HALLOWEEN TOPPERS

When there's no more room in hell, the dead will walk the Earth

Evil Dead (Foto: A-Film) May (Foto: Lion's Gate) The Eye (Foto: A-Film)
Het Amerikaanse vasteland mag dan wel een flink stuk van zijn waarde verloren hebben, toch beletten de negatieve associaties die de meeste onder ons zonder uitzondering koppelen aan het conservatieve, patriottische vlaggenzwaaien niet dat er gewoontes en tradities van de US of A naar Europa overwaaien. En in het geval van Halloween kunnen we daar niet rouwig om zijn. Waar het begin van de grauwe novembermaand steeds gedomineerd wordt door noodzakelijke maar toch zwartgallige dodenverering is er, jaar na jaar, een steeds grotere behoefte aan Halloween als feest ontstaan.

Hoewel weinig meer dan een door de commerciële wereld gevoede winstdrang moeten wij als griezelliefhebbers toch toegeven dat we het allemaal best leuk vinden. Huizen worden versierd met opzichtige spinnenwebben en harige geleedpotigen, grijnzende vleermuizen hangen aan kroonluchters en plafonds en al dan niet als zombies vermomde feestvarkens profiteren van de gelegenheid om plezier te maken. Een Halloween- feest is echter niet compleet zonder een of meerdere genrefilms en voor wie het verder wil zoeken dan de te voor de hand liggende keuzes (Scream, Halloween) is er deze gids, waarin een aantal interessante horrorproducties belicht worden.

The Evil Dead

Vijf vrienden. Een donker woud. Een verlaten huis. Demonen. Dat zijn de ingrediënten van The Evil Dead, een in 1982 uitgebrachte cultklassieker die niet alleen kan rekenen op een trouwe groep fans, maar destijds evenveel verzet te verduren kreeg van censuurcommissies en moraalridders. Het verhaal is een samenraapsel van alle mogelijke horrorclichés en conventies, gebundeld in een wansmakelijke tachtig minuten durende stijloefening. Amateuristisch, sfeervol, mysterieus, grotesk, bloederig, kwaadaardig, idioot, slapstick, griezelig, ziekelijk... het zijn slechts enkele trefwoorden die deze film omschrijven. De knullige effecten, onvoorstelbaar dwaze acteerprestaties, overduidelijke continuïteitsproblemen en volledig "foute" scènes maken deze film alleen maar leuker en opvallender. Een ding is zeker, ongeacht uw mening; wie dit gezien heeft vergeet het nooit meer.

The Evil Dead was (en is nog steeds) een mijlpaal in het genre. Regisseur Sam Raimi en zijn kompanen lieten zich inspireren door The Texas Chain Saw Massacre en The Hills Have Eyes en hebben op hun beurt hun donkerrode stempel op het horrorfilmlandschap gedrukt. De hedendaagse nieuwe lichting horrorfilmmakers grijpt vaak terug naar de groteske intensiteit van deze film (en zijn tijdgenoten). Denk maar aan het recente Cabin Fever, dat elementen uit Massacre, Hills, Evil Dead en The Last House on the Left combineert tot een absurd gore thriller. Ook deze The Evil Dead is niet voor gevoelige zielen. Maar het is verplichte kost voor elke zichzelf respecterende horrorliefhebber en een echte Halloween topper!

May

May is een zo goed als onbekende, onafhankelijke, als horrorfilm vermomde karakterstudie over een meisje dat door het leven gaat met een lui oog. Ze slaagt er niet in om vrienden te maken en vindt enkel steun bij een mysterieuze pop die ze van haar moeder cadeau heeft gekregen. Als ze op een dag Adam ontmoet raakt ze gefascineerd door zijn handen en op haar werk in een dierenziekenhuis wordt ze geïntrigeerd door de hals van de vrijgevochten maar idiote Polly, die al dan niet iets meer wil dan enkel vriendschap met May. Even lijkt het geluk aan May's kant te staan en ze vindt in Adam ogenschijnlijk een partner die haar liefde voor het ongewone en het "rare" deelt. Tot May een stap te ver gaat en ze haar zorgvuldig opgebouwde leventje uit elkaar ziet barsten, net als de kist waar de pop in verscholen zit.

Meer vertellen zou zonde zijn en de film laat zich nog het best bekijken als een schizofrene kruising tussen Carrie en Frankenstein. Hoofdrolspeelster Angela Bettis speelt het titelpersonage als een simpele, zwartkomische, pathetische figuur en hoewel je als kijker aanvankelijk wantrouwig tegenover haar staat zit er niets anders op dan May in haar verwrongen psyche te volgen.

De film kabbelt rustig voort maar ontpopt zich in de derde act tot een ongegeneerde slasher waarbij de brutale sterfscènes kort en gewelddadig in beeld worden gebracht. Het erg duistere, bevreemdende einde slaagt erin tegelijkertijd angstaanjagend, emotioneel, pervers, grappig, ontroerend, misselijkmakend, bovennatuurlijk, beklemmend, bloederig en vredevol te zijn en hoewel volledig onlogisch is het de perfecte finale noot van een erg eigenaardige film.

The Eye

De recente "Oosterse" horrorfilmreeks gaat na Ringu (en diens vervolgen), Ju-On (en de ontelbare spin-offs) en Dark Water verder met The Eye, een bijzonder enge film over de jonge, blinde vrouw Mun die een operatie ondergaat en daardoor haar zicht terugkrijgt. Ze ontdekt echter dat ze met haar herwonnen zintuig meer opmerkt dan andere mensen. En voor je "I see dead people" kan zeggen, vindt Mun allerlei vreemde, klagende geesten op haar pad. En wie is die onbekende vrouw die haar vanuit de spiegel aankijkt?

The Eye een schaamteloos doorslagje van films zoals The Sixth Sense en Stir of Echoes noemen, zou iets te eenvoudig zijn. Toegegeven, de films delen een belangrijk plotelement maar daar houden de gelijkenissen dan ook op. Het is in ieder geval erg verfrissend om een Oosterse horrorfilm (hoewel griezelprent in dit geval een betere benaming is) te zien waarin eens geen rondkruipend, langharig meisje de oorzaak van alle kwaad is. De regisseurs, Oxide Pang Chun en Danny Pang, bombarderen hun publiek niet met schrikeffecten of gruwelijke wezens maar slagen er wonderwel in om enkele subtiele, hartkloppingen veroorzakende scènes neer te zetten. Zo is de eerste confrontatie met een geest, een oude vrouw die een wel heel bizar geluid voortbrengt, een kleine klassieker, met koude rillingen die langs je ruggengraat lopen verzekerd. Het gebruik van geluidseffecten en de steriele ziekenhuislook die zo goed als de hele film domineert zorgt alleen maar voor meer spanning, nergens duidelijker dan in de ondertussen beruchte liftscène, waar de suspense ten top gedreven wordt.

Toch is The Eye niet zonder problemen. De film wordt gehinderd door een trage derde act, waarin de angstwekkende momenten teruggeschroefd worden, maar is gelukkig nooit saai, zoals in het originele Ringu wel soms het geval was. Op de acteerprestaties valt weinig aan te merken. Angelica Lee is goed als Mun en Lawrence Chou mag dan wel iets te jong zijn om een psychiater te vertolken (wat de vaak afwezige blik verklaart) maar hij levert uiteindelijk beter werk af dan wat je aanvankelijk zou denken. Het einde mist een zekere donkere kwaadaardigheid en kan verweten worden te lief te zijn, maar de finale die eraan voorafgaat is een spectaculaire sequentie die niet zou misstaan in een dure actie- of rampenfilm.

Waar The Eye vooral "onder de huid kruipt" is in het besef dat er een wereld is naast de onze, die steeds in beweging is, en onze ogen, van zij die zien, kunnen wat er in huist niet waarnemen.

Cabin Fever

In regisseur Eli Roths langspeelfilmdebuut, het krankzinnige Cabin Fever, volgen we een groep jongeren (wie anders?) die tijdens de zomer naar een boshut afzakken voor overmatig drankverbruik, ongeremde liefdesspelletjes en algemeen nietsdoen. Als een van hen in contact komt met een niet al te gezond lijkende zwerver gaan de poppen aan het dansen. Algauw blijkt dat de man besmet is met een vleesetende bacterie en het duurt niet lang vooraleer het virus zich ook onder de vrienden verspreidt. Wat volgt is een bijzonder bloederige, maar nooit serieus te nemen horrorhommage waarin nagenoeg alle personages, met hun eigen welzijn in gedachten, alles op alles zetten om niet ziek te worden. Dat ze hierbij hun besmette vrienden en vriendinnen moeten opofferen of opsluiten is een noodzakelijk kwaad.

Dit kan bezwaarlijk grote cinema genoemd worden maar Eli Roth's enthousiasme en zijn liefde voor het genre werken aanstekelijk. De film zit boordevol subtiele (en minder subtiele) verwijzingen naar bescheiden klassiekers in het genre. Zo horen we tijdens de rit naar de hut het lied "Wait for the Rain" van David Hess uit Wes Cravens The Last House on the Left, een volledig foute wraakfilm uit 1972 waarin een groep misdadigers, na brutale verkrachtingen en moorden, de op wraak beluste ouders van hun slachtoffers ontmoeten. Verder werkt Cabin Fever nog het best als de kijker de vele verwijzingen snapt en kan plaatsen. Roth injecteert zijn prent met veel eigenlijk overbodige, excentrieke personages die de aandacht van het lichaam wegvretende virus alleen maar afleiden en de acteerprestaties zijn, voor zover dat in dit genre mogelijk is, solide met Rider Strong (uit Boy Meets World, nota bene!) aan het hoofd van een cast vol nobele onbekenden.

Deze prent is zeker niet voor gevoelige zielen want Roth laat zich volledig gaan, met enkele pijnlijke, bloederige scènes zoals die waarin een vrouwelijk personage in het bad haar benen scheert en ontdekt dat de mesjes meer dan alleen de haartjes wegsnijden. Het gerucht wil dat Peter Jackson tijdens de productie van The Return of the King deze film drie maal aan zijn crew toonde en de makers van Fever maakten dan ook gretig gebruik van Jacksons citaat dat de film prees: "Brilliant! Fantastic! Horror fans have been waiting years for a movie like 'Cabin Fever.' I loved it!". Een niet onaardige aanbeveling, lijkt ons.

Wrong Turn

Als Chris Flynn (Desmond Harrington) met zijn wagen in de file staat en daardoor een belangrijke vergadering dreigt te missen, kiest hij een verlaten landweg om de drukte te omzeilen. Maar dan crasht zijn auto tegen die van Jessie (Eliza Dushku) en haar vrienden en het gezelschap is genoodzaakt om hulp te zoeken. Als ze in een schijnbaar verlaten huis in het bos allerlei groteske en angstaanjagende ontdekkingen doen, maakt paniek zich van hen meester en zitten ze, voor ze goed beseffen wat er gaande is, in de klauwen van drie gruwelijk misvormde, door inteelt op deze wereld geworpen, woudbewoners. Wat volgt is een kat en muis spel met bloederige gevolgen.

Dat Wrong Turn niet de meest originele film in het horrorgenre is, mag duidelijk zijn. Regisseur Rob Schmidt had de bedoeling een pretentieloze hommage aan de genrefilms van de jaren '70 te maken en dat resulteert in een ongegeneerde "The Hills Have Eyes meets Texas Chain Saw Massacre" rip-off die, samen met andere recente horrorfilms (zoals het hierboven vermelde Cabin Fever), het genre langzaam maar zeker opnieuw leven inblaast. In het kielzog van Scream werden ontelbare tienerhorrorfilms uitgebracht, steeds met een knipoog naar de kijkers maar dat is hier niet het geval.

Wrong Turn is commercieel en lang niet zo eng of goor als de makers ons willen doen geloven, maar het blijft een bijzonder effectief, hersenloos stukje entertainment, met gelukkig niet al te stereotiepe personages maar wel alle clichés die erbij horen (seks in horror betekent nog altijd een bijzonder pijnlijke dood!). De monsters van dienst zijn drie, met make-up tot leven gebrachte gedrochten die weinig aan de verbeelding overlatende namen dragen zoals Saw-Tooth, One-Eye en onze favoriet, de giechelende Three Finger.

De cast maakt er het beste van met Eliza Dushku (beter bekend als Faith uit Buffy) en Desmond Harrington aan het roer en verder slagen Jeremy Sisto (ook te zien in May en recent nog Death & Breakfast) en Emmanuelle Chriqui erin hun eendimensionale personages met voldoende sympathie neer te zetten.

Blijf vooral ook even zitten bij de eindgeneriek want Schmidt trakteert ons nog op een volstrekt ridicule, eigenlijk overbodige maar niettemin leuke epiloog. Wrong Turn is een eventueel opwarmertje voor het betere (en grovere) hakwerk dat later op de Halloween- avond kan volgen maar als roodgekleurd aperitief valt dit zeker te smaken.

George A. Romero's Dead Trilogie

Wie het meer voor de echte klassiekers heeft is er natuurlijk Night of the Living Dead van George A. Romero uit 1968. In deze niet alleen ultieme zombieprent maar iconische genrefilm trachten een groep mensen te overleven in een door trage, vleesetende zombies belaagd huis. De onderlinge frustraties en verschillende denkwijzen leiden tot een nihilistische finale waaruit blijkt dat het echte monster in ons, de denkende mensen, schuilt.

Zo mogelijk nog beter is Dawn of the Dead, Romero's vervolg uit 1978, een (afhankelijk van welke versie je ziet) tweeënhalf uur durend epos dat de epische film binnen het genre is. Het verhaal draait rond enkele overlevenden die zich, op de vlucht voor de steeds erger wordende zombie epidemie, schuilhouden in een warenhuis. Ze genieten er van alle spullen die ze er gratis kunnen krijgen en bouwen een minigemeenschap op die uiteindelijk ruw wordt verstoord door de komst van een agressieve motorbende en uiteindelijk ook de zombies zelf.

De prent kreeg dankzij de huidige zombiefilm revival een los op het origineel gebaseerde maar niet onaardige remake waarin de nadruk op de actie lag, terwijl Romero's Dawn een aanklacht op de consumentenmaatschappij is, met zombies die tussen de winkelrekken lopen als overduidelijke metafoor. Romero's voorlopig laatste deel in zijn trilogie (hij werkt momenteel aan Land of the Dead en een zombiekomedie Diamond Dead) werd uitgebracht in 1985 onder de titel Day of the Dead en is een echt product van de eighties, compleet met kitscherige acteerprestaties, onbedoeld hilarische dialogen en waanzinnige zombies. De film beschikt wel over de goorste scènes uit de trilogie, met een finale die te gek is om los te lopen. Het is jammer dat het einde zo'n valse deus ex machina is (die Romero toeschrijft aan het feit dat het geld op was) want voor de rest is dit zeer vermakelijke horror.

Braindead

Nog meer zombies komen aan bod in wat onofficieel de "goorste film aller tijden" wordt genoemd: Braindead (ook bekend als Dead Alive). Of de prent die eretitel verdient valt te betwisten maar feit is wel dat Jacksons horrorkomedie alle registers opentrekt wat het rode goedje betreft. Het verhaal, dat heerlijke nonsens is, schiet uit de startblokken als "Mum" (een fantastische, over- acterende Elizabeth Moody) in een dierentuin gebeten wordt door een ratachtig wezen. Niet lang daarna sterft de tirannieke vrouw om terug op te staan als een hongerige ondode. Het is aan haar zoon, de nerd Lionel, om de zombieplaag in te perken en dat is het begin van een waanzinnige, cartooneske spektakelhorrorfilm waarin dode baby's, op geld beluste, zombies in de pan hakkende nonkels, fascistische wetenschappers, uit elkaar gereten lichamen en levende ingewanden centraal staan. De finale, een wansmakelijk orgie van rondvliegende ledematen en opspattende bloedrivieren mondt uit in de komst van een gigantisch gedrocht en een wel heel verontrustende scène als het hoofdpersonage terug in de baarmoeder wordt gesleurd. Dit moet je gewoon zien om te geloven. Eng: niet in het minst. Geslaagd en plezant: reken maar van yes.

The Thing & Prince of Darkness

Het oeuvre van John Carpenter, dat de laatste tijd niet erg veel kwalitatiefs te bieden heeft, herbergt natuurlijk dé horrorfilm voor Halloween, het origineel getitelde... Halloween, met de psychopaat met het witte William Shatner masker Michael Myers als tienervermalende antagonist tegenover Jamie Lee Curtis' vrouwelijke protagonist. Maar de man is ook verantwoordelijk voor minder bekende maar daarom zeker niet slechte genrefilms. The Thing uit 1982 is een remake van Howard Hawks' en Christian Nyby's The Thing From Another World uit 1951, gebaseerd op het kortverhaal Who Goes There van John W. Campbell, Jr. en verhaalt over een groep wetenschappers in Antarctica die een buitenaards wezen ontdooien met alle gevolgen van dien.

We kunnen discussiëren of we The Thing niet eerder sciencefiction dan horror kunnen noemen maar de film valt wat ons betreft zeker te bekijken als een psychologische thriller. In deze versie van het verhaal imiteert het wezen namelijk mens en dier waardoor niemand weet wie of wat het monster momenteel is. De schrik- en monstereffecten zijn, op een paar uitzonderingen na, vandaag nog steeds erg effectief en de dreigende filmmuziek van Ennio Morricone maakt het geheel af.

Iets minder geslaagd is Prince of Darkness uit 1987. In deze film ontdekken studenten in een oude kerk een vreemd voorwerp dat de essentie van Satan lijkt te bevatten. Ze worden geplaagd door een bizarre droom die al dan niet uit de toekomst komt en het wordt onmogelijk om de kerk te verlaten want bezeten zwervers versperren hen de weg en doden wie zich naar buiten begeeft. Langzaam maar zeker komen studenten in contact met de groene substantie in het voorwerp en veranderen ze in hersendode wezens die in dienst staan van de zoon van de duivel, die zich op gore wijze manifesteert in een van de studentes. Het is jammer dat de film enkele onmiskenbaar saaie momenten kent waarin idiote, chemische verklaringen aan Satans aanwezigheid worden toegekend maar wie zich daar doorheen kan bijten wacht een bijwijlen spannende, eigenaardige prent. The Thing en Prince of Darkness waren de eerste twee films in Carpenters zelfverklaarde Apocalypse Trilogy die hij afmaakte met In the Mouth of Madness uit 1995.

Wij wensen iedereen een griezelige Halloween toe met veel filmgenot! Trick or treat!