OH HELLBOY, WHO ART THOU?

Beauty and the Beast

Foto: Dark Horse Foto: Dark Horse Foto: Dark Horse
Comic books en hun visuele adaptaties zijn big business. Sinds het relatieve succes van Blade, Stephen Norringtons populaire cultfilm die de start betekende van een geheel eigen franchise (deel drie binnenkort in de zalen), zijn stripverfilmingen na de ramp die Batman & Robin was weer helemaal in en Bryan Singers X-Men en vooral Sam Raimi's Spiderman bevestigden de opmars van het genre op overtuigende wijze. In deze prille jaren van het derde millennium is het nagenoeg ondenkbaar een bioscoop binnen te wandelen en er geen stripverfilming op het programma aan te treffen. Het resultaat is niet altijd kwalitatief hoogstaand of commercieel succesvol maar dat houdt de producenten van Hollywood niet tegen om elke mogelijke stripheld naar het witte doek te vertalen. Hoewel er nog een heleboel, vooral in Amerika, bekende personages overblijven komen nu al meer obscure figuren aan bod. Zo ook Hellboy.

In 1994 lanceerde comic book gigant Dark Horse Comics (een uitgeverij die "de andere strip" op de markt brengt en vooral een donker alternatief biedt op de kleurrijke werelden van Marvel "Spider-Man" Comics en DC, waartoe o.a. Superman behoort) de allereerste Hellboy strip in de winkels, het toen nog door John Byrne geschreven (daarna nam tekenaar Mike Mignola de art én de tekst voor zijn rekening) Seed of Destruction. De lezer maakt er kennis met een gehoornde demon die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Nazi's uit de hel wordt opgeroepen om de oorlog voor de door het occulte geobsedeerde Hitler te winnen. De man die het monster uit de onderwereld moet halen is de kwaadaardige Rasputin. In de strip blijkt dat hij wel degelijk de voormalige raadgever van de Russische tsaar is die eeuwen na zijn vermoedelijke dood nog steeds rondloopt om de wereldbevolking aan zijn wil te onderwerpen. Een Amerikaanse delegatie is hem en zijn meedogenloze medewerkers (waaronder de misvormde SS-sadist Kroenen) echter te slim af maar niet voordat het wezen - een kleine, rode duivel - tot onze wereld is doorgedrongen. Een vredelievende Britse wetenschapper, Bruttenholm (lees: Broom), onderschept het vreemde ding en doopt het Hellboy. De demon groeit op tot een bestrijder van het kwaad en neemt het, in dienst van het BPRD (Bureau of Paranormal Research and Defense) tegen allerlei groteske monsters op.

Toegegeven, het origineverhaal van Hellboy heeft niet veel om het lijf maar in Mignola's universum is stijl belangrijker dan inhoud. En voor deze keer mag dat ook wel. Visueel zijn deze graphic novels erg sterk. Mignola situeert zijn personages in schaduwrijke, gotische omgevingen en dompelt hen onder in vreemde, duistere kleuren met slechts een uitzondering: de scharlakenrode Hellboy zelf. Gehuld in een oude, lichtbruine jas en meestal gewapend met een gigantisch pistool baant deze duivel zich een weg door de catacomben van de vijand. Meer nog, wat op het eerste gezicht bijna schetsmatige interpretaties van oude bouwwerken zoals burchten, kerkhoven, dorpen en spookachtige kastelen lijken, komen bij nader inzicht tot hun recht als knap uitgedachte, architecturale detailtekeningen waarbij Mignola dankzij het verbluffende gebruik van licht en schaduw een gevoel voor ruimte en de sfeer van het verhaal creëert.

Veel aandacht gaat uit naar de mythologische achtergronden die de strips kenmerken. Zo adapteert Mignola legendes en plaatselijke folklore van de plaats waar de gebeurtenissen zich afspelen (Hellboy bevindt zich vaak in Europese, landelijke omgevingen) en zorgt daarbij voor een mysterieuze omkadering waarbinnen Hellboy het kan opnemen tegen het gespuis. Zo is er in het sterke Wake the Devil een epiloog bij de in de wereldmythologie terug te vinden Wereldboom, Yggdrasil, waar Grigory Rasputin en de heks Baba Yaga hun gesprekken in een abstracte dimensie voortzetten.

De invloed van H.P. Lovecraft (een horrorauteur die op het einde van de 19e en het begin van de 20ste eeuw zijn werk schreef) is overduidelijk. Lovecrafts eigenaardige literatuur spreekt herhaaldelijk over de Cthulhu, vaag beschreven groteske gedrochten die we ons nog het best kunnen voorstellen als Gargantueske tentakelmonsters. In de wereld van Hellboy worden soortgelijke wezens door Rasputin en zijn volgelingen als goden aanzien en hun doel is de realisatie van de Apocalyps op Aarde.

En dan is er natuurlijk nog Hellboy zelf. Bijgestaan door kleurrijke personages (zoals de amfibische intellectueel Abe Sapien en de telekinetische "explosieve" Liz Sherman) mept hij zich een weg door weerwolven, vampiers, levende doden en ga zo maar door. Hij gedraagt zich als een puber, ziet elk monster als niets meer dan een job en spuwt oneliners waar menig actieheld nog iets van kan leren (zijn leuze bij gevaar is "Aw crap!"). Het is die mentaliteit van de gewone man die Hellboy zo'n interessante antiheld maakt. Zijn doel op aarde is globale vernietiging maar door de opvoeding van de vaderfiguur Bruttenholm heeft hij de kant van het goede gekozen terwijl zijn antagonist Rasputin, die de schaduwzijde van de brave wetenschapper belichaamt, hem naar de duisternis tracht te lokken. Doorheen de comics loopt dit achtergrondverhaal als een rode draad en terwijl Hellboy geleidelijk de betekenis van zijn gigantische stenen rechterhand (The Right Hand of Doom) en de afgevijlde hoorns op zijn hoofd ontdekt (kortweg: als hij de hoorns laat groeien wordt hij slecht) komt hij steeds dichter bij zijn lotsbestemming.

Regisseur Guillermo Del Toro's visie op dit creatuur is vanaf 13 oktober in de bioscoopzalen te bewonderen en combineert verhaallijnen uit Seed of Destruction en Wake the Devil.