Wie wint in Berlijn is geen sukkelaar. De voorbije tien jaar begonnen onder meer In the Name of the Father, Sense and Sensibility, Magnolia en Bloody Sunday er aan een indrukwekkende internationale carrière. Dit jaar was het dubbel feest in Berlijn: het was voor het eerst in twintig jaar dat een Duitse film nog eens met de hoogste eer aan de haal ging. Gegen die Wand werd op handen gedragen door jury en publiek en veroverde sinds februari met gemak de rest van Europa. Regisseur-scenarist Fatih Akin - Duitser, maar met Turkse roots - heet het nieuwe wonderkind van de Duitse cinema te zijn en voor de jonge Sibel Kekkili viel het verzamelde filmjournaille spontaan in zwijm. Driewerf helaas: Gegen die Wand is een overroepen film.
Het begint nochtans allemaal veelbelovend. De 40-jarige Cahit (Birol Ünel) en de 20-jarige Sibil (Sibel Kekkili) kruisen elkaar in de gangen van een ziekenhuis. Ze bungelen aan de afgrond van het leven, want beiden hebben ze een mislukte zelfmoordpoging achter de rug. Cahit loopt er al een tijd depressief bij, leeft op drugs en alcohol en heeft een luizenjob als opruimer in een duistere club. Er wordt gesuggereerd dat zijn vrouw overleden is. Op een nacht zinkt Cahit zo diep in zijn onverschilligheid weg dat hij met zijn wagen tegen een muur knalt, maar niet hard genoeg om te sterven. De rebelse Sibel van haar kant ligt onder de knoet van haar strenge en conservatieve moslimfamilie, waar vader en broer de scepter zwaaien, terwijl zij alleen maar vrij wil zijn om te dansen en neuken met wie ze wil. Uit onmacht snijdt ze haar polsen over, maar niet diep genoeg om te sterven.
Gegen die Wand start als een bom die explodeert en de ziekenhuisscènes maken indruk. Cahits gesprek met de dokter is een fraai staaltje van de tragisch-komische noot waarmee Akin regisseert. Hij probeert de suïcidale Cahit op andere gedachten te brengen met vage boutades als: 'Om een einde aan je leven te maken, is het niet nodig te sterven. Je kan hier weggaan en een ander leven beginnen.' Of wat te denken van Sibels broer die na haar zelfmoordpoging haar alleen maar verwijten naar het hoofd kan slingeren: 'Zie je niet wat jij je vader aandoet! Als hem iets overkomt, maak ik je af!' Het is die cynische toon, dat dansen op de slappe koord, dat de belofte van een geweldige film in zich herbergt.
Sibel vraagt aan Cahit om een schijnhuwelijk aan te gaan. Omdat hij van Turkse origine is, moet haar familie hem wel aanvaarden, maar in werkelijkheid is het voor haar een alibi en kan ze een vrij leven leiden. Na lang aarzelen, hapt Cahit toe, maar aan zijn levensstijl verandert hij niet veel. Dronken, uitgeteld en ladderzat sleept hij zich door de nacht. Sibel pikt hier en daar mannen op voor one night stands. Elk zijn leven. Dan neemt de film een wending die je al lang ziet aankomen: Cahit en Sibel groeien naar elkaar toe en worden verliefd. Vanaf dat moment valt Gegen die Wand als een kaartenhuis in elkaar. De liefde is er, maar komt er niet uit. Er voltrekt zich een grootse tragedie. Cahit en Sibel worden van elkaar gescheiden. Zoeken mekaar terug op. De film rolt zich af als een jojo van gevoelens en emoties, maar het probleem is dat het je weinig of niks doet. Het hart is uit de film gerukt, gaat te weinig naar de ziel, is niet meer dan een schampschot in plaats van een welgemikte kogel.
Grijpt het eerste deel van Gegen die Wand je bij de kladden, na een uurtje verslapt de greep en uiteindelijk maak je je emotioneel helemaal los van de prent. Dat komt vooral omdat Cahit en Sibel personages blijken te zijn waar het wel erg moeilijk mee is om je te identificeren. Ze zijn uiterst labiel en suïcidaal, akkoord, maar de dingen die ze doen en de beslissingen die ze nemen irriteren en storen. Identificatie blijft een voorwaarde voor goed drama. Je moet samen met de personages door de hel. Zo niet, dan ontbreekt ook de catharsis achteraf. En zo is dat jammer genoeg bij Gegen die Wand. Aan de acteerprestaties van Ünel en Kekkili ligt het niet. Ünel oogt met zijn schuurpapieren gezicht doorleefd en echt levensmoe; Kekkili acteert met de naïve spontaneïteit van een jong veulen.
Visueel doet Gegen die Wand een beetje denken aan Irréversible, de indrukwekkende mokerslagfilm van Gaspar Noé. Akin trekt met de camera op de schouder het nachtleven van Hamburg in. Het beeldenpalet is donker en grauw, net zoals de zelfkant waarin de protagonisten zich bevinden. Als een soort Grieks koor wordt het verhaal af en toe onderbroken door scènes van een Turks folkloristisch dansorkest dat in een zonnige prentkaart het gebeuren becommentarieert. Het vormt een schril contrast met de meedogenloze soundtrack die de rest van de prent moet vooruit hitsen en enkele erg gewelddadige scènes begeleidt. Akin is niet de man om de zaken te verbloemen of verhullen. Het gaat er hard aan toe en dat moet getoond worden. Jammer dat Akin zo'n sterke en eerlijke scènes afwisselt met dodelijk saaie stukken.
Gegen die Wand is typisch zo'n film die meedeint op een hype die plots gecreëerd wordt. In een bizarre wisselwerking plaatsen pers en publiek de film dan steeds een trede hoger op de filmladder tot het chique en bon ton staat om te zeggen hoe goed je de prent wel vindt. Bovendien, en ironisch genoeg, kon Gegen die Wand rekenen op de steun van de Duitse boulevardpers. Maar veel belangrijker dan het pornoverleden van actrice Sibel Kekkili, is de thematiek die deze prent toch wel accuraat aansnijdt: de clash tussen de vrijgevochten Turkse Sibel die wil zijn zoals haar Duitse leeftijdsgenoten en de hypocriete en conservatieve houding van haar vader en broer. In die zin is Gegen die Wand best een confronterende film die tot nadenken stemt. Gelukkig zwaait Akin niet met het vingertje. Hij registreert en laat zien, maar moraliseert nooit.
Al bij al is Gegen die Wand een gemiste kans. In plaats van een weergaloze dodenrit doorheen de nacht en tegen de muur, voelt deze film eerder aan als een ritje op een brommer: je wil wel harder, maar het blijft een beetje zielig traag snorren.
Genre: Drama
Speelduur: 2u01
Regie: Faith Akin
Acteurs: Birol Ünel, Sibel Kekilli,Catrin Striebeck, Güven Kirac, MeltemCumbul, Zarah McKenzie, StefanGebelhoff