moment totaal oververmoeid in huilen uitbarstte. Jack Nicholson zwoor nooit nog met Kubrick, de veeleisende perfectionist, samen te werken. Hij had 157 keer 'Here's Johnny' mogen tieren en dat leek hem wel genoeg.

Toch creëerde Kubrick zijn eigen horror. De scènes waarin Jack de bijl ter hand neemt schreven geschiedenis, net als het moment waarop Wendy het script leest waaraan Jack al maanden werkt en ontdekt dat alle bladzijden vol staan met dezelfde zin: 'All work and no play makes Jack a dull boy.' Over één ding was iedereen het dan ook eens: Kubrick had alles netjes in beeld gebracht en vooral de veelvuldige shots met de Steadicam (die Danny volgden op zijn fietstochtjes door het hotel en voor hallucinante beelden zorgden in het doolhof) waren vernieuwend. Visueel bewees Kubrick zich als een meester. Voor de buitenopnames filmde hij in de Timberline Lodge op Mount Hood in Oregon, maar alle binnenopnames werden in de Elstree Studios in Londen opgenomen in een speciaal nagebouwde set. Het was overigens de manager van de Timberline Lodge die Kubrick verzocht om Kings beroemde kamer 217 te vervangen door het onbestaande nummer 237. De manager was bang dat anders niemand nog in kamer 217 van zijn hotel zou durven te slapen.

Vijftien jaar lang was The Shining een love-it-or-hate it film. Aan die paradox kwam een einde toen ABC Television bekend maakte dat ze voor het seizoen 1996-1997 een miniserie van The Shining planden, gebaseerd zowaar op het scenario van Stephen King dat Kubrick vijftien jaar eerder in de prullenmand had geworpen. ABC had in de voorgaande jaren hoge kijkcijfers gehaald met andere King-miniseries zoals It, The Tommyknockers en The Langoliers. In 1994 stonden de vier afleveringen van The Stand op de tweede, derde, vierde en vijfde plaats in de tv-ratings van dat jaar - achter de oscarshow. Toen The Shining werd uitgezonden, bleek ook die reeks een gigantisch succes. De tegenstanders van de Kubrick-versie triomfeerden; de voorstanders sloten niet-begrijpend de ogen. De bijl was weer een croquet-hamer geworden; het doolhof werd terug vervangen door de heggemonsters en de superspannende scène in kamer 217 werd in ere hersteld. Ironisch genoeg moest Stephen King voor de verfilming een contract ondertekenen waarin stond dat hij geen enkele uitspraak meer zou doen over de Kubrick-versie. Zo geschiedde. King hulde zich over The Shining in mysterieus stilzwijgen. Kubrick overleed aan een hartaanval. Kan het nog griezeliger?

Elke maand stoffen we bij Movie een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.