In het kielzog van Michael Moores weinig subtiele maar ontegensprekelijk essentiële en indrukwekkende documentaire Fahrenheit 9/11 wordt vooral het Amerikaanse publiek overspoeld door propaganda. Zo is bijvoorbeeld aan de rechtse zijde, om het met een zwart- witte term uit te drukken, een prent over Bush's reactie op 11 september, erg opvallend. In deze televisiefilm, DC 9/11: Time of Crisis getiteld, wordt George W. als een heroïsche, standvastige leider afgebeeld maar de ironie wil dat Bush er vertolkt wordt door Timothy Bottoms, een lookalike die hetzelfde personage op een wel heel andere manier tot leven bracht in That's My Bush, een volledig geschifte parodie op het Witte Huis én de sitcom als een genre, van Matt Stone en Trey Parker, de makers van South Park. Diezelfde Stone en Parker realiseerden recent een poppenfilm, Team America: World Police, waarin de politieke strijd, terrorisme, de oorlog in Irak en iedereen van uiteraard Bush tot Michael Moore, Susan Sarandon en Kim Jong Il grotesk belachelijk worden gemaakt.
Op het Filmfestival van Vlaanderen - Gent was Bush's Brain te zien. Een "linkse" documentaire over iets wat op het eerste gezicht over een volledig fictief onderwerp lijkt te handelen: de hersenen van de president van Amerika. Dat het hier uiteraard om een persoon gaat wordt al meteen duidelijk. De man heet Karl Rove en lijkt eerder op een stille nerd dan de onscrupuleuze, zelfs megalomane machtswellusteling zoals hij in deze film wordt voorgesteld. Gebaseerd op het gelijknamige boek vertellen de auteurs James C. Moore en Wayne Slater over hun research en hun daaropvolgende ervaringen met Karl Rove, die niet opgezet was met het beeld dat van hem geschetst werd. We leren dat Rove aan de buitenkant een grappige, sympathieke en goedgezinde kerel is die erin slaagt om bij toespraken de politiek te relativeren maar onder dat exterieur schuilt een duister hart en een berekend intellect dat erop gebrand is om hoe dan ook de overwinning te behalen.
Aanvankelijk blijkt deze documentaire weinig interessant, met overwegend veel "talking heads" waarbij niet iedereen altijd even boeiend is. De opmars van Rove en zijn politieke ambities komen uitgebreid aan bod, met een verhaal over zijn methodes bij een debatclub op school (zo bracht hij altijd meer kaarten met argumenten mee dan de opponent, hoewel die kaarten vaak blanco waren). Zo kabbelt de film erg "Made for TV" voort en het is pas als Bush op de planken verschijnt dat Bush's Brain in werking treedt. Het is nu eenmaal zo dat Bush een hoge entertainmentwaarde heeft. Zijn houding, altijd slecht getimede halve grijns, idiote gelaatsuitdrukkingen en linguïstische stommiteiten zorgen ervoor dat hij ook in deze documentaire een flinke veeg uit de pan krijgt en het zijn vaak de geïnterviewden die het niet nalaten om hem te ridiculiseren. Ondertussen zien we hoe Rove een vertrouwenspersoon van de familie Bush wordt en hij besluit de partijpolitiek en de strategische kant van zaken voor zijn rekening te nemen. Een beeld waarin Rove letterlijk en figuurlijk de man achter Bush is spreekt boekdelen en de jolige façade van een licht zwaarlijvige, brave vriend des huizes met een te grote bril brokkelt langzaam maar zeker af.
Weinig grappig is de op zijn minst dubieuze werkethiek die Rove erop nahoudt. De man gaat net niet over lijken maar laat niets hem in de weg staan om de strijd te winnen. Als daarbij levens verwoest worden dan is dat maar zo. Erg schrijnend is dan ook een lastercampagne die Rove orchestreerde om een politieke tegenstander, de in Vietnam zwaar verminkte oorlogsveteraan Max Cleland, in diskrediet te brengen. Bitter maar ongeslagen brengt Cleland zijn versie van de feiten en het laat geen twijfel bestaan over de laaghartige mentaliteit van Rove.
Regisseurs Michael Paradies Shoob en Joseph Mealey gaan in de fout door het laatste deel van de documentaire te laten domineren door een emotioneel sluitstuk over een soldaat die gestorven is in Irak. Dat het hier om een overbodige passage gaat die, net als in Fahrenheit 9/11 (waar het wel thuishoorde), de prent een hart dient te geven, lijken de makers niet eens te willen verhullen. Het voelt aan als een onverwacht subplot dat in een derde act zijn opwachting maakt.
Bush's Brain werkt het best als de film zich concentreert op de handelingen van Karl Rove en de schade die hij achterlaat. De vraag rijst of zo'n man over normen en waarden beschikt. Maar om dit interessante midden te bereiken moeten er eerst een heleboel eensgezinde meningen beluisterd en feiten verteld worden. Op filmisch vlak heeft het niet erg veel te betekenen maar als een nieuwe nagel in de doodskist van de Bush Administration kan dit tellen.