THE BROWN BUNNY

Wie slikt dit?

Foto: Vincent Gallo Prod. Foto: Vincent Gallo Prod. Foto: Vincent Gallo Prod.
Dat Vincent Gallo niet op zijn mond is gevallen en dat hij zich de in het begin ongemeen negatieve reacties op zijn film terdege aantrekt, blijkt al snel tijdens een kort bezoek aan zijn website, waar hij fans en tegenstanders van zijn laatste film geregeld te woord staat: 'To all bitter or jealous or frustrated or mean or nasty or underloved or under-paid men and butchy girls. Think how small and silly you appear when angry jealous and bitter - writing to me like a scorned fan'. Gallo heeft ons - fans van het eerste uur - door, maar wij zijn laatste film niet helemaal.

Toegegeven, The Brown Bunny is zeker niet de slechtste film die sinds jaren op Cannes vertoond werd. Maar het is ook niet het verhoopte vernieuwende, minimalistische pareltje van de Amerikaanse underground film waarvoor sommigen hem willen houden. De film is nochtans opvallend en gewaagd genoeg door de keuze van het onderwerp en de manier waarop het uitgebeeld wordt: Bud Clay, een charismatische jonge motorracer, probeert de leegte na het verlies van zijn grote liefde op te vullen door met zijn motor en zijn busje door uitgestrekte landschappen te scheuren en contact te zoeken met nieuwe, even zielige mensen als hij, bij voorkeur vrouwen dan. En ziezo. Hier stopt het wat de korte inhoud van de film betreft. Op het einde krijgt u er nog snelsnel een verrassende wending en een expliciete pijpscène bij. Dit laatste potje porno moet dan waarschijnlijk de ultieme symbolische uitbeelding voorstellen van Clay's onvermogen om zijn lief te vergeten. Maar net zoals Clay er niet in slaagt om nieuwe en normale contacten op te bouwen en zichzelf dan maar verdrinkt in absolute eenzaamheid, zakten wij telkens dieper en dieper in onze zetel. Plaatsvervangende schaamte was nooit veraf.

Een film moet het dan maar hebben van een diepgravende filosofie (eenzame man probeert alleen existentiële malaise door te komen), geniale cinematografie (Gallo zorgde zelf voor de functionele vuile voorruit van zijn van), intelligent camerawerk (Gallo bedacht zelf dat hij met extreme close-ups dichter bij de getormenteerde ziel van een personage komt) of van het superbe acteerwerk (Gallo vindt zichzelf ongetwijfeld een briljant acteur). Maar niets van dit alles dus. Op geen enkel moment is de film echt beklijvend. Het zit allemaal wel behoorlijk goed met bovengenoemde zaken, en je ziet dat Gallo talenten heeft, maar wat ben je met talent als je eigenlijk niets te vertellen hebt. Al hoeft een film inhoudelijk echt niet altijd ergens naar toe te gaan, en er zijn genoeg mensen die op nog meer bizarre manieren geprobeerd hebben existentiële eenzaamheid op pelicule te zetten. The Brown Bunny heeft wel zijn charmes, maar zal bij velen echter enkel en alleen vanwege die pijpscène nog even blijven hangen.

Gallo, een gevierd acteur, regisseur en muzikant, zou zich niet graag identificeren met andere kunstenaars, en werpt zich met veel branie op als de onbegrepen maar toch o zo intelligente voorvechter van de door en voor zichzelf uitgevonden nieuwe school in de Amerikaanse onafhankelijke cinema. Maar hij overdrijft. Kijken we maar naar de magie, de zelfrelativering en de professionaliteit in een minstens even gewaagde film als Gerry, dan kan The Brown Bunny zonder probleem afgedaan worden als een goedbedoeld maar pretentieus en saai stukje arthousecinema. The Brown Bunny mist namelijk elke zin voor relativering. En dat heb je in een film met dit onderwerp nodig. De man die met een legendarische imitatie van Cary Grant voor het enige lichtpunt zorgde in Emir Kusturica's Arizona Dream neemt zichzelf in The Brown Bunny iets te serieus. De film hoort daardoor eerder thuis in het museum van moderne kunst, als video-installatie bijvoorbeeld, dan in de cinema. Want sommige beelden krijgen absoluut een meerwaarde op het grote scherm, maar als langspeelfilm is The Brown Bunny te flets, te slordig en, nogmaals, te pretentieus. Met het prachtige beeld van de motor die wegrijdt in het spiegelachtige landschap en de montage van de beelden daaraan voorafgaand zorgde Gallo toch voor een hoogtepunt in zijn film, en toont hij dat hij talent heeft. Maar daarom niet als regisseur. Als videokunstenaar alleszins.

Gallo heeft alle werk voor zijn rekening genomen, van scenario en regie over camera en cinematografie tot de montage en het opzetten van een grote mond op persconferenties: een man met een missie. Misschien had hij zichzelf wat minder in de kijker moeten plaatsen, dan hadden tegenstanders hem misschien nog een beetje gespaard. Diagnose: een duidelijke vorm van Gallocentrisme. Hopelijk een ziekte die makkelijk te genezen valt.

Titel: The Brown Bunny
Genre: roadmovie/egodocument
Speelduur: 1u30
Regisseur: Vincent Gallo
Acteurs: Vincent Gallo, Chloë Sevigny