Laten we het meteen maar vooropstellen: K3 en het Magische Medaillon is geen grote kunst. Zelfs niet voor een kinderfilm. Maar opvallend genoeg is het eerste filmavontuur van Kathleen Aerts, Karen Damen en Kristel Verbeke ook lang niet zo slecht is als sommige kwatongen beweren. Het blijft natuurlijk een commercieel maakwerkje, maar onder de overdaad aan knullige acteerprestaties en rammelende plotwendingen schuilt een vlotte en ongevaarlijke kinderfilm die de beoogde doelgroep makkelijk kan boeien. En voordat de film in het laatste halfuur finaal uit de bocht gaat, valt het ook voor de ouders nog best mee.
Het verhaal: Kristel (de donkere), Karen (de rosse) en Kathleen (de blonde) kopen een vervallen huis en zijn vastbesloten het in hun eentje op te knappen. Dat is natuurlijk een flinke klus, maar het drietal is niet van plan om zich op de kop te laten zitten. De meisjes verven, boenen en behangen dat het een lieve lust is, totdat Kristel tussen de oude kranten een stripboek van superheldin Mega Macy tegenkomt. Ze is zo geboeid door de comic dat ze het vertikt om Karen en Kathleen verder te helpen; liever zou ze de rest van de dag lezen. Even lijkt er ruzie van te komen, maar als Karen per toeval een geheim kamertje boven de open haard ontdekt, zijn alle geschillen meteen van de baan. Met kloppende harten openen de meisjes de bergplaats, maar tot hun grote teleurstelling vinden ze er alleen een lelijk amulet. Enkel Kristel lijkt het onding mooi te vinden en hangt het ding vol trots om haar nek.
Wat de meisjes niet weten, is dat het medaillon magische krachten bezit, en als de superboef Gazpacho hoort dat het kleinood is ontdekt, stuurt hij meteen zijn twee beste spionnen op het huis van de meisjes af. Gelukkig zijn de meisjes veel te slim om zich door de listige smoesjes van de boeven te laten beetnemen en wimpelen de boeven af. Ze willen het amulet liever zelf houden omdat ze vermoeden dat er iets vreemds mee aan de hand is. Ze kunnen maar niet ontdekken wat het is, tot Kristel in een luie bui geen zin heeft om het ontbijt te maken en de tafel zich als bij wonder vanzelf begint te dekken. Als de meisjes het medaillon een beetje schoonmaken, komt er zelfs een echte geest uit. In de gedaante van Paul de Leeuw dan nog wel!
Wat de casting betreft, hebben producenten Hans Bourlon, Danny Verbiest en Gert Verhulst alvast hun best gedaan. De bekende Nederlandse komiek Paul de Leeuw zou de film namelijk ook voor een Nederlands publiek aantrekkelijk moeten maken. Het is alleen jammer dat de makers niet meer moeite hebben gedaan om zijn hyperkinetische acteerprestatie wat beter in de film te verwerken. De persmap beweert trots dat alle scènes met de Leeuw op één middag zijn opgenomen, maar dat is eraan te zien ook. De scènes met de geest staan nogal los van de rest van de film en de Leeuw is nooit met K3 (of eender welke andere hoofdrolspeler) tegelijk in beeld te zien. Ongetwijfeld een budgetbeslissing, maar wel een die de film meteen een stuk amateuristischer maakt.
En dat was in principe niet nodig geweest, want het regiedebuut van regisseur Indra Siera ziet er over de hele lijn best professioneel uit. De traditionele (en peperdure) pellicule heeft zelfs plaatsgemaakt voor hypermoderne digitale opnameapparatuur, die dankzij cineasten als Robert Rodriguez en George Lucas steeds meer in zwang lijkt te komen. Het digitale formaat heeft natuurlijk heel wat aantrekkelijke (financiële voordelen), omdat de film rechtstreeks in digitale vorm op een schijfje wordt gebrand en in de bioscopen digitaal geprojecteerd kan worden, zonder dat er eerst een prijzige filmkopie getrokken moet worden. De beslissing van Studio 100 om de film alleen digitaal uit te brengen, zorgde zelfs voor een heuse rel onder de bioscoopuitbaters. Zij gingen er niet mee akkoord dat alleen bioscopen met een digitale projector de film mochten vertonen. Een kortgeding later heeft iedereen zijn zin en komen er ook 'ouderwetse' filmkopieën in omloop, maar dit opstootje bewijst dat de Belgische filmindustrie het zich niet kan veroorloven om op technisch vlak achterop te hinken.
De K3-film is alvast een staalkaartje van de digitale revolutie in de Belgische filmindustrie, en er wordt dan ook lustig geoefend met special effects. Weliswaar met wisselend succes, want vooral in het tweede gedeelte van de film is het gebrek aan budget duidelijk zichtbaar. Het eerste gedeelte van de film is wel in orde en de grappige visuele vondsten (zoals wandelende croissants en vliegende sterren) passen uitstekend bij de sfeer van de film. Bovendien is ook de soundtrack meer dan behoorlijk. Geen onophoudelijke aaneenschakeling van K3-hits, maar wel een degelijke instrumentale score die afwisselend aan Indiana Jones en Harry Potter doet denken. De twee K3-hits aan het begin en het einde van de film moet u er maar bijnemen.
Het is alleen zo jammer dat er niet meer aandacht werd besteed aan belangrijkere elementen als scenario en acteerprestaties. Het verhaal is een dun doorslagje van een gemiddeld Bassie & Adriaan-avontuur, en de acteerprestaties zijn ook voor een kinderfilm ondermaats. Zelfs de K3-meisjes hebben soms moeite om spontaan te blijven, al zorgt hun naïeve gekibbel wel voor een aantal leuke momenten. Maar de kinderen zal het uiteindelijk allemaal worst wezen. Zij worden de hele speelduur ruimschoots op hun wenken bediend. De vraag is alleen hoe lang de meisjes van K3 hun kunstjes nog kunnen (en willen) volhouden. Er begint namelijk sleet op de formule te komen en de dag waarop ze door een jongere garde afgelost zullen worden, dreigt stilletjes dichterbij te komen. Spring: De Film? Wie weet...
Genre: Familiefilm
Speelduur: 1u05
Regie: Indra Siera
Acteurs: Kathleen Aerts, Karen Damen,Kristel Verbeke, Paul de Leeuw, EddyVereycken, Daisy Ip, Peter Rouffaer