Hij was eigenlijk advocaat, Samuel Z. Arkoff, geboren in Fort Dodge, Iowa, op 12 juni 1918, maar begin jaren vijftig verzeilde hij als producer bij The Hank McCune Show op NBC, een comedy die het drie seizoenen zou uitzingen en in de geschiedenisboeken kwam als de eerste show met een vooraf opgenomen lachband. De tv-wereld zou echter maar een opstapje naar het echte werk betekenen, want Arkoffs hart lag bij film. In 1954 richtte hij samen met zijn zakenpartner James H. Nicholson American Realising Corporation op, een productiemaatschappij die al na een jaar American International Pictures (AIP) zou heten. Arkoff en Nicholson wilden met AIP een gat in de markt dicht metselen door het produceren van ultra-goedkope horrorfilms voor een tienerpubliek. Hun recept was heel eenvoudig: de films moesten zo goedkoop mogelijk gemaakt worden, met zo weinig mogelijk middelen, zo snel mogelijk gedraaid (liefst op enkele dagen) en zoveel mogelijk geld opbrengen. Niet moeilijk dat ze in de legendarische Roger Corman de ideale partner in crime vonden.
Maken we ons vandaag de dag wel eens zorgen over de manier waarop films gepromoot en gehyped worden, in de jaren vijftig was het niet anders. Reclame en marketing waren het sleutelwoord van AIP. De verhalen waarin Nicholson weer eens laaiend enthousiast het kantoor van Arkoff kwam binnengelopen met een nieuwe titel voor een film (The Brain Eaters, bijvoorbeeld) zijn inmiddels legendarisch. Bij de titel werd dan in eerste instantie een passende affiche gemaakt (zo gortig mogelijk), enkele tot de verbeelding sprekende taglines ('Crawling, slimy things terror-bent on destroying the world!') en vervolgens kreeg een scenarist de opdracht om bij de affiche een verhaal te verzinnen. Het leverde in de beginjaren films op als The Beast with a Million Eyes, The She-Creature, Voodoo Woman en Invasion of the Saucer Men.
Day the World Ended dateert uit 1956, het jaar waarin AIP ook Apache Woman, The Beast with a Million Eyes, Girls in Prison, The She-Creature en Runaway Daughters in de zalen bracht, en was de eerste film die regisseur/producer Roger Corman voor AIP zou maken. Day the World Ended ('The screen's new high in NAKED SHRIEKING TERROR! ATTACKED by a creature from hell!!') met op de poster een drie-ogig monster, een platgebrande stad en een blonde deerne in haar slaapjurk, speelde medio jaren vijftig in op de angst voor een nucleaire oorlog en haalde de mosterd bij Arch Obolers Five uit 1951. Day the World Ended begint met een waarschuwing die kan tellen: 'What you are about to see may never happen... but to this anxious age in which we live, it presents a fearsome warning... our story begins with... the end!' Waarna we de ontploffing van een atoombom te zien krijgen. Een film die eigenlijk begint bij het einde der tijden - geef toe, dat was een mooie vondst van James Nicholson.
In het verhaal staat de ranch van de ex-soldaat Maddison (Paul Birch) en zijn mooie dochter Louise (Lori Nelson) centraal. Omdat de ranch omgeven is door een bergketen, zijn ze van de atoombom gespaard gebleven. Omdat ze via de radio geen contact krijgen met andere steden, nemen ze aan dat ze de laatste overlevenden op aarde zijn. Op dat moment strompelen enkele andere personages (letterlijk) de film en het verhaal in: de dief Tony (Mike Connors), de naaktdanseres Roby (Adele Jergens), de geoloog Rick (Richard Denning) en de boer Pete (Raymond Hatton), samen met zijn ezel Diablo. En er is ook nog een zekere Radek (Paul Dubov), die door de nucleaire straling is aangetast en vreemde littekens in het gezicht heeft. Samen wachten ze in de ranch af hoe ze op de gevolgen van de atoombom zullen reageren.
Al snel blijkt Rick de goede en Tony de slechterik van het gezelschap. Beiden lopen ze achter Louise aan, maar het is duidelijk dat Louise alleen interesse heeft voor het eerlijke hart van Rick. De ranch van Maddison lijkt wel een Big Brother-huis avant la lettre. Maddison heeft zo zijn eigen problemen: door de overbevolking in zijn huis, dreigt de voedselvoorraad op te geraken. Aan de eetlust van Radek zal het niet liggen, want de bestraalde kerel trekt er 's nachts tussenuit om rauw vlees te gaan smullen in de heuvels. De man is duidelijk aan het muteren, maar is nog niets in vergelijking met een drie-ogig monster dat aan het einde van de film opduikt en alle bewoners belaagt. Aan het drinken, dansen en rondlummelen van het gezelschap komt dus weldra een einde.
Dat Day the World Ended een AIP-productie is, valt uit heel de film af te leiden. De prent werd in negen dagen opgenomen met een budget waarmee je vandaag de dag wellicht geen minuut van Spider-Man zou kunnen bekostigen. Roger Corman was toen al een meester in budgetbeheer: hij liet zijn film bijna volledig op één locatie (de huiskamer) afspelen. Dat gaf hem het voordeel dat hij snel, goedkoop en efficiënt kon werken, maar ook dat Day the World Ended op een opgenomen toneelproductie lijkt, met een slome en statische regie. De erg houterige acteerprestaties en gezwollen dialogen dragen daar natuurlijk toe bij. Het is opvallend hoe scenarist Lou Rusoff zijn personages bijna Bijbelse dialogen in de mond legt ('There is a force more powerful than Man and in His infinite wisdom He spared a few' om er maar eentje te citeren) en dat terwijl de film toch voor een onbezorgd tienerpubliek bedoeld was. Het zal zijn manier geweest zijn om de toen al verloederde jeugd toch nog wat bij te brengen.
Af en toe verlaat Corman echter de huiskamer om de bergen in te trekken (natuurlijk omgeven door namaakmist), want het is daar dat het door straling gemanipuleerde monster leeft. Dat monster heeft drie ogen en lijkt onoverwinnelijk, tot het begint te regenen en blijkt dat het niet tegen regenwater kan. De regen, die zuiver blijkt te zijn, redt dus de mensheid. Hoe de film voor de personages afloopt, valt natuurlijk al van op voorhand te voorspellen: de boer, het danseresje en de dief sterven op een of andere manier tijdens het verloop van het verhaal en helemaal op het einde legt ook de oude ex-soldaat als een soort God-figuur het loodje, zodat de held en heldin op het einde over blijven. Ook hier vervalt Day the World Ended in een Bijbels tafereel, want beiden wandelen hand in hand het beeld uit, klaar om in een nieuw Eden een nieuwe mensheid te stichten.
Het siert de makers dat ze in hun film toch nog een boodschap wilden steken, al was die dan nogal doorzichtig en naïef, maar in dat opzicht verschilt Day the World Ended niet veel van bijvoorbeeld The Day After Tomorrow van Roland Emmerich, goed vijftig jaar later. Angst voor het onbekende (de atoombom, het einde der tijden) zal altijd wel een geliefd filmthema blijven. Het leverde Arkoff en Nicholson in elk geval een batterij aan succesfilms op in de jaren vijftig, voor het duo de grenzen stilaan verlegde. Tijdens de jaren zestig werden hun films duurder en beter. Zo verwierf Roger Corman veel bijval met zijn Edgar Allen Poe-adaptaties House of Usher, Pit and the Pendulum, The Premature Burial, Tales of Terror en The Raven en vooral zijn klassiek geworden Man with the X-Ray Eyes. Corman zou later zijn eigen weg gaan en via zijn firma's New World, Concorde en New Horizons goedkope horrorfilms blijven produceren. Met Rage and Discipline zal de nu 78-jarige King of the B's zijn 345ste producer-credit scoren.
Arkoff en Nicholson sloegen dan weer hun eigen paden in. Toen de Poe-hype getaand was, probeerden ze het met de zogenaamde Beach Party-films zoals Bikini Party, Pajama Party en Beach Blanket Bingo. Die films hadden allemaal gemeen dat ze geregisseerd waren door de illustere William Asher en dat Frankie Avalon er in zijn blote torso Elvis-achtige liedjes in mocht zingen voor de schattige Annette Funicello. Het bleek het ideale vertier voor de jeugd die in die tijd de drive-in-movies ontdekte. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig ging AIP zich ook met het serieuzere werk bemoeien. Arkoff produceerde Wuthering Heights, Dorian Gray en The Murders in the Rue Morgue, en verdeelde Fellini's La Dolce Vita, Martin Scorsese's Boxcar Bertha en Brian De Palma's Sisters. Zo stond hij ook nog eens aan de wieg van een hele nieuwe generatie aan filmtalent.
Toen eind 1972 James H. Nicholson aan een hersentumor overleed, was Arkoff 64, een mooie leeftijd om met pensioen te gaan. Hij deed inderdaad AIP van de hand aan Filmways (het latere Orion), maar bleef via zijn nieuwe firma Arkoff International Pictures (let op de identieke lettercombinatie) films maken. Hij was als producer bijvoorbeeld nog verbonden aan De Palma's Dressed to Kill en Jan de Bonts The Haunting. Arkoffs laatste wapenfeit was een deal met HBO, dat in 2000 onder het label 'Creature Features' vijf oude AIP-films opnieuw verfilmde, waaronder ook Day the World Ended. Alle vijf kregen ze jonge, onbekende regisseurs aan het roer, net zoals Arkoff zou gewild hebben. Maar of de koning van de pulp ook zo tevreden zou geweest zijn met Stan Winstons glitterende speciale effecten, is een ander paar mouwen. In weerwil van die moderne (en te mijden) remakes, blijft Arkoff de man van het rubberen pak dat niet goedkoop genoeg kon zijn. De dag dat zijn wereld eindigde was 16 september 2001. Hij was 83 jaar. Of hij ook in rubberen monsterpak begraven werd, is niet bekend.