Al sinds het begin van de jaren tachtig bouwt Jim Jarmusch aan zijn reputatie als de uitbeelder van het leven van mensen aan de zijkant van de samenleving. Hij lapt daarbij onder andere elke verhaaltechnische conventie aan zijn laars, waardoor zijn films meestal een zeer individueel karakter hebben en een herkenbare Jarmusch-stempel dragen: een bevreemdende en absurde sfeer, heel vaak begeleid door een al even zweverige soundtrack. Jarmusch is ook de regisseur van de in sommige milieus legendarische documentaire The Year of The Horse (1997), over de concerttournee die Neil Young en zijn al even legendarische begeleidingsgroep, Crazy Horse hielden in 1996. Bij Jarmusch is de muziek dan ook altijd minstens even belangrijk als de fotografie, de decors en de acteurs. Alles is met elkaar verbonden. Dat de man talent genoeg heeft, bewees hij al met kleinoden als Stranger Than Paradise (1984) en Mystery Train (1989).
De meeste van zijn personages zijn niet onmiddellijk de maatschappelijke verschoppelingen waarvoor ze zichzelf houden, al vertonen ze wel dikwijls alle eigenschappen om dit wel te worden. Het zijn mensen met veel vragen en weinig antwoorden. Een duidelijke filosofie zit er dan ook meestal niet achter de scenario's van Jarmusch. Hij laat altijd genoeg ruimte om de kijker zijn eigen interpretatie te gunnen, en daar gaat hij soms heel ver in. Dit deed hij uitmuntend in Down by Law (1986) en in Dead Man (1995), maar in Coffee & Cigarettes laat hij onnodig veel ruimte, waardoor het te vaak lijkt alsof hij elke keer naar een climax toewerkt, maar uiteindelijk compleet nergens terechtkomt. Dit verdraagt de kijker één of twee keer, maar geen acht of negen keer. Al moet er onmiddellijk wel bij gezegd worden dat er in de elf filmpjes die samen Coffee & Cigarettes vormen, een aantal plezierige en ontroerende momenten zitten. Het treffen tussen Bill Rice en Taylor Mead, dat uitblinkt in al zijn eenvoud, en de ontmoeting van the GZA en the RZA van de Wu-Tang Clan met Bill Murray, van begin tot einde hilarisch, zijn zonder twijfel de twee hoogtepunten van de reeks. Al moet de tête-à- tête van Tom Waits en Iggy Pop (die trouwens in 1993 al de Gouden Palm voor best kortfilm wegkaapte) ook niet onderdoen. Voor de rest is Coffee & Cigarettes in feite niet altijd veel meer dan een veredelde sterrenparade.
Laat ons echter beginnen bij het begin. Is het de moeite om naar deze film te gaan kijken als u nog nooit hebt gehoord van Tom Waits, Steve Coogan, Iggy Pop, RZA, GZA, Renée French of Jack White? Niet dus. Jarmusch' compilatie van kortfilmpjes zit vol met leuke mensen en inside jokes die ongetwijfeld menig fan zullen ontroeren. Maar wie heeft wat aan een hautaine Steve Coogan die een kinderlijke Fred Molina afwijst wanneer die laatste de ander probeert diets te maken dat ze familie zijn. Wel, enkel mensen die de persoon achter de acteur Coogan kennen en weten dat hij sinds 24 Hour Party People een van de grappigste en meest gevraagde Britse acteurs van vandaag geworden is. Het filmpje is schitterend geacteerd en heel sterk opgebouwd, maar toegegeven, puur inhoudelijk heeft het weinig om het lijf. En wie heeft wat aan een acteur die jaloers blijkt te zijn op een ander acteur omdat die Spike Jonze schijnt te kennen? Wel, enkel mensen die weten dat Jonze diegene is die Jarmusch heeft afgelost als hipste indie regisseur en dat het voor een Brits acteur als Coogan een zegen zou zijn om voor Jonze te mogen werken. Alsof Jarmusch zichzelf afschrijft dus. Dit is zonder twijfel het failliet van Coffee & Cigarettes. Jarmusch werkt hoofdzakelijk met zijn vrienden, en als je dat select clubje homies niet een beetje kent, dan kan je beter thuis blijven.
En toch is de film meer dan zomaar een gezellig onderonsje. Het eerste filmpje, een confrontatie tussen Benigni en Wright, die als aparte kortfilm al werd ingeblikt in 1986, is representatief voor de andere tien bijdragen, zowel structureel als inhoudelijk: een tafel met twee of drie stoelen, een topshot van een aantal koppen koffie en een volle asbak, geroezemoes en muziek op de achtergrond, personages die veel te vertellen hebben maar een anekdotisch gesprek voeren dat nergens naar toe lijkt te gaan en een obligatoire verwijzing naar de deugden en de zonden van koffie drinken en sigaretten roken. De rokerige zwart-wit beelden - hoewel Jarmusch al verschillende films in zwart-wit filmde zou hij hier nu impliciet mee verwijzen naar de kleur van... koffie en sigaretten. Regisseurs zijn al voor origineler vondsten naar de galg verwezen - en het ontbreken van secundaire personages moeten bijdragen tot het gevoel van vervreemding.
Nee, geef ons dan maar de cool en de négligence van Lou Reed en de hyperkinetische Michael J. Fox in Blue in the Face van Wayne Wang en Paul Auster (1995). In deze film, die in drie dagen - over Coffee & Cigarettes gingen zeventien jaar - werd gedraaid met het geld en de inspiratie die over waren na de snel afgewerkte draaiperiode van Smoke (1995), dagen minstens evenveel bekende koppen op als in Jarmusch' vignettenreeks, en het geheel van korte episodes is charmanter, spontaner en minder pretentieus. De acteurs van Blue in The Face werden verplicht om voor de camera te improviseren tot ze er letterlijk blauw van zagen. Alles speelt zich ook af in en voor hetzelfde sigarenwinkeltje. De vergelijking met Coffee & Cigarettes is dan ook niet vergezocht.
Het is trouwens in Blue in The Face dat Jarmusch zelve komt vertellen hoe hij zijn laatste pakje Luckies met Auggie (Harvey Keitel), de eigenaar van het winkeltje, wil delen en dat hij evenveel van sigaretten en seks houdt als van... koffie. Was het trouwens niet Jarmusch die opmerkte: 'Coffee and cigarettes you know? That's like "breakfast of champions"'? Het korte gesprekje tussen Jarmusch en Keitel had perfect gepast in Coffee & Cigarettes. Dit volledig terzijde, want Coffee & Cigarettes is wat het is: een persoonlijk werkstuk, een vrolijk allegaartje, een plezier voor de liefhebbers van auteurscinema, maar jammer genoeg met te weinig zelfrelativering en hoogtepunten. Godot mag eindelijk eens komen opdagen, want nog eens zoveel tijdvulling zien wij niet zitten.
Genre: Indie/komedie
Speelduur: 1u36
Regisseur: Jim Jarmusch
Acteurs: Roberto Benigni, Tom Waits, Vinni Vella, Jack White, Meg White, Iggy Pop, GZA,RZA, Steve Buscemi